- blad nr 12
- 25-6-2011
- auteur . Overige
- Juridische rubriek
Verwijtbaar werkloos?
Mevrouw Pietersen gaat vol goede moed aan de slag en het werken in het speciaal onderwijs bevalt haar uitstekend. Maar de collega die zij verving komt na vier maanden weer terug, dus eindigt de aanstelling van mevrouw Pietersen. Haar werkgever heeft op dat moment geen andere vacature.
Helaas vindt zij niet aansluitend een nieuwe baan. Ze vraagt daarom bij het UWV een werkloosheidsuitkering aan. Zij heeft al ruim 25 jaar gewerkt en verwacht dan ook moeiteloos de ww-uitkering te krijgen. De schrik is groot wanneer die haar geweigerd wordt wegens verwijtbare werkloosheid.
Volgens mevrouw Pietersen kan dat niet kloppen, het is immers niet aan haar te wijten dat haar laatste contract niet is verlengd? En ze heeft al die jaren toch ook premies betaald? Zij vraagt de juridische dienst van de AOb om advies.
Helaas voor haar blijkt het besluit van het UWV juist. Hoewel het ontslag uit het tijdelijk dienstverband niet aan haar te wijten is en zij al ruim 25 jaar heeft gewerkt, heeft mevrouw Pietersen geen recht op ww omdat zij haar vorige (vaste) dienstbetrekking zelf heeft opgezegd. Er ontstaat dan pas weer recht op een werkloosheidsuitkering na 26 weken te hebben gewerkt in een nieuw dienstverband, ongeacht het arbeidsverleden, en uiteraard alleen wanneer dat nieuwe dienstverband niet ook op eigen initiatief is beëindigd.
Het is voor het recht op ww dus belangrijk om, na het op eigen verzoek beëindigen van een (vast) dienstverband, niet in te stemmen met een nieuwe (tijdelijke) betrekking voor minder dan zes maanden. Bij een voornemen om zelf ontslag te nemen is het verstandig eerst contact op te nemen met de AOb om mogelijke problemen in kaart te brengen.
Anton Bodegraven, juridische dienst AOb