- blad nr 11
- 11-6-2011
- auteur W. de Lange, de
- Column
Scholingsschemer
Soms steek je wat van zo’n scholing op. Soms staat iemand uitgesproken zijn best te doen en met recht en reden. Maar vaak lijkt het op een bedrijfsuitje georganiseerd door een evenementenbureau. Bedacht, onecht, teveel markt en te weinig liefde, niet toegespitst op wie er in het zaaltje zitten. Wiens brood de zzp-er eet, diens woord hij uiteindelijk spreekt en zeker in deze barre tijden. In ieder geval ga je niet tegen de heersende pedagogisch-didactische trends in, consultant zijnde.
Op menige bijeenkomst word je gek van de onafzienbare rij open deuren, die worden ingetrapt. De schema’s, driehoeken en vierkanten die iets ‘inzichtelijk’ maken dat allang duidelijk was: “Kinderen komen hier om te leren leren, maar ook om te leren leven en deze pijl laat zien dat het leren en het leven elkaar beïnvloeden.” Allemachtig, die pijl snapten we zo ook wel, zonder dit zaaltje, zonder dit lichtbeeld en zonder de dubbele herhaling van wat we op het scherm zien (in gesproken woord en op papier). Alsof wij een leerstoornis hebben met een hele zware afkorting.
Aha, een ander beamerbeeld. Leren leven wordt nu in boterletters uitgesplitst in leren leven op school, leren leven op straat en leren leven thuis. Fijn! Een hele steun! We hadden er nog niet aan gedacht dat leerlingen ook een thuis hebben en vriendjes en vriendinnetjes.
In de scholingsschemer starend naar het scherm voel ik de tijd verglijden, de tijd voor dat broodnodige, grondige gesprek met lastige leerlinge zus en slampamperende leerling zo. De tijd voor het verbeteren van de lessen over natuurrampen. De tijd voor een grondig stuk over wat er goed en fout kan gaan in het mentorschap – een verzoekje van de ouderadviesgroep.
“Ik zeg dit alleen maar om jullie erbij stil te laten staan dat voor de leerling de mening van die vriendjes op straat belangrijker is dan jullie mening”, vang ik uit de mond van de consultant op. Alweer zo’n oogopener.
Wat zou Theo Thijssen van zulke pretcursussen vinden? Zou hij er niet verbaasd van staan dat er allemaal bedrijfjes om het onderwijs cirkelen, die winst moeten draaien? Zou hij zich niet afvragen waar de vakinhoud blijft in die zee van onderwijskundige clichés?
Ik wil heel, heel graag een betere juf worden. Ik wil liever nu dan straks op weg naar een ‘robuuste kenniseconomie’. Ik wil desnoods ‘voortgaan op de ingezette omslag richting opbrengstgerichtheid’ (brede heroverweging onderwijs 2010). Er is geen ‘competentie’ die me niet met huid en haar door de strot mag worden geduwd. Maar ik wil eigenlijk liever niet voor veel geld dom gehouden worden.