• blad nr 11
  • 11-6-2011
  • auteur R. Sikkes 
  • Redactioneel

De lat kan hoger II  

Examination hell of zesjescultuur?

Investeer in de kwaliteit van leraren en voldoende onderwijstijd. Dat zijn volgens hoogleraar Jaap Dronkers de beste ingrediënten om hoger op de Pisa-ranglijstjes te komen. In het hele pakket van actieplannen voor betere prestaties ziet hij te veel toetsen en controle. “Je kan iedere euro maar één keer uitgeven dus moet je die besteden aan de meest effectieve maatregelen. Dat is simpelweg de kwaliteit van de leraar en meer onderwijs- en leertijd, binnen en buiten de school.”

Op de Pisa-ranglijst van 2018 moeten de Nederlandse leerlingen 541 punten scoren, 15 meer dan nu. Met lezen moet de score in dat jaar 12 punten omhoog naar 520. Ook de gemiddelde score op de eindtoets basisonderwijs moet omhoog: van 535,4 nu naar 537 in 2015. Er komt een experiment met een kleutertoets. De tussentoets aan het einde van de onderbouw moet scholen scherp houden op de kernvakken Nederlands, Engels en wiskunde. Het verschil tussen het schoolexamen en centraal schriftelijk mag maximaal 0,5 punt bedragen.
Twee weken geleden publiceerden minister Marja van Bijsterveldt en staatssecretaris Halbe Zijlstra een ambitieus pakket maatregelen om de onderwijsprestaties in Nederland te verbeteren. De bewindslieden willen een einde maken aan de ‘zesjescultuur’ nadat Nederland slechter scoorde op de Pisa-ranglijstjes van 2009. Die ranglijst laat zien in hoeverre het onderwijsstelsel leerlingen opleidt tot zelfstandige burgers. Bij wiskunde en science zakten we uit de top tien. Een daling die overigens vooral kwam doordat er nieuwkomers waren die eerder niet meededen.

@T3:Toetsen
Vijftien punten hoger op de wiskundetoets bij Pisa in 2018. “Dat is flink wat”, zegt Jaap Dronkers. “Dat mag je als ambitieniveau uitspreken, maar je moet ook bedenken dat het verschil tussen jongens en meisjes nu 20 punten bedraagt. Als je dat weet weg te werken in zes jaar, is dat knap.” Dronkers is hoogleraar vergelijkend onderzoek naar onderwijsprestaties en sociale ongelijkheid in Maastricht en staat bekend als specialist als het gaat om Pisa-scores. Voor het Onderwijsblad toonde hij op basis van de Pisa-scores aan dat het tekort en het aandeel niet bevoegde docenten aantoonbaar een negatieve invloed heeft op het niveau.
Als hij kijkt naar de stapel actieplannen valt hem de trend op dat er meer en meer getoetst moet gaan worden. “Toetsen kosten heel veel geld en tijd. Die euro’s zou ik het liefst inzetten op een masterdiploma voor iedere docent in het basisonderwijs. Van Bijsterveldt moet niet overinvesteren in controle, maar kiezen voor gerichte kwaliteitsmaatregelen. Je kan iedere euro maar één keer uitgeven dus moet je die besteden aan de meest effectieve maatregelen. Dat is simpelweg de kwaliteit van de leraar en meer onderwijs- en leertijd, binnen en buiten de school.”
Dronkers is op grond van onderzoek een voorstander van landelijke toetsen en examens, omdat alleen op die manier scholen of onderwijsstelsels vergeleken kunnen worden en hun niveau gehandhaafd. “Maar je leert niet meer door meer examens in te voeren. Het goede van examens is dat het voorkomt dat je op een te laag niveau diploma’s geeft. Eindexamens houden leerkrachten en scholen scherp. Maar nog meer landelijke toetsen dan de eindtoets basisonderwijs en het eindexamen voortgezet onderwijs? Dan moet je echt kosten en baten gaan afwegen.” Hij vindt dat het ministerie het eindniveau moet meten, maar vindt dat leraren en scholen prima in staat zijn om in groep 3 of aan het einde van de onderbouw voortgezet onderwijs zelf te laten uitzoeken of hun leerlingen het gevraagde niveau halen.
“Natuurlijk is het goed als leraren in groep 3 kleuters testen en kijken hoe ze het doen. Maar dat is wat anders dan een officiële toets uitrollen over heel Nederland. Dat heeft allerlei onbedoelde consequenties: het moet Europees worden aanbesteed, er moet landelijke controle zijn, enzovoorts. Datzelfde geldt voor de tussentoets in het voortgezet onderwijs. Een nuttig instrument, maar het hoeft niet landelijk te worden ingevoerd. De kosten van dat soort zaken zijn enorm. Je kan beter voorschrijven dat scholen moeten toetsen en het aan henzelf overlaten. Je ziet dat in de Verenigde Staten, het programma No child left behind heeft een enorm toetssysteem en ze zitten nog steeds niet in de top tien van Pisa.”
Volgens hem is een deel van de maatregelen vrij moeilijk uitvoerbaar. Neem de maatregel dat scholen maar 0,5 punt verschil mogen hebben tussen het schoolexamen en het centraal schriftelijk. Een norm die al jaren geldt, maar nog nooit gevolgen heeft gehad. “Het handhaven is een groot probleem, want overschrijding is pas achteraf te constateren. Gaan ze dan diploma’s intrekken? De lakmoesproef is wat mij betreft of de minister de examenbevoegdheid van particuliere scholen – waar de verschillen al jaren veel groter zijn dan 0,5 – nu meteen in gaat trekken.”

@T3:Hell
Naast een forse investering in de kwaliteit van leraren hamert Dronkers op voldoende onderwijs- en leertijd. “Wat dat laatste betreft zou ik hopen op een verbod op jeugdarbeid voor iedereen die in het voortgezet onderwijs zit. Want hoger op de ranglijstjes kom je door uitstekende leraren. En door jongeren meer tijd te laten besteden aan onderwijs. Dan heb ik het over de feitelijke onderwijstijd en de leertijd daarbuiten. Huiswerk, bijles. Waarom scoren Aziatische landen zo goed? Omdat leerlingen naast school nog enorm veel tijd aan leren besteden. Ze werken in Japan – waar ik een paar maanden heb gedoceerd - harder om meer te weten en te kunnen, zodat ze meer kans maken om via een vergelijkend toelatingsexamen op een betere universiteit te komen, ze nemen rustig een privéles erbij. Ik wil niet zeggen dat Japanners gelukkiger worden, het systeem wordt daar ook wel eens de examination hell genoemd. In Nederland en de rest van Europa heeft extra huiswerk of bijles en negatieve betekenis, dat doet een leerling alleen als hij er slecht voor staat. Ook als een Nederlandse leerling met een zes slaagt kan deze met het vwo-diploma naar een redelijk goede universiteit. Dat is een zesjescultuur, en het aanwijzen van excellente scholen verandert niet ons systeem dat prestatieverschillen nu niet honoreert.”

{kader 1}
Onderwijspersoneel mist aanpak klassenverkleining

Kleinere klassen en beter opgeleide docenten in het basisonderwijs. Geen onbevoegden meer in het voortgezet onderwijs. Meer contacttijd in mbo en hbo. Onderwijspersoneel is eensgezind over welke maatregelen missen in de actieplannen om betere schoolprestaties voor elkaar te krijgen, zo blijkt uit de AOb-enquête ‘De lat moet hoger’. Met stip op één staan bij de open antwoorden kleinere klassen voor basis- en voortgezet onderwijs.

De bijna 3900 deelnemers aan de enquête ‘De lat moet hoger’ stemmen voor het overgrote deel in met de plannen om de prestaties te verbeteren. Meer aandacht voor kernvakken of begaafde leerlingen ligt in de meeste sectoren goed. Of het nu gaat om back to basics in het basisonderwijs met taal of rekenen, of concentreren op Nederlands, Engels en wiskunde in het voortgezet onderwijs, tweederde vindt dat een goed idee. Ook in de open antwoorden komt het vaak voor: laat het onderwijs zich concentreren op die belangrijke vakken en stoppen met randactiviteiten als bijvoorbeeld de maatschappelijke stage. In die sfeer past ook de aanhang in het voortgezet onderwijs voor de verscherping van de exameneisen. Die wordt door zes van de tien leraren gesteund.
In het basisonderwijs missen veel mensen in de actieplannen aandacht voor zorgleerlingen, die door de bezuinigingen op passend onderwijs onder druk staat. En veel leraren zoeken een stopknop op de Haagse plannenmachine.
Behalve kleinere klassen wil onderwijspersoneel in het voortgezet onderwijs aandacht voor de werkdruk. Opvallend is dat daar en bij het middelbaar- en hoger beroepsonderwijs veel vraag is naar betere afstemming met de aanleverende onderwijssectoren. Blijkbaar is er veel onvrede over de overdracht of het binnenkomende niveau. Het sterkst is dat bij de mensen die op hogescholen werken. Daar steunt 80 procent plannen om scherper te selecteren aan de poort.

{blokje 1}
Meerderheid wil vier examenprofielen havo-vwo houden

De minister aarzelt over de opdracht uit het regeerakkoord om het aantal examenprofielen te verminderen. Ze heeft de Onderwijsraad om advies gevraagd. Als het aan het onderwijspersoneel in het voortgezet onderwijs ligt, blijven de vier profielen. Een nipte meerderheid van net 50 procent lijkt dat de beste oplossing. Als er dan iets moet veranderen neigt bijna een kwart ernaar om dan maar alleen Nederlands, Engels en wiskunde te verplichten en de rest vrij te laten. Voor het verminderen naar twee of drie profielen is weinig aanhang.

Hoe denk jij over het verminderen van examenprofielen in havo en vwo?

Goed idee, nul profielen alleen kernvakken verplicht 22%
Goed idee, verminderen tot twee 16%
Goed idee, verminderen naar drie 11%
Slecht idee, vier is prima uitvoerbaar 18%
Slecht idee, structuur niet weer overhoop halen 32%


{blokje 2}
Wat werkt in welke sector?

Volgens het onderwijspersoneel werken de volgende maatregelen in de eigen sector zeker wel of juist niet:

Basisonderwijs

Hoogste scores effectief
Extra aandacht hoogbegaafden 78%
Meer aandacht taal en rekenen 69%

Hoogste scores niet effectief
Kleine scholen sluiten 76%
Meer zomercursussen 47%

Voortgezet onderwijs

Hoogste scores effectief
Extra aandacht kernvakken 70%
Verminderen onbevoegden 69%

Hoogste scores niet effectief
Jaarlijkse prijs excellente scholen 62%
Starters master na vijf jaar 42%

Middelbaar beroepsonderwijs

Hoogste scores effectief
Centraal examen niveau-4 in 2012 75%
Engels verplicht niveau-4 en in examen 68%

Hoogste scores niet effectief
Inkorten studieduur naar drie jaar 62%
Minder praktijklessen meer theorie 55%

Hoger beroepsonderwijs

Hoogste scores effectief
Meer selectie door opleiding zelf 81%
Strengere selectie mbo-instroom 80%

Hoogste scores niet effectief
Langstudeerdersboete 56%
Invoeren associate degree (kort hbo) 40%

Alle uitslagen van de enquête zijn in detail te vinden op www.aob.nl

Dit bericht delen:

© 2021 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.