• blad nr 12
  • 25-6-2011
  • auteur W. de Lange, de 
  • Column

 

Ups en downs

We zijn op kamp en doen een avondspel. ‘Bergje op, bergje af’ heet het. Je moet er in de avondschemering een heuvel voor afrennen en weer opklauteren, je moet goed zoeken, een beetje nadenken en samenwerken. Ik sta klaar, voorbereid op de vorige oorlog. Dat was er één van wedijver, zand gooien, enthousiasme en vals spelen. Dit keer zal alles anders gaan.
“Juf, ik kan niet meer, ik heb echt buikpijn”, kreunt Cynthia. Ze heeft zich meester gemaakt van een kampeerstoeltje voor docenten en vraagt me haar buik te voelen. Ik weiger. Cynthia heeft altijd ‘echt’ pijn aan iets. “Kom op! Je wilt toch dat je team wint?” Nou nee, dat kan haar niks schelen, eigenlijk. Ze grijpt kwaad haar mobieltje. Gelukkig duwt een teamgenoot haar het spel weer in.
Kleine Mireille komt nauwelijks de berg meer op. “Kom op! Je kan het, Mireille”, roep ik, nog ongeschokt in mijn rol. Eenmaal boven stampt ze meteen kwaad weg. “Ik wil niet meer. Ik wil naar huis! Ik ben ziek.” Astma-aanval? Kan, in haar geval. Hup, op het kampeerstoeltje. Meteen staan er een paar jongens omheen. Gaat het Mireille? Lukt het Mireille? Ze piept, zucht, sms-t en kijkt verwijtend in de richting van de docenten.
Een minuut later begint Sola te hyperventileren. Hup, op het andere kampeerstoeltje. Weer staan er meteen een paar jongens omheen. Gaat het Sola? Lukt het Sola? Ze zwijgt en hijgt.
Dinah kan dit beter. Ze besluit gewoon onmiddellijk tot een soort van sterven. Ze rolt met haar ogen, kan niet meer lopen of staan, en ademt nog raarder dan Mireille of Sola. Van ‘bergje op, bergje af’ is geen sprake meer. Hup, dan maar met zijn allen naar het kamp. Mireille en Sola lopen gelukkig zelf, wolken van verwijt boven hun hoofd. Het regent, ze hebben een heel eind gefietst, ze hebben van alles gedaan en dan nog ‘bergje op, bergje af’ in het donker…?!
Dinah wordt door twee sterke jongens voortgezeuld naar ons basiskamp, haar voeten slepend door het zand. Daar gaat ze luidruchtig hijgend op een stoel zitten, zonder iets te zeggen en zonder door haar inhaler (ook al astma) te willen ademen. De leerlingen om Dinah heen eisen een ambulance, maar dat clubje wordt steeds kleiner. De rest wil bingoën. Dinah laat haar hoofd achterover vallen en ademt steeds luidruchtiger. Op een gegeven moment valt ze van het stoeltje af en rolt op de grond. Het meisje achter haar gilt het uit. “Zag je die koprol, heel goed over nagedacht”, fluistert mijn collega me in het oor en grijpt in. Dinah wordt opgehesen en we bellen haar moeder. Wat is het nummer van je moeder? Dinah fluistert …één… (kreun) …drie… (tbc-hoestje) …acht… (licht hijgen)... Moeder kiest onze lijn: ophouden met aanstellen, rustig ademen en gewoon meedoen.
Dinah heeft daar even tijd voor nodig. Ze mag in de regen blijven zitten. Wij gaan bingoën. Een paar minuten later sluipt ze naar binnen. “Stom spel, zeg!”, roept ze vijf minuten later, geheel bij stem. “Je zou niet zeggen dan we vet veel voor dit kamp hebben betaald.”

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.