• blad nr 11
  • 11-6-2011
  • auteur R. Wisman 
  • Mijn leerling & ik

 

Jeffrey & Marthijn

Jeffrey (13) is een opvallend grote jongen met een waterhoofd. Op zijn vorige basisschool had hij nauwelijks vriendjes, maar sinds hij les krijgt van meester Marthijn doet hij lekker mee met de rest. “Een succesverhaal”, aldus de meester.

Jeffrey is laat met zijn motorische ontwikkeling, en hij valt vaak, met botbreuken tot gevolg. Dit, omdat hij niet doorrolt na een val, maar “omkiept als een zak aardappelen”, zoals zijn moeder het omschrijft. Op zijn vierde ziet een alerte fysiotherapeut – de derde die hem onder handen heeft - dat er meer met het jongetje aan de hand is dan een onhandige motoriek.
Jeffrey blijkt hydrocephalus te hebben. Een overmaat aan vocht in de hersenen, een waterhoofd. De constante druk in zijn schedelpan beschadigde een aantal hersenfuncties. Jeffrey heeft evenwichtsstoringen. Zijn armen en benen kunnen trillen bij spanning en stress, doordat spieren zich onvrijwillig samentrekken en verslappen. Automatiseren gaat moeizaam, en zijn reflexen functioneren niet naar behoren. “Je hele lichaam werkt je een beetje tegen”, zegt meester Marthijn. “Als ik je plotseling een vraag stel, ga je trillen. Als de bal je kant op komt, zie ik dat je wilt schoppen, maar lijkt het alsof je benen je in de steek laten.”
Jeffrey hoort het gesprek glimlachend aan. Af en toe beantwoordt hij een vraag verlegen met ‘ja’, ‘nee’ of ‘weet ik niet’, waarna zijn moeder en de meester de rest vertellen.
Door de hydrocephalus lijdt hij bijna standaard aan hoofdpijn. Zijn pijngrens is hoog. Toen hij zijn arm op twee plaatsen brak tijdens ijshockey huilde hij niet. Zijn IQ is prima, maar door de vele ziekenhuisbezoeken moest Jeffrey groep 4 overdoen.
In sociaal opzicht viel hij jarenlang buiten de boot. “Jeffrey stond meestal alleen op het schoolplein”, zegt Marthijn. “Hij had geen vriendjes, en maakte een ongelukkige indruk.”
Zijn moeder Cobi Oosterkamp kreeg dezelfde idee: “Uit school ging Jeffrey meestal meteen naar zijn kamer. Tv kijken.”
Ze was blij dat Jeffrey in groep 7 bij Marthijn in de klas zou komen. Haar oudste zoon Danny bloeide op na een jaar met deze meester. “We hoopten dat Marthijn dat ook met Jeffrey voor elkaar zou krijgen.”
Toen Marthijn onverwacht overstapte naar een andere basisschool in het dorp besloten de ouders van Jeffrey hun zoon mee te verhuizen naar de andere school. Een ongebruikelijke stap, zeker bij een kind van die leeftijd. “De schooldirecteur raadde ons af Jeffrey uit zijn vertrouwde omgeving weg te halen”, vertelt Cobi. Toch hielden de ouders voet bij stuk. Vooral vanwege de positieve ervaringen die ze hadden met deze meester. “Wat ik met je afspreek, kom je na”, zegt ze tegen hem. “Ik heb het gevoel dat je je best doet voor mijn kind.” Ze benadrukt dat het contact soepel verloopt.
Marthijn begrijpt waar ze op doelt: “Ik ben van de korte lijntjes. Ik spaar de onderwerpen niet op voor het tienminutengesprek.”

@T3:Hutten bouwen
Na de herfstvakantie begon Jeffrey op de Wensvogel als nieuwe leerling tussen een groep kinderen die elkaar al jaren kent. Spannend. “Je stimuleert kinderen om samen te spelen, maar je kunt ze er niet toe dwingen”, zegt Marthijn.
De eerste dagen was Jeffrey gesloten. “Hij nam geen enkel initiatief. De jongens uit de klas nodigden hem uit: ‘Ga je mee voetballen, Jeffrey?’ De kinderen waren al gewend aan een andere leerling met een handicap. Ze gaan er respectvol mee om. Met gymnastiek leggen ze als vanzelfsprekend matjes voor hen neer waar ze tussendoor op uit kunnen rusten.”
De intern begeleider verbaasde zich over hoe snel Jeffrey werd opgenomen in de groep: “Het is net alsof hij er al jaren bij hoort”, zei ze.
In navolging van haar oudste zoon maakte ook de jongste een positieve ontwikkeling door bij meester Marthijn. “Hij heeft vriendjes; hij gaat meteen buiten spelen als hij thuiskomt; hij voetbalt en bouwt hutten”, zegt Cobi opgetogen. “Voorheen als Jeffrey hoofdpijn had, was hij blij dat hij niet naar school hoefde. Toen we vanochtend moesten bloedprikken was hij boos dat hij niet naar school kon.”
Hoe de meester dat voor elkaar kreeg?
Marthijn: “Ik richt mij primair op het sociaal welbevinden van leerlingen. Als je je lekker voelt in de klas komen de resultaten vanzelf. ” Als hij Jeffrey tegenkomt in de gang geeft hij de leerling vaak een duwtje. ‘Meester, wat doe je?’, roept Jeffrey dan verontwaardigd. Precies wat Marthijn wil horen. “Bijt maar lekker van je af. Jeffrey is opener geworden. ‘Ik tel mee’, laat hij steeds zien.”
Ook de cognitieve resultaten mogen er zijn.
Jeffrey haalde 538 punten op de Cito-toets. Goed voor mavo/havo. “Hij gaat naar de mavo. Hij kan daarna eventueel naar de havo afhankelijk van wat hij worden wil.” Misschien iets in de ict, mengt Jeffrey zich ineens in het gesprek. “Ik ben handig met computers, dus.”

Dit bericht delen:

© 2021 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.