- blad nr 12
- 25-6-2011
- auteur R. Voorwinden
- Redactioneel
Onderzoek pabo Almere en VU Amsterdam
Juf is geen verklaring voor gedragsproblemen bij jongens
- Juffen houden niet van jongensgedrag maar van meisjesgedrag: leerlingen moeten rustig zijn, stil zitten en in harmonie samenwerken.
“Dat zeggen veel mensen, ja, de laatste jaren. En de feminisering van het onderwijs valt, in elk geval in aantallen, niet te ontkennen: vooral op de basisschool werken veel meer vrouwen dan mannen. Maar om nu te zegen dat jongens en juffen last hebben van elkaar, is nergens op gebaseerd. Tenminste, in mijn onderzoek heb ik geen enkele relatie gevonden tussen gedragsproblemen van jongens en het geslacht van de leerkracht.”
- Dus we zeggen gewoon maar wat, met z’n allen?
“Ehm… ja dus. Vooral in de populaire media. Er worden veel columns geschreven door mensen die het zielig vinden dat jongens zo vaak les krijgen van juffen.”
- Bent u al gebeld door hoogleraar Tavecchio, die al jarenlang zegt dat feminisering van het onderwijs slecht is?
“Nog niet, maar hij mag best bellen. Tavecchio zegt dat vrouwelijke leerkrachten meer rekening moeten houden met het drukke gedrag van jongens. Dat kan best waar zijn, maar dat advies geldt dan net zo goed voor meesters.”
- Die gedragsverschillen tussen jongens en meisjes zijn er wel?
“Uiteraard, dat is een gegeven. Jongens zijn een stuk drukker dan meisjes, ze vertonen meer agressie, zijn impulsiever en minder geconcentreerd. Dat komt ook uit ons eigen onderzoek naar voren.”
- Wat is de belangrijkste conclusie?
“De belangrijkste conclusie is dat het, op het gebied van gedragsproblemen, geen enkel verschil maakt of jongens van een meester of juf les krijgen. De problemen van de leerlingen zijn in beide gevallen even groot of klein. Dat zeggen de meesters en juffen zelf, en dat wordt bevestigd door de ouders.”
- Einde discussie dus?
“Ik vind het heel goed dat er eindelijk duidelijkheid is in deze zaak, dat we nu een stevig wetenschappelijk onderzoek hebben gedaan.”
- Zegt de wetenschapper in u.
“Ja. En de docent in mij is blij dat ik nu op de pabo met zekerheid kan zeggen dat jongens niet de dupe zijn van de juffen. Studenten willen dat graag weten, ze zijn heel erg geïnteresseerd in dit onderwerp.”
- Wat vinden die studenten er zelf van?
“Die vinden het absoluut ook jammer dat er zo weinig jongens op de pabo zitten. Die jongens vinden het trouwens nog wel leuk, al die meiden om hen heen, en ze kunnen elkaar hier op de pabo ook nog wel opzoeken. Maar op de basisschool zitten ze straks als man vrijwel alleen tussen al die vrouwenpraat in de lerarenkamer. Soms is er maar één enkele andere man op school – en dat is dan vaak ook nog de directeur.”
- Hoe heeft u uw onderzoek uitgevoerd?
“Ik heb vroeger op de Vrije Universiteit gewerkt, en ik wist dat daar gegevens lagen waarmee ik deze zaak zou kunnen onderzoeken. Er zijn heel veel gegevens opgenomen in het Nederlandse Tweelingen Register. Met die bestaande gegevens hebben we nieuwe combinaties gemaakt.”
- Was dat veel werk?
“Pffff…”
- Ja dus.
“Laat ik het zo zeggen: de gegevens waren er al, we hoefden ‘alleen nog maar’ wat te combineren, statistiek erop los te laten, literatuur erbij te zoeken en alles op te schrijven. Daar hebben mijn collega’s bij de VU en ik dus negen maanden aan gewerkt, een dag per week.”
- Maar dan heb je ook wat. Feminisering van het onderwijs is geen probleem: eind goed, al goed.
“Nou, ik zou zelf graag meer mannen in het onderwijs zien: je hebt zowel mannen als vrouwen nodig, voor de klas.”
- Terwijl u net heeft bewezen dat het niets uitmaakt.
“Voor gedragsproblemen bij leerlingen niet, nee. Maar er zijn ook andere zaken belangrijk: rolmodellen bijvoorbeeld. Ik kan me voorstellen dat als jongens nooit les krijgen van een meester, het beroep van leraar helemaal aan ze voorbijgaat. Alleen daarom al zou ik graag meer mannen voor de klas zien.”
{kader}
Het onderzoek
Jongens vertonen bij een juf niet meer of minder gedragsproblemen dan bij een meester. Dat blijkt uit het onderzoek ‘Sekse van de leerkracht en probleemgedrag bij leerlingen’ van Windesheim Flevoland en VU Amsterdam.
De onderzoekers namen een populaire redenering onder de loep. Die gaat als volgt: ruim 80 procent van de leerkrachten in het basisonderwijs is vrouw. Dat zou leiden tot vervrouwelijking van het onderwijs, waardoor traditioneel vrouwelijke zaken als samenwerken, taalvaardigheid en communicatie centraal komen te staan. Dat botst met het drukke en agressieve gedrag van jongens, die daardoor in het nadeel zijn met een juf als leerkracht. De jongens zouden uiteindelijk gedragsproblemen krijgen van al die juffen.
Om te onderzoeken of deze theorie klopt, koppelden de onderzoekers gedragsproblemen van leerlingen aan het geslacht van hun leerkracht. Daaruit bleek dat jongens evenveel gedragsproblemen vertonen bij juffen als bij meesters. Dat geldt trouwens ook voor meisjes.
Die gegevens werden weer getoetst aan de mening van de ouders. En ook ouders vinden dat het, wat gedragsproblemen betreft, niet uitmaakt of een jongen les krijgt van een juf of een meester.
Het onderzoek is uitgevoerd en gepubliceerd door dr. Marjolein Rietveld van Windesheim Flevoland, dr. Toos van Beijsterveldt en hoogleraar Dorret Boomsma van de Vrije Universiteit Amsterdam.