• blad nr 12
  • 25-6-2011
  • auteur G. van der Mee 
  • Redactioneel

Leerlingen volgen onderwijs dat te hoog gegrepen is’  

De onderkant van het vmbo loopt leeg

De basisberoepsgerichte leerweg loopt langzaam leeg. In zes jaar tijd nam het aantal leerlingen af met maar liefst 40 procent, zo’n 14.000 minder. Waar zijn ze naar toe? Mike Jolink en Paul Scholte van EB management gingen op zoek en vonden een nieuwe trend: de opstroom. “Steeds meer leerlingen volgen onderwijs dat te hoog gegrepen is voor ze.”

In het vmbo is een opleiding geruisloos maar in rap tempo aan het verdwijnen. De basisberoepsgerichte leerweg, bedoeld voor de leerlingen van het laagste niveau, ging in zes jaar tijd van 35.575 naar 21.231 leerlingen, dat zijn er maar liefst 14.344 minder, oftewel 40 procent. Vooral de sector techniek had onder de leegloop te lijden, daar verdwenen ruim 5000 leerlingen.
Waar zijn al die leerlingen heen, vroegen Mike Jolink en Paul Scholte zich af. Ze werken bij EB management, een onderwijsadviesbureau, opgezet door voormalig vmbo-leraar Jan Engberts, dat zich vooral bezighoudt met ondersteuning en onderzoek van het beroepsonderwijs. Jolink deed onderzoek aan de hand van onder andere de cijfers van het ministerie van Onderwijs. Daaruit was te halen dat de andere leerwegen met 4000 gegroeid zijn, maar dan waren er altijd nog 10.000 zoek. Uiteindelijk werd er een trend zichtbaar die zich in het hele voortgezet onderwijs voordoet: de opstroom.
In het EB-kantoor in Driebergen tekent Paul Scholte een opwaartse lijn die loopt van het praktijkonderwijs tot aan het gymnasium. “Steeds meer leerlingen volgen onderwijs dat eigenlijk net iets te hoog gegrepen voor ze is. Daardoor loopt de onderkant van het vmbo leeg en krijgen havo en vwo steeds meer leerlingen.” Het is een hypothese want de opstroom werd verder nooit onderzocht, maar feit is dat in dezelfde periode havo/vwo er 9000 leerlingen bij kregen.

Twijfelgevallen
Paul Scholte en Jan Engberts beschrijven de nieuwe trend in een artikel ‘De basisberoepsgerichte leerweg verdwijnt’. Daarin vragen ze zich af wat er aan de hand kan zijn. ‘Is hier sprake van een plotselinge, heftige opleving van schoolintelligentie van de jeugd? Dat lijkt ondenkbaar. Is er sprake van een niveaudaling van het vmbo in het algemeen waardoor leerlingen nu hoger instromen? Zijn de drempels van de Cito-scores ongemerkt verlaagd?’
En, wat is het antwoord?
Jolink: “Er is niet één antwoord. Het is een complex probleem waar iedereen een steentje aan bijdraagt. Het begint met de advisering op de basisschool. Die heeft belang bij een hoog advies, want dat staat goed op hun kwaliteitskaart. Twijfelgevallen krijgen sneller een hoger advies, bijvoorbeeld voor de theoretische leerweg of voor de havo.”
Scholte: “Het is nog steeds zo dat je naar het vmbo móet, naar de havo mág je. Als een leerling een advies krijgt dat tussen vmbo en havo in ligt, dan lopen ouders de hele stad af op zoek naar een school die hun zoon of dochter wil hebben op de havo. Die is altijd wel te vinden. Voor leerlingen is dat desastreus, want ze struikelen toch en dan moeten ze afstromen. Zoiets werkt heel demotiverend en dan haken ze af.” Hij wijst op een onderzoek dat op tien scholen voor voortgezet onderwijs in Arnhem is gedaan naar het niveau van de leerlingen uit de eerste klas. Daaruit bleek dat elke klas wel een paar leerlingen heeft die eigenlijk een niveau lager zouden moeten zitten. Jolink voegt daaraan toe dat 95 procent van de havo-leerlingen die op een roc belanden, het diploma nooit heeft gehaald en dat het slaagpercentage havo/vwo in de afgelopen jaren gestaag is gezakt.
Is het erg dat het vmbo leeg- en de havo volloopt?
Jolink: “Ja, het heeft dramatische maatschappelijke gevolgen, want er zijn heel veel vakmensen nodig zowel voor techniek als voor de zorg.”
Scholte: “Vanmorgen hoorde ik nog op de radio dat er nu al een tekort is van 2500 vaklieden alleen in de metaal. Sommige bedrijven kunnen daardoor geen orders aannemen. De werkelijke tekorten in de ambachtelijke sector zijn daar een veelvoud van. Als je naar de hele beroepskolom kijkt, zijn ook lager geschoolden hard nodig. Wij zijn nu een opleiding bestrating aan het opzetten. Mensen weten niet wat daar allemaal bij komt kijken. In zo’n opleiding gaat het ook over straatmeubilair, leidingen en waterafvoer. Zo zijn er zoveel mooie vakken waar je goed mee kunt verdienen, schoenherstellers, medisch instrumentenmakers, maar ze zijn blijkbaar niet populair. Terwijl lager opgeleiden nu sneller aan een baan komen dan hoger opgeleiden! Bedrijven beginnen steeds meer zelf opleidingen op te zetten. Eigenlijk zijn we dan weer terug bij af, want het vmbo werd indertijd opgezet om de vakopleidingen te verbreden.”

Druk van ouders
De negatieve gevolgen van de leegloop zijn nog niet overal doorgedrongen, maar volgens Scholte zitten directeuren techniek nu wel met kostbare afdelingen die leegstaan en treden er ongewenste effecten op. “Om een klas vol te krijgen worden er heterogene groepen gevormd met leerlingen van heel verschillende niveaus. De leerlingen van de kaderberoepsopleiding worden dan al snel op een te laag niveau aangesproken, want er zitten ook basisberoepsleerlingen en kinderen met een lwoo-indicatie (leerwegondersteunend onderwijs) in de klas. Docenten zijn vaak niet opgeleid voor dergelijke klassen.”
Ouders bepalen de markt in onderwijsland. Als zij hun kinderen niet meer naar het vmbo willen sturen en scholen werken daaraan mee, wat kun je dan nog doen?
Scholte: “Misschien moet er minder vrijheid komen in schoolkeuze, in sommige steden is dat nu al zo. Of strengere regels. Scholen zullen zelf nooit toegeven dat ze zwichten voor de druk van ouders of dat ze zo adviseren om een hogere doorstroom te krijgen. Ik belde zelf met een aantal directeuren die mij alleen maar politiek correcte antwoorden gaven. Toen een stagiaire van ons de directeuren belde, kreeg ze een heel ander verhaal. Scholen manoeuvreren, ze weten van elkaar dat het zo is, maar zien het probleem toch niet onder ogen. Als jij een krimpende school hebt, ga je geen leerlingen weigeren, ook al is iemand niet geschikt voor de havo. Vaak gaat het onder het mom dat je het kind toch een kans moet geven, hij kan altijd nog een stapje terug doen. Alleen, bij deze kinderen weet je meestal van tevoren al dat dat stapje terug er komt.”

Schoonheid
Als u de minister een advies mocht geven over de leegloop van het vmbo, wat zou u dan zeggen?
Scholte, met stemverheffing: “Dat er een opleiding móet komen voor vaklieden. Tenzij de minister binnenkort 120 euro per uur wil betalen voor een loodgieter die in zijn Audi voor komt rijden om het lek in de badkamer te dichten.” En als die opleiding de basisberoepsgerichte leerweg is, dan heeft hij daarbij nog het dringende advies om de lwoo-leerlingen niet te mengen met leerlingen die talent hebben voor goed vakmanschap. “De lwoo-leerlingen moeten ook een vak leren, maar op hun manier. Samen naar school is hier te ver doorgeslagen. We pleiten niet voor een standenschool, maar alles wijst erop dat de basisberoepsgerichte leerweg aan populariteit heeft ingeboet omdat er leerlingen tussen zitten die om een andere begeleiding vragen.”
Jolink wil dat de minister sterker inzet op de profilering van de opleiding. “Leerlingen moeten sneller de schoonheid van een vak zien. Daarom moet er meer praktijk in de opleiding. Ik denk dat de gemengde leerweg het daarom nu beter doet dan de theoretische, omdat er een praktijkvak in zit.”
Scholte denkt aan een soort denktank voor het vmbo: “Directeuren van vmbo en mbo die met elkaar praten wat er nu moet gebeuren.”

{kader}
Crisis van invloed

Adriaan de Graaff is directeur van het Arentheem College in Arnhem. Onderdeel van deze interconfessionele school met vier locaties is het gloednieuwe Leerpark Presikhaaf voor vmbo-leerlingen. “Tien jaar geleden was de prognose anders, de aanmeldingen voor de basisberoepsgerichte leerweg zijn inderdaad teruggelopen. We compenseren dat nu met andere opleidingen zoals vmbo gemengd en theoretisch.”
De Graaff denkt dat de crisis van invloed is geweest op de daling bij technische opleidingen, vooral de bouw. “De teneur is inderdaad dat er minder vmbo’ers komen en dat de havo/vwo-instroom steeds groter wordt. Wij mopperen met elkaar ook wel eens dat er te veel opstroom is.” Hij betwijfelt echter of de oorzaak ligt bij een hogere advisering van de scholen. Eerder denkt De Graaff dat er nagedacht moet worden over andere toelatingsnormen. “De tijden zijn veranderd. Het hangt ook af van de filosofie die je hanteert. Geef je bij twijfel leerlingen een kans, omdat hij later altijd nog kan afstromen, of niet?”
Hij vindt de basisberoepsgerichte leerweg een prima opleiding. Het idee dat je een 'loser' bent als je daar terechtkomt, wordt volgens hem maar door een kleine groep gedeeld. “Als jij op een verjaardag vraagt wat iedereen heeft gedaan, blijkt de helft gewoon op het vmbo gezeten te hebben.” Het pleidooi om lwoo-leerlingen apart op te vangen deelt hij niet. “Juist voor deze leerlingen is het goed om met hun handen te werken en een vak te leren. Kinderen die systematisch grenzen overschrijden, vind je in alle opleidingen. Dat is heel lastig, maar je kunt ze moeilijk wegsturen want dan moet je een andere school zien te vinden.”

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.