• blad nr 11
  • 11-6-2011
  • auteur R. Wisman 
  • Redactioneel

Groeiend tekort aan basisschoolleiders  

Kweekvijvers moeilijk te vullen

Basisschooldirecteuren gaan de komende jaren in groten getale met pensioen. Leerkrachten staan echter niet in de rij om de plaats van schoolleider over te nemen.

Er zit een groeiend tekort aan schoolleiders aan te komen, constateert Ton Duif, voorzitter van de Algemene Vereniging van Schoolleiders (AVS). “We zitten in de beginfase van een grote uitstroom.” Dat komt door de vergrijzing: omvangrijke groepen schoolleiders gaan met pensioen. De nieuwe aanwas is te klein om hen te vervangen.
Dat merkten schoolbesturen vorig jaar al, blijkt uit een onderzoeksrapportage van de AVS naar de vacatures uit 2009/2010. Voor de functie van directeur en adjunct-directeur was een kwart tot een derde niet op de geplande ingangsdatum ingevuld. Een derde van de 384 ondervraagde scholen had ‘veel’ tot ‘zeer veel moeite’ de vacature van directeur in te vullen die in een kwart van de gevallen ontstond doordat de zittend schoolleider met pensioen ging.
“Gelukkig zijn er nog steeds mensen die schoolleider worden”, zegt Duif, maar hij signaleert een toenemende aarzeling die hij overigens prima begrijpt: “Het is een zware klus die financieel en facilitair onvoldoende ondersteund wordt. De kweekvijvers zijn steeds moeilijker te vullen. Het valt niet mee mensen te enthousiasmeren voor het vak.”
“Bijna niemand staat te trappelen om schoolleider te worden”, vult Tineke Hagen, directeur van de Graaf Florisschool in Vogelenzang hem aan.
Zij weet uit ervaring hoe zwaar de klus is. “Vroeger had het hoofd van de school een eigen klas, en was deze een middag per week bezig met schoolleiderstaken. Nu heb je zoveel op je bordje dat je je nauwelijks meer met het primaire proces bezig kunt houden. Voor- en naschoolse opvang, passend onderwijs. Er zijn veel regels bijgekomen, en daarmee een hoop papierwerk. En dan gaat het beleid ook nog voortdurend op de schop. Hadden we net de onderwijskwaliteit van rugzakleerlingen met behulp van ambulante begeleiding geborgd, nu mogen we het weer terug gaan draaien.”
Omdat haar school in een krimpgemeente staat, de leerlingaantallen daalden in vijf jaar tijd van 110 naar 60, werkt ze aan een fusie. Ook een klus die Hagen er ‘even’ bij doet. “Terwijl ik er niet deskundig in ben.” Een secretaresse en conciërge zijn er niet, dus ook die taken komen erbij. “Ik doe zelf alle inkomende post. Gisteren liep ik het toiletpapier bij te vullen.”
Gemiddeld maakt Hagen ongeveer tien overuren per week. “Ook ‘s avonds en in het weekend ben ik regelmatig voor school bezig. Ik kan mij voorstellen dat leerkrachten daarvoor bedanken.”
Annelies Aalbers, directeur van de Paschalisschool (580 leerlingen) in Wychen, werkt structureel tien tot vijftien uur per week over. Het vrijwilligerswerk dat ze jarenlang deed - crisisopvang en de begeleiding van vluchtelingen - gaf ze op sinds ze directeur is. “Daar heb ik geen tijd meer voor.”
De Paschalisschool is onderdeel van een nieuwe brede school met tien partners in één gebouw. Een mooi concept dat ze een warm hart toedraagt. “Maar het kost tijd om tien neuzen dezelfde kant op te laten wijzen. Dat wordt op geen enkele manier gewaardeerd. Het ambitieniveau is te hoog ten opzichte van het geld dat ertegenover staat. Dat maakt het lastig de onderwijskwaliteit te leveren die de samenleving van je verwacht.”

Doorpakken
“Veel van je werk is onzichtbaar”, vervolgt ze. Net als haar collega-directeur Hagen mist zij de aanwezigheid van een vaste conciërge voor de brede school. “Als er een ambtenaar op de stoep staat om een paar controles te doen, is er geen aangewezen persoon die hem opvangt. Dan doe ik het dus.” Waar ze ook last van heeft, zijn de regels. “Bijvoorbeeld: iemand die in dienst van de school is, mag niet ook bij de opvang werken. Een peuterspeelzaal erbij kan niet, want het lege lokaal heeft een onderwijsbestemming. Je kunt nooit even snel doorpakken.”
Beide directeuren ervaren dat ze onvoldoende aan hun kerntaken toe komen: klassenbezoeken, gesprekken met ouders en personeel. Hagen: “In het ideale geval besteed ik 80 procent van mijn tijd aan primair onderwijskundige en 20 procent aan beheersmatige taken. Ik moet ervoor waken dat het niet andersom is.”
Ook Rien Bouw, directeur van de Parkschool in Zwolle, maakt structureel te veel uren. Hij benadrukt dat het geweldig is om leiding te geven aan een schoolorganisatie. “Die blije kindergezichten inspireren enorm om schoolleider te zijn, en te blijven.” Maar net als Hagen en Aalbers komt ook Bouw tijd tekort voor de kerntaken. “Een kwart tot derde van mijn tijd besteed ik aan beheersmatige werkzaamheden.” Aalbers was vorig jaar bovendien tijdelijk de directeur van een tweede school. Een crisisoplossing die steeds vaker door schoolbesturen wordt gekozen, aldus Freddy Weima, directeur van het Sectorbestuur Onderwijsarbeidsmarkt (SBO). “Je ziet steeds meer meerschoolse directeuren. Het is de vraag of zo’n drukke schoolleider de kwaliteit kan geven die scholen nodig hebben.”

Uitholling
Ook de AVS signaleert in toenemende mate dat besturen de bezuiniging op bestuur en management opvangen door één directeur voor meerdere scholen te benoemen. “Dat is penny wise, pound foolish”, zegt Duif. “Je zet daardoor de kwaliteitsontwikkeling van scholen onder druk.”
Hij is bang dat dergelijke oplossingen op den duur leiden tot een uitholling van de kwaliteit van onderwijs. “Een sterke schoolleider zorgt voor continuïteit, rust, visie, samenhang. Daarbij is ook de fysieke aanwezigheid van belang. Er is geen bedrijf dat het redt zonder sterke directeur.” Hij wijst daarbij op het McKinsey-onderzoek naar schoolleiders dat vorig jaar rond deze tijd gepresenteerd werd. ‘Leiderschap gericht op doceren, leren en mensen is van het grootste belang voor het succes van de school’, luidt de eerste conclusie.
Ook in het ‘Actieplan beter presteren’ van minister Marja van Bijsterveldt, is aandacht voor leiderschap: ‘Een school kan nooit beter presteren dan de professionals binnen die school. Maar voor een goed functionerend team is goed, opbrengstgericht leiderschap binnen de school een voorwaarde’, aldus het rapport.
Ook de nota Werken in het onderwijs benadrukt het belang van sterk leiderschap. ‘De rol van de leiding is cruciaal als het gaat om zeer zwakke scholen. Gebrekkig onderwijskundig leiderschap en zwak bestuur zijn zowel een oorzaak van als een belemmering voor kwaliteitsverbetering.’
Bouw van de Parkschool: “De schoolleider is als sturende factor de spil van de school. Zonder kapitein kan de kwaliteit van het onderwijs alleen maar verminderen.”
Maar hoe kom je aan die kapiteins? “Er moet iets aan het imago gedaan worden”, vindt Hagen van de Graaf Florisschool.
AVS-voorzitter Duif denkt dat een verplichte startkwalificatie zou kunnen helpen om het vak een hogere status te geven. “Een managementopleiding gebeurt nu op vrijwillige basis. Een verplichte opleiding zou daaraan kunnen bijdragen.”
SBO-directeur Weima ziet een oplossing in het aannemen van schoolleiders vanuit andere sectoren. “Scholen zijn vaak huiverig om iemand zonder krijt aan de vingers aan te nemen, maar er is animo, en er zijn goede praktijkvoorbeelden.” Ook ziet hij heil in de minor ‘leidinggeven’ die sommige pabo’s aanbieden om studenten warm te maken voor een managersfunctie.

Oude mannen
Ook getalenteerde vrouwelijke en allochtone leerkrachten zouden meer gestimuleerd kunnen worden in hun managementambities, denkt Weima. In het primair onderwijs zijn vrouwen veruit in de meerderheid, maar worden directeursposities nog steeds bezet door mannen van middelbare leeftijd. “Moedig ze aan om zich op te geven voor een kweekvijver of een opleiding”, vervolgt hij. En: “Voorkom vroegtijdig uitval van beginnend schoolleiders door ze van een coach te voorzien. Daar hebben we positieve ervaringen mee.”
Directeur Bouw merkt onder collega’s veel enthousiasme om met kinderen en onderwijs bezig te zijn, maar ziet dat ze er massaal van afzien directeur te worden. Dat komt niet alleen door de chronische werkdruk en –last, maar vooral ook door de matige honorering. “De functie wordt ondergewaardeerd. Een directeur zou structureel meer moeten verdienen dan een leerkracht.”
Duif is het met hem eens. “Het verschil tussen het salaris van een leerkracht en dat van een beginnend schoolleider is soms minimaal. We hebben de laatste jaren door de directietoelage wel wat kunnen bijplussen, maar toch, docenten zeggen: Waarom zou ik voor dat beetje geld al die extra verantwoordelijkheid op me nemen?”
Hagen: “Vergeleken met mijn vorige baan als leerkracht in het speciaal onderwijs ben ik er nauwelijks op vooruit gegaan.”
Toen Aalbers directeur werd, had ze al 23 jaar voor de klas gestaan. “Ik geloof dat ik er honderd euro per maand bij kreeg. De cao is wel iets verbeterd, maar aantrekkelijk? In het bedrijfsleven zou ik drie keer zoveel verdienen. Minimaal.”

{kader}
Schoolleider worden?
Een schoolleider anno 2011 is een manager die te maken heeft met kwaliteitsverhogende ontwikkelingen in het basisonderwijs zoals de komst van de functiemix en meer hoogopgeleide leerkrachten. Door de lumpsumregeling heeft de schoolleider meer financiële verantwoordelijkheden dan vroeger en van hem wordt verwacht met visie de kwaliteit van het onderwijs te versterken.
Instellingen die (volledige) schoolleideropleidingen aanbieden zijn bijvoorbeeld: Magistrum, Penta Nova, Esan, Stenden Hogeschool, Interstudie. Een erkend instituut heeft een NVAO-accreditatie of een andere kwaliteitscertificering, zoals bijvoorbeeld de NSA-Cedeo certificering. Zie ook www.nsa.nl)

Dit bericht delen:

© 2021 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.