• blad nr 12
  • 25-6-2011
  • auteur Y. van de Meent 
  • Onderwijs & Onderzoek

 

Van alleen een paar colleges volgen word je geen goede leraar

Scholen willen zij-instromers vaak zo snel mogelijk volledig inzetten in het onderwijs. Heel onverstandig. Carrièreswitchers beschikken weliswaar over de nodige kennis en vaardigheden, maar ze hebben tijd en rust nodig om zich te ontwikkelen tot leraar, blijkt uit het promotieonderzoek van de Utrechtse lerarenopleider Anke Tigchelaar.

Een vader van 40 jaar die zich na zijn studie volledig heeft gericht op de opvoeding van zijn kinderen, een dominee die de preekstoel wil verlaten en een Philipsmanager die de laatste jaren van zijn loopbaan nuttig wil zijn voor de maatschappij. Anke Tigchelaar, lerarenopleider bij de Universiteit Utrecht, heeft ze allemaal begeleid in hun ontwikkeling tot docent.
Als je zo’n gemêleerd gezelschap wilt opleiden tot leraar, heb je studietrajecten nodig die precies aansluiten bij kennis en ervaring van de individuele zij-instromer. Een moeder zonder werkervaring heeft een andere leerroute nodig dan een hbo-docent die aan de slag gaat op een middelbare school.
In theorie krijgen ze allemaal zo’n pasklare opleiding, maar de werkelijkheid zag er vaak anders uit, weet Tigchelaar. Een zij-instromer deed een assessment, waarin werd vastgesteld welke kennis en vaardigheden al aanwezig zijn. Op basis daarvan kreeg een kandidaat vrijstellingen. “Die klopte dan bij de lerarenopleiding aan met de mededeling: Zeggen jullie maar welke vakken uit het reguliere programma ik nog moet doen”, vertelt Tigchelaar. “Dat werkt natuurlijk niet. Van alleen een paar colleges volgen word je geen goede leraar.”
Om de opleiding beter te kunnen afstemmen op de zij-instromers, deed Tigchelaar de afgelopen jaren onderzoek naar de kennis en ervaring die ze meebrengen. Eind dit jaar promoveert ze op die studies. Zij-instromers onderscheiden zich niet alleen door hun leeftijd en werkervaring van reguliere studenten. Carrièreswitchers hebben bijna allemaal een heel uitgesproken motivatie, ontdekte Tigchelaar. “Ze willen hun vak overdragen, jongeren helpen of een maatschappelijke bijdrage leveren. Ze komen dus met sterke beelden en verwachtingen binnen, die vaak gebaseerd zijn op hun eigen schooltijd.” Als die beelden niet stroken met de werkelijkheid op school, is het risico groot dat de nieuwe leraren snel weer afhaken. Wat in de praktijk ook vaak het geval was.
“In 2005 was de uitval landelijk opgelopen naar 21 procent”, weet de onderzoeker. Dat kun je voorkomen door schooloriëntaties aan te bieden, zodat een zij-instromer beter weet waar hij aan begint als hij zijn baan opzegt. “In Utrecht doen we dat al een tijd en wij hebben maar een of twee afhakers per groep van 32.”

Misverstand
Uit het onderzoek van Tigchelaar blijkt dat zij-instromers veel vaardigheden meebrengen. Daardoor denken scholen dat ze snel volledig inzetbaar zijn. Een misverstand, waarschuwt de onderzoekster. “Carrièreswitchers beschikken door hun werkervaring zeker over vaardigheden die je in het onderwijs nodig hebt, maar ze moeten nog wel leren hoe ze die moeten inzetten in de klas. Zo’n transformatie kost tijd. Als je ervaring hebt als trainer kun je wel met groepen volwassenen omgaan, maar dat betekent nog dat je uit de voeten kunt met een groep pubers.”
Zij-instromers leren het vak het beste door op school intensief samen te werken met hun begeleider, vindt Tigchelaar. “Samen lesgeven, samen lessen ontwerpen, samen toetsen maken, dat is sowieso een krachtige manier om je te ontwikkelen als docent. Bij zij-instromers biedt samenwerking extra voordelen. Als een voormalige ict’er in zijn eentje voor de klas staat, komen zijn collega’s er niet zo snel achter wat hij in huis heeft. Door samen te werken wordt die expertise eerder opgemerkt en kan een school ervan profiteren. Daar is echt nog veel winst te boeken.”
Over zij-instromers bestaan negatieve beelden. Ze zouden bijvoorbeeld traditionele opvattingen hebben over leren en lesgeven. Dat is maar half waar, wordt uit Tigchelaars onderzoek duidelijk. Zij-instromers zijn erg vakgericht of stellen juist het leerproces en de leerling volledig centraal. En verrassend: de zij-instromers onder de 40 jaar zijn traditioneler dan de ouderen.

{kadertje bij hoofdverhaal}

Zij-instrooom & lerarentekort

Om het lerarentekort te bestrijden hebben hoogopgeleiden sinds 2000 de mogelijkheid een versnelde docentopleiding te volgen. Een zij-instromer staat parttime voor de klas en volgt in werktijd een aangepaste lerarenopleiding. Niet elke carrièreswitcher kan zij-instromer worden. Via een assessment wordt vastgesteld of een kandidaat geschikt is voor het leraarsvak.
De verwachtingen waren hooggespannen. Het ministerie van Onderwijs dacht in vijf jaar 15.000 zij-instromers op te leiden. In 2007 bleek dat er in die tijdspanne maar 4273 kandidaten door het assessment heen kwamen. Of die allemaal hun bevoegdheid hebben gehaald en in het onderwijs werken, is niet bekend. Na een flinke piek in 2002 en 2003 daalde de instroom in de versnelde leer-werktrajecten bovendien fors.
Met de zij-instroom is het lerarentekort dus niet op te lossen, concludeert Anke Tigchelaar. Maar het is wel een blijvend verschijnsel, denkt ze. Bij de Utrechtse lerarenopleidingen is de laatste jaren een kwart van de studenten zij-instromer. “Die hebben we hard nodig nu de lerarentekorten door de vergrijzing weer oplopen. Bovendien brengen de carrièreswitchers kennis en expertise mee waarmee ze de school echt kunnen verrijken. Bij ons komt een op de drie zij-instromers uit de research & consultancy. En aan onderzoekende docenten is grote behoefte in het onderwijs.”

{3 korte berichten}

Leer-werkgemeenschappen
Samenwerking en het delen van expertise is goed voor de professionele ontwikkeling van docenten en zorgt uiteindelijk voor betere leerresultaten. Maar succesvolle leer- werkgemeenschappen ontstaan meestal niet spontaan. Docenten moeten leren hoe ze moeten samenwerken. Lerarenopleidingen besteden echter niet veel aandacht aan het leren samenwerken, constateert Marjolein Dobber in het proefschrift waarop zij 21 juni promoveerde. Er zijn wel allerlei gezamenlijke activiteiten, maar leren samenwerken is daarbij geen expliciet leerdoel. In haar proefschrift laat Dobber zien hoe je binnen lerarenopleidingen leer-werkgemeenschappen kunt opzetten.

{noot}
Collaboration in groups during teacher education, Marjolein Dobber, proefschrift Universiteit Leiden.

Leergedrag peuters
Kinderen die weinig initiatief tonen of juist heel impulsief reageren, hebben een grote kans een leerachterstand op te lopen. Ontwikkelingspsychologe Baukje Veenstra onderzocht of dit ineffectieve leergedrag is te verbeteren door 184 peuters educatieve computerspelletjes te laten spelen. De spelletjes die ze gebruikte zijn niet alleen gericht op het bijbrengen van feitenkennis, maar ook op het ontwikkelen van leervaardigheden. Uit het onderzoek waarop Veenstra eind mei in Groningen promoveerde blijkt dat afwachtende kinderen baat hebben bij de computerspelletjes, maar bij impulsieve kinderen verslechtert het leergedrag juist. Ze gaan steeds ongeremder met de muis klikken. Wanneer een volwassene de impulsieve kinderen duidelijke instructies en feedback geeft, verbetert het leergedrag wel.

{noot}
The utility and effectiveness of an educational computer game aimed at improving ineffective learning behavior in preschool children, Baukje Veenstra, proefschrift Rijksuniversiteit Groningen. Zie ook video-interview: www.rug.nl/video/archief/BaukjeVeenstra_onderzoek

Gebaren helpen
Het is bijna onmogelijk om niet te gebaren als je praat. Terwijl je vertelt dat je een brood snijdt, maak je een snijbeweging. Zelfs blinden die met andere blinden praten, maken daarbij gebaren. Taalwetenschapper Asli Özyürek doet al tien jaar onderzoek naar taal en gebaren. Sinds september 2010 is ze hoogleraar aan de Radboud Universiteit, eind mei hield ze haar inaugurele rede. Proefpersonen die tijdens het praten niet mogen gebaren, gaan minder vlot spreken en hebben moeite met het vinden van het juiste woord. Uit hersenonderzoek blijkt ook dat de luisteraar een spreker sneller begrijpt als er gebaren worden gemaakt. Özyürek toonde aan dat taal en de daarbij horende actie in overlappende hersengebieden zitten. Daardoor zorgen gebaren er ook voor dat woorden in de eerste en tweede taal sneller worden geleerd.

{noot}
Language in our hands: the role of body in language, cognition and communication, inaugurele rede prof. dr. Asli Özyürek, Radboud Universiteit.

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.