• blad nr 11
  • 11-6-2011
  • auteur . Lachesis 
  • Column

 

Verkeersexamen

Een week voor het praktisch verkeersexamen heeft Jacco nog steeds geen fiets. Ik heb de moed al opgegeven. Dan staat hij plotseling vrolijk voor me. Komt u even mee? Ik loop naar het fietsenhok. Daar staat een gekleurde omafiets met een mand voorop. Mooi hè, zegt Jacco. Ik slik. Dus dat is jouw nieuwe fiets, vraag ik geheel ten overvloede. Jacco knikt blij. Leuk hoor, zeg ik terwijl ik mijn best doe om enig enthousiasme in mijn stem te leggen. Jeetje, denk ik aangeslagen als ik weer terugloop naar mijn klas, eerst heeft die arme jongen helemaal geen fiets en nu moet hij op zo’n suffe meidenfiets rijden. Als ik een paar dagen later de leerlingen opstel in de rij om naar de plek waar het verkeersexamen wordt afgenomen te vertrekken, zie ik tot mijn verbazing dat vrijwel alle jongens zo’n fiets hebben. Het is kennelijk in de mode. Anouk en Marloes fietsen voorop, dat heb ik expres zo geregeld. Het zijn lieve, gehoorzame meisjes en ik weet zeker dat zij zich mijn vermaningen goed herinneren.
Ik heb een hekel aan fietstochtjes met de klas. Ik vind de verantwoordelijkheid voor zo’n tochtje zwaar. Ongeduldige automobilisten, plotseling remmende leerlingen, onophoudelijk geschreeuw: ‘hou eens op met inhalen’, ‘kijk eens uit waar je rijdt, sukkel’. Het valt nooit mee. Vorig jaar stond het schaamrood me op de kaken toen de hele groep tot stilstand werd gedwongen door een politieagent in burger die, terwijl hij netjes voor de groep gestopt was met zijn auto, geconfronteerd werd met de uitdagend opgeheven middelvingers van Koert en Stephan. Om die reden was de lijst met instructies dit keer langer dan ooit. Ik waande me veilig met Anouk en Marloes aan kop. Nooit heb ik mij ernstiger vergist. Bij de eerste hindernis - een grote drukke verkeersweg - rijden ze zonder aarzelen met een flinke vaart de weg op om met piepende remmen op de vluchtheuvel tot stilstand te komen. De rest van de klas strandt hopeloos midden op de weg. Overal stoppen auto’s en bereiken mij blikken van onbegrip. De stagiair die op een geleende fiets achteraan rijdt en speciaal is meegenomen om samen met mij het verkeer tegen te houden op deze weg, is in geen velden of wegen te bekennen. Als ze eindelijk aan komt fietsen blijkt dat ze niet bij het zadel van haar geleende fiets kan komen. Mijn getier moet beslist de hele wijk opgeschrikt hebben. Als door een wonder komen we heelhuids bij het vertrekpunt aan.
Als ik mijn leerlingen een voor een weg zie fietsen om examen te doen weet ik zeker dat dit jaar de helft van de klas zakt. Aan het eind blijkt Lauren zoek. Ongerust tuur ik in de verte. Lauren zit pas sinds dit schooljaar op school, ze zou de weg toch wel weten? Een verkeersassistent tuurt angstvallig met mij mee. Vorige week waren we er een kwijt, vertelt de assistent met een grafstem. Het heeft uren geduurd voor we die jongen terug hadden. Ik kijk haar verschrikt aan. Het lijkt me niets voor Lauren om kwijt te raken, zeg ik vastbesloten. Maar ik heb natuurlijk geen enkele reden om vandaag zo zelfverzekerd te zijn over mijn leerlingen. Ik heb me vandaag immers ook al in Anouk en Marloes vergist. Net als ik aan de wanhoop ten prooi dreig te vallen, komt ze de hoek omfietsen. Afslag gemist, roept ze vanuit de verte. Tot mijn verwondering blijkt iedereen ook nog eens te zijn geslaagd.

Dit bericht delen:

© 2021 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.