• blad nr 11
  • 11-6-2011
  • auteur J. van Aken 
  • de Vereniging

 

Workshop autisme

Reguliere scholen krijgen in toenemende mate met leerlingen met autisme te maken. Inge Wagemaker, pedagoog en moeder van een zoon met autisme, gaf leerkrachten in Den Haag tips over de omgang met autisme.

Inge Wagemaker is pedagoog en moeder van David (12), die het syndroom van Asperger heeft. Samen met haar zoon maakte ze het boek Wat is er toch met Kobus?. David tekende het stripverhaal, Wagemaker schreef de teksten. “Een rat met autisme legt uit wat het is en hoe het is om autisme te hebben.”
In het onderwijs bestaat nog veel onwetendheid over de stoornis, zegt ze tegen de kleine twintig leerkrachten die op 26 mei in Den Haag een workshop over autisme volgen. “Door bezuinigingen zullen autistische leerlingen met een normale intelligentie steeds vaker in reguliere klassen blijven”, houdt ze de aanwezigen voor.
Bij mensen met autisme verloopt het betekenis geven aan waarnemingen anders. “Je moeder leert je dat je op een verjaardag de aanwezigen een hand geeft. Het kan gebeuren dat iemand met autisme een kroeg binnenkomt en iedereen de hand gaat schudden. Zij pikken geen signalen uit de omgeving op dat dat niet gebruikelijk is”, verklaart Wagemaker.
Mensen met klassiek autisme zijn doorgaans niet erg flexibel, vervolgt ze. Zaken veranderen is daardoor ingewikkeld en moet je vooruit plannen met hen. “Anders kan er blinde paniek ontstaan, die zich kan uiten in woede.” Probeer als leerkracht een balans te vinden in hoeverre je daarin meegaat, adviseert ze. “Deze leerlingen moeten eraan wennen dat het niet altijd gaat zoals ze in hun hoofd hebben.”
De meeste autistische leerlingen hebben een strategie om de wereld veiliger te maken. “Ze hebben vaak een obsessie, een ‘fiep’, die een houvast is in een onveilige situatie. In kennis kun je je veilig voelen.” Een leerkracht vertelt dat een van haar leerlingen alle treintijden uit zijn hoofd kent.
Een misvatting is dat kinderen met autisme nooit oogcontact maken. “Sommigen doen dat niet omdat ze gezichtsuitdrukkingen niet kunnen lezen en die leiden dan af van de inhoud. Dan is het funest als een juf zegt: Kijk me aan als ik tegen je praat.”

Tips
Wagemaker gaf een aantal tips voor leerkrachten. Gebruik tegen autistische leerlingen geen figuurlijk taalgebruik zonder uitleg. “Als ik zeg dat iets gesneden koek is en een autist heeft die uitdrukking nooit gehoord, zal hij op zoek gaan naar koek en een mes.” Zeg duidelijk wat je bedoelt: “Niet: ik kom zo bij je, maar ik ben er over vijf minuten.” Gebruik ouders als experts. “Leerkrachten denken vaak dat ze zonder tips kunnen, maar je hebt er wat aan als je hoort hoe ouders thuis ergens mee omgaan en ouders voelen zich gehoord.”
Stella van Zelm, leerkracht groep 1/2 op de Prinses Christinaschool in Maassluis, vertelt dat ze een autistische leerling heeft in haar groep van 32 kinderen. “Hij heeft ook een fiep, met treinen, het heelal en auto’s. Ik wist niet dat fieps uitingen kunnen zijn van een ongemakkelijk gevoel. Nu kan ik denk ik beter inschatten dat het een signaal is.” Ze gaat het onderwerp delen met haar teamleden. “Ik ga een stukje over de workshop schrijven. Het is bijvoorbeeld belangrijk dat ze weten dat een autistisch kind je niet altijd in de ogen kijkt.”

Het is de bedoeling dat Inge Wagemaker vanaf september voor de AOb op scholen voorlichting over autisme gaat geven.

Dit bericht delen:

© 2021 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.