• blad nr 11
  • 11-6-2011
  • auteur R. Voorwinden 
  • Redactioneel

Basisscholen sluiten, fuseren, ruilen of concentreren? 

Help, Zeeland loopt leeg

Er zijn steeds minder kinderen in Zeeland, en die gaan dan soms ook nog naar Belgische scholen. Het Nederlandse onderwijs probeert het tij te keren met slimme plannen, maar of het helpt? “Het idee dat elk dorp een school hoort te hebben, moet worden losgelaten.”

Elke morgen zit Ronny van den Broecke, lid van het college van bestuur van de Zeeuwse scholenkoepel Leertij, zich weer te verbijten achter het stuur. Tijdens de rit van zijn huis naar het kantoor in Hulst, vlak bij de Belgische grens, komt hij twee busjes met schoolkinderen tegen. Belgische busjes, die Nederlandse leerlingen naar Belgische scholen brengen. Alsof het onderwijs daar zoveel beter is! En alsof Leertij nog geen moeite genoeg moet doen om voldoende leerlingen binnen te krijgen.
Wie ouders vraagt waarom ze hun kinderen naar België sturen – en de Zeeuwse pers vraagt dat regelmatig – hoort verhalen over meer structuur en meer discipline op school. Het Belgische onderwijs lijkt op wat Nederlandse ouders zich zelf nog herinneren, van vroeger. Maar dat is slechts de helft van het verhaal. Want in België gaan kinderen vanaf tweeënhalf jaar naar school. En dat scheelt Nederlandse ouders anderhalf jaar – dure – Nederlandse kinderopvang. Van den Broecke vermoedt dat in de grensstreek zo’n 20 tot 30 procent van zijn potentiële leerlingen om een van deze twee redenen (en misschien wel allebei) naar België uitwijkt.
Daarnaast is het Zeeuwse platteland ook nog eens sterk aan het vergrijzen. In het jaar 2004 waren er in Zeeuws-Vlaanderen 9400 leerlingen. Op dit moment zijn het er 8100, en in 2020 zal dit aantal gedaald zijn tot 6500 of zelfs 6000. Een aantal scholen dreigt daardoor onder de opheffingsnorm van 23 leerlingen te zakken. Maar de pedagogisch-didactische ondergrens ligt hoger: eigenlijk al op 40 leerlingen, vindt Van den Broecke. “Daaronder zijn er te weinig leerlingen om in alle omstandigheden goed onderwijs te kunnen garanderen.”
Een mogelijke oplossing voor dit probleem is uiteraard om basisscholen samen te voegen of op te heffen. Dat laatste doet hij liever niet, ouders hechten aan onderwijs in de buurt. “Maar als scholen minder dan 60 leerlingen gaan tellen, springt het licht op oranje. En als het aantal leerlingen onder de 40 zakt, gaan we kijken of er andere scholen in de buurt zijn waarmee we samen verder kunnen. We hebben nog geen scholen hoeven op te heffen, maar als we niets doen gaat dat wel gebeuren.”
Maar zover wil Van den Broecke het dus niet laten komen. Om het tij te keren is aanvalsplan ‘De bron droogt op’ bedacht. De titel slaat op het afnemend aantal leerlingen, maar is ook een steekje onder water naar de Belgische school de Bron, die veel Nederlandse leerlingen trekt.
Kern van het plan is om op één school van het Leertij-bestuur, als pilot, het Nederlandse onderwijs net zo in te richten als het Belgische. Tenminste, niet op pedagogisch-didactisch gebied, maar wel wat betreft de randvoorwaarden: gratis opvang en onderwijs voor kinderen vanaf tweeënhalf jaar.
Daarvoor moeten verschillende organisaties samenwerken (zoals de voorschoolse educatie, de peuterspeelzalen en de basisscholen) en moet geld uit verschillende potjes worden vrijgemaakt. Ook heeft de scholenkoepel een pilot bij het ministerie van Onderwijs aangevraagd om onderwijs aan driejarigen te mogen verzorgen. Van den Broecke: “Grote steden als Rotterdam en Almere, met veel achterstandsleerlingen, willen graag die pilots starten – dat snap ik. Maar als de Nederlandse overheid zichzelf respecteert, staan ze niet toe dat 20 tot 30 procent van onze leerlingen naar België uitwijkt.”
De pilot start in september, en Van den Broecke heeft er zin in. “Als ouders willen dat hun kinderen tussen de middag een warme maaltijd krijgen, zoals op sommige Belgische scholen, valt daar met ons zeker over te praten. Alle luiken gaan open.”

@T3:Videoconferencing
Een ander schoolbestuur in West Zeeuws-Vlaanderen, Escalda, heeft het plan ‘Samenwerkende scholen West’ opgesteld om de kwaliteit van het onderwijs op vier kleine scholen te garanderen. Het plan draait om onderlinge samenwerking.
De leerkrachten van de vier scholen zijn bijvoorbeeld gestart met intervisie, en komend jaar kunnen de leerlingen via videoconferencing met leerlingen op andere scholen samen aan projecten gaan werken. “Zo kunnen leerkrachten en leerlingen samen leren, presteren en ontwikkelen”, zegt Kees Moelker, projectleider van Samenwerkende scholen West.
Ook worden de lesmethodes op elkaar afgestemd. “Als je nauw wilt gaan samenwerken moet niet de ene school een methode hebben die uitgaat van zelfstandig werken, en de andere school een methode die meer klassikaal gericht is.” Daarnaast wordt de kwaliteitszorg van de scholen op dezelfde manier ingericht, net als de leerlingvolgsystemen.
“Kleine scholen zijn niet per definitie zwak”, zegt Moelker. “Er zitten ook grote voordelen aan: kinderen kunnen in een combinatiegroep sneller doorstromen naar nieuwe stof, als ze daar aan toe zijn, dan in een leerstof-jaarklassensysteem.”
De school in het plaatsje Zuidzande, waar Moelker directeur van is, telt 42 leerlingen. De wettelijke ondergrens is 23 leerlingen. Wat Moelker betreft is er geen ‘pedagogisch- didactische’ ondergrens. “Ook een school met 25 leerlingen kan uitstekend onderwijs verzorgen.” De school in Zuidzande staat dan ook niet op de nominatie om te worden gesloten. Sterker nog: deze zomer wordt er een nieuw gebouw neergezet. “Ouders hechten aan een school in de buurt”, zegt Moelker. “Dat bieden wij, we garanderen de kwaliteit en die is onlangs ook weer bevestigd door de inspectie. Ons uitgangspunt is dat 80 procent van onze leerlingen uitstroomt met Cito-scores op of boven het landelijk gemiddelde.”

@T3:Impasse
Ook de gemeente Borsele worstelt met kleine basisscholen. Vooral de openbare hebben het moeilijk: vorig jaar is er een kleine school gesloten, komende zomer sluit een volgende school de deuren. Er zijn dan nog acht openbare scholen over in de gemeente. Intussen wordt een reorganisatie uitgevoerd en is er een sociaal plan opgesteld.
Het openbare onderwijs had de hoop een beetje gevestigd op samenwerking met – vooral – het protestants-christelijke onderwijs, vertelt wethouder Marga Vermue van Borsele. En er is in een dorp – of ‘kern’, zoals dat heet in het gemeentelijke jargon – inderdaad een mooie samenwerkingsschool tot stand gekomen. Maar in een andere kern is dat juist mislukt. “Schoolbesturen hebben toch hun eigen opvattingen en verantwoordelijkheden.”
Om in elk geval in elke kern een basisschool te handhaven, van welke gezindte dan ook, stelde de gemeente voor om dan maar scholen tussen de kernen uit te gaan ruilen. Vermue: “We hebben twee kernen met elk een openbare school én een pc-school. Wellicht zou de ene kern verder kunnen met alleen een openbare, en de andere met alleen een pc-school. Die uitruil bleek echter onbespreekbaar voor het pc-bestuur.”
Een impasse dus, en om daar uit te komen zou het ministerie van Onderwijs volgens Vermue fusies van scholen meer moeten gaan belonen. “Nu word je er eigenlijk financieel voor gestraft. Dat kan, samen met de algemene bezuinigen op onderwijs die het kabinet van plan is, de nekslag zijn voor het openbare onderwijs in de gemeente Borsele.”
Of de plannen van de scholen op tijd komen, zal de toekomst uitwijzen. Maar opvallend is dat één optie nog nauwelijks genoemd wordt: sluiting van dorpsscholen en concentratie van onderwijs in grotere dorpen - eh, kernen. Het rapport Onderwijs ons goed durft die knuppel in het hoenderhok te gooien. ‘Het adagium dat in elke kern een basisschool hoort te zijn, als basisvoorziening, moet worden losgelaten’, stelt het rapport, dat eind vorig jaar is opgesteld door onder andere het regionale pedagogische centrum. ‘Voor het in stand houden van de leefbaarheid van kleine kernen is (een basisschool) ook niet nodig.’
De beste oplossing voor het probleem is, volgens het rapport, concentratie van basisonderwijs op centrale locaties, waar dan ook extra faciliteiten op het gebied van bijvoorbeeld kinderopvang worden aangeboden. ‘De regionale bereikbaarheid en het organiseren van goed vervoer zijn van groot belang.’ Als dit laatste scenario werkelijkheid wordt, moeten leerlingen dus vaker met busjes naar de scholen worden vervoerd.
Maar ach, dat worden ze nu soms ook al – alleen dan naar België.

{kader + tabel}
Krimp zet stevig door, Zeeland en Limburg zwaar in de min

Utrecht is de enige provincie die nog een kleine leerlinggroei in het basisonderwijs kent. Een klein plusje van 0,5 procent, iets meer dan 500 leerlingen erbij. Volgens voorlopige leerlingentellingen van DUO/CFi zakt in heel Nederland het aantal kinderen op de basisschool met ongeveer 14 duizend. Het is voor het eerst dat de daling zo fors is. De tellingen wijken af van de schattingen op basis van de referentieraming die het ministerie gebruikt in de kerncijfers, waar een daling van ongeveer 7000 wordt verwacht.
Vorig jaar zaten de basisscholen 4600 in de min, het jaar daarvoor was er nog een klein plusje. De provincies Limburg en Zeeland hebben het zwaar, daar is er 2 tot 3 procent minder. In Limburg en Brabant gaat het met 3000 er af om gemiddeld tien flinke basisscholen die dicht gaan. Maar ook in noord Nederland tekent de krimp zicht stevig af. In de drie Randstadprovincies, Overijssel en Flevoland valt de daling nog mee.

{tabel of kaart? Bij kaart zou ik wel de aantallen van Nederland doen en in de provincies alleen het procentuele verschil}

Krimp basisonderwijs in vrijwel alle provincies

provincie 2009 2010 verschil 09/10 verschil%

Drenthe 48.061 47.528 -533 -1,1%
Flevoland 43.996 43.718 -278 -0,6%
Friesland 62.782 62.183 -599 -1,0%
Gelderland 194.312 192.170 -2142 -1,1%
Groningen 48.938 48.205 -733 -1,5%
Limburg 90.214 87.438 -2776 -3,1%
Noord-Brabant 224.935 222.155 -2780 -1,3%
Noord-Holland 242.397 240.916 -1481 -0,6%
Overijssel 113.977 113.175 -802 -0,7%
Utrecht 120.672 121.220 548 +0,5%
Zeeland 34.754 33.970 -784 -2,3%
Zuid-Holland 322.496 320.964 -1532 -0,5%
Totaal 1.547.967 1.533.642 -14.325 -0,9%
De uitgebreide cijfers zijn te vinden op www.aob.nl

Bron: DOU/Cfi op basis voorlopige leerlingtelling 1 oktober 2010

Dit bericht delen:

© 2021 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.