• blad nr 12
  • 25-6-2011
  • auteur . Overige 
  • Redactioneel

 

De meerderheid en niet de pestkop aan de macht

Nieuw schooljaar, nieuwe groepen, nieuwe kansen. Maar hoe voorkom je als docent dat één leerling al snel alles voor de hele klas bepaalt, samenwerken op ruzie uitloopt en er vervolgens een lijst met slechte cijfers ligt? Door in de eerste weken tijd te maken om de klas te begeleiden bij het samenstellen van de groepsregels, zegt René van Engelen, leerkracht en schrijver van Grip op de groep.

Tekst Andrea Holwerda

Het was zijn tweede jaar op basisschool de Viermaster in Papendrecht en René van Engelen (45) had zin om met zijn nieuwe groep 6 aan de slag te gaan. “Ik was blij dat ik uiteindelijk toch voor het basisonderwijs gekozen had, voelde me echt op mijn plek, nadat ik eerder bedrijfseconoom, economiedocent op het mbo en leraar bedrijfskunde en hoger management op het hbo was geweest.”
Maar waar hij in zijn eerste jaar een rustige, gezellige klas had, bleek zijn nieuwe groep al snel heel anders in elkaar te zitten. De leerlingen waren onrustig, er hing een negatieve sfeer, sommige kinderen werden gepest, vertelt Van Engelen. Ontevreden over de situatie vroeg hij een orthopedagoog om advies. Die gaf hem als tip vaker in te grijpen en duidelijk aan de leerlingen te laten merken dat hij niet blij was met de sfeer in de groep.
Maar hoe duidelijk Van Engelen ook probeerde te zijn, er veranderde niets. Toen hij opnieuw over een oplossing voor de situatie aan het nadenken was, dacht hij ineens: het ligt aan de groep. “Ik herinnerde me plotseling een theorie over een lastige groep medewerkers. Die medewerkers vormden samen een negatieve groep: je had een dictator, een aantal meelopers en een zondebok.”
Hoe langer Van Engelen erover nadacht, hoe duidelijker het voor hem werd: hij had zo’n negatieve groep te pakken. “Ik kon het plaatje zo invullen. Een onzekere leerling was een dictator geworden. Hij had – op zoek naar zekerheid – de groepsregels bepaald en speelde nu de baas over iedereen.”

Groep
De vraag was nu wat hij daaraan kon veranderen. Van Engelen ging op zoek naar meer informatie, maar kon weinig vinden. Dus begon hij zijn eigen onderzoek en vertaalde, door goed naar zijn groep te kijken, te praten met collega’s en gewoon dingen uit te proberen, stukje bij beetje de theorie uit het bedrijfsleven naar het onderwijs. Zijn inzichten bundelde hij in Grip op de groep (2007) en Bouwen aan je groep, dat deze zomer uitkomt.
“Het antwoord op de vraag wat je kunt doen is namelijk: veel”, lacht Van Engelen. De leerkracht heeft volgens hem echt de sleutel in handen, kan ervoor zorgen dat zijn of haar groep niet negatief maar positief is. Maar, zo zegt Van Engelen gelijk, alleen als de leerkracht de klas op het juiste moment begeleidt. Om precies te zijn: alleen in de eerste zes/zeven weken van het nieuwe schooljaar.
Dat is namelijk de tijd waarin een klas een groep wordt, stelt hij. “De zomervakantie heeft alle leerlingen gereset: ze weten nog wel wie wie is en wie ze aardig en niet zo aardig vinden, maar de regels van de groep moeten opnieuw worden bepaald. Er moet opnieuw een antwoord komen op de vraag wie de macht krijgt: de meerderheid of de pestkop.”

Samen nadenken
En daar kun je als leerkracht invloed op uitoefenen. “Een docent kan een klas namelijk als geen ander doorgronden”, stelt Van Engelen. “Natuurlijk met behulp van collega’s die de dingen zien en horen die buiten het klaslokaal gebeuren. Maar als het goed is weet de docent heel goed dat die en die leerling heel onzeker is, die heel zorgzaam enzovoorts.”
De leraar moet ervoor zorgen dat niet één van die onzekere leerlingen de kans krijgt om alle regels in zijn eentje te bepalen, stelt Van Engelen. “Je moet de klas motiveren samen na te denken over de dingen die zij belangrijk vinden.”
Dat kan door met voorbeeldverhalen aan de slag te gaan en er op die manier over te praten dat je niemand moet buitensluiten en dat het goed is om elkaar te helpen, vertelt Van Engelen. Daarnaast is het slim een groep hechter te maken door ze samen spelletjes te laten spelen als blindemannetje, waarbij de één de ander geblinddoekt door het klaslokaal moet leiden zonder tegen iets aan te botsen. “Zo leren ze op elkaar te vertrouwen.”
Als het goed is voelen uiteindelijk alle leerlingen zich dan zo op hun gemak dat ze durven te zeggen hoe zij vinden dat het het komende schooljaar in de klas moet gaan. Het laatste stukje, het daadwerkelijk vaststellen van de regels, doen ze vervolgens zelf, zegt Van Engelen. “Vanaf groep 6 dan, want dan geldt echt de stem van de groep en niet die van de leraar.”

Zekerheid
Als de regels zijn vastgelegd, geven deze de groep zekerheid: zo gaat het in onze klas en niet anders, schetst Van Engelen. “Daar valt dan eigenlijk niets meer aan te veranderen.” Daarom had in zijn groep 6, waar een pestkop aan de macht was gekomen, een nieuw pakketje regels aandragen ook geen zin. “Dat wil de pestkop natuurlijk niet en hij of zij heeft het voor het zeggen.”
Het heeft dan ook geen nut de gepeste leerling te helpen steviger in zijn schoenen te staan en het probleem zo op te lossen. “Diegene wordt dan gewoon uitgelachen. Het probleem zit namelijk in de groep. De zwijgers moeten wakker geschud worden en de pestkop niet meer steunen.”
In een positieve groep kun je als leraar gemakkelijk over ruzies praten, zegt Van Engelen. “Want ook daar gebeurt nog wel eens wat. Het zijn kinderen. Maar dat is dan dus bespreekbaar.” Daarbij, zo zegt hij, lost zo’n groep het probleem vaak zelf op: als iemand een beetje raar doet, ligt diegene tijdelijk buiten de groep. Doet hij of zij weer normaal dan mag hij weer meedoen.
Dat laatste is zoals iedere leraar het uiteindelijk het liefste ziet, stelt Van Engelen. “Dan komen de leerlingen met plezier naar school en kun je samen lekker aan het werk.” Hij volgde zijn eigen inzichten dan ook op. “Ook voor mijn groep 6 gold: nieuwe ronde, nieuwe kansen.”

{noot}
Grip op de groep, door René van Engelen, juli 2010, ThiemeMeulenhoff, ISBN 9006951188, €28,50.

{kader}

‘Net zo belangrijk als oefenen met rekenen en taal’

Werken aan een positieve sfeer in de groep is net zo belangrijk voor de leerresultaten als oefenen met rekenen en taal, stelt Matty Delgrosso, directeur en leerkracht van groep 7/8 van basisschool de Flecht in Lippenhuizen. “Pas als er vertrouwen heerst in een groep, kan iedereen rustig werken.”
Om meer samenhang in de aanpak van bepaald gedrag te brengen en hun kennis over processen in de klas wat op te frissen, besloot het lerarenteam van de Friese school zich afgelopen jaar in Grip op de groep te verdiepen. Van Engelens boek werd gelezen en hij kwam een aantal keren op school langs om een workshop te geven. “Toen vielen er heel wat puzzelstukjes op hun plaats”, vertelt Delgrosso.
Dankzij het inzicht in de positieve en negatieve groep en de rollen die bepaalde leerlingen dan spelen, kan het lerarenteam nu benoemen wat ze vaak al wel zagen. Ze kunnen gedrag beter plaatsen en daardoor effectiever ingrijpen, schetst Delgrosso.
“Zo kan het zijn dat je met een voorbeeldverhaal bezig bent en dat je de groep er graag wat meer bij wilt betrekken. Dan stel je niet de leerling die de rol van joker heeft en vooral grappig wil zijn een vraag, maar juist diegene die wat serieuzer is en de hele groep vervolgens meekrijgt.”
Waar het team de inzichten dit schooljaar nog net vanaf de vijfde week kon gebruiken, zullen de leerkrachten komend schooljaar echt helemaal voorbereid aan de slag gaan. Delgrosso: “We gaan de laatste week van de vakantie met z’n allen bij elkaar zitten en over de klassen van gedachten wisselen, zodat we goed weten hoe we de groepen in de eerste weken kunnen begeleiden.”
De Flecht richt zich daarbij niet alleen op de bovenbouw. “Door ook in de onderbouw over groepsregels te praten, hopen we een goede basis te leggen voor de jaren daarna. We hebben het er in groep 1 bijvoorbeeld over dat je niet zomaar iemands speelgoed mag afpakken, maar dat je met elkaar moet afspreken wanneer de ander mag.”
Dat het begeleiden van een groep echt wat oplevert was afgelopen jaar – ondanks de late start - al te zien, stelt Delgrosso. “Leerlingen voelen zich in een positieve groep echt samen verantwoordelijk voor de sfeer. Toen er een werkstuk moest worden gemaakt, mocht iedereen met ideeën komen voor het ontwerp, er was echt ruimte om daar met elkaar over te discussiëren. Uiteindelijk was de hele klas trots op het eindresultaat.”


Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.