• blad nr 11
  • 11-6-2011
  • auteur L. Douma 
  • Redactioneel

Ineens is je school landelijk nieuws 

De telefoon stond roodgloeiend

Twee scholieren raken zoek tijdens de werkweek in Parijs. Een twaalfjarige leerling krijgt een baby tijdens een schoolreisje. Het gebeurt. En scholen zijn er lang niet altijd op voorbereid. Bij crisiscommunicatie volstaat een brief naar ouders niet. Ook de pers moet geïnformeerd worden. Of je wilt of niet. “Een cameraploeg op het schoolplein geeft veel opwinding.”

Opeens stond zijn telefoon roodgloeiend. Een week eerder was tijdens een schoolreisje een twaalfjarige leerling bevallen. Via een brief werden de ouders van de medeleerlingen ingelicht. Hen werd gevraagd terughoudend met de verstrekte informatie om te gaan. Wanneer zij benaderd zouden worden door de pers, konden ze deze doorverwijzen naar Wim Moes, directeur van het schoolbestuur VCOG in Groningen waaronder de Heerdstee, de school van de kersverse moeder, valt.
Een week later was het zover. Moes: “Stond ik een journalist telefonisch te woord, ging mijn andere telefoon tijdens dat gesprek wel drie keer. Ik heb die week mijn agenda ook leeggeveegd.”
Voorafgaande aan die week werd er al van alles georganiseerd. Ouders werden bijgepraat, in de klassen werd gesproken over de bevalling van de medeleerling, er was overleg met politie, ziekenhuis, GGD. Iedereen stond op scherp. Afgesproken werd dat de directeur van de Heerdstee verantwoordelijk zou zijn voor de interne communicatie, zij moest de rust in school bewaren. Moes zou de pers te woord staan en overleg blijven voeren met de verschillende betrokken instanties. “We hebben de leerlingen zeker geen zwijgplicht opgelegd. Maar gewoon besproken wat ze konden verwachten en wat ze konden doen. De meeste leerlingen riepen ‘bel meneer Moes maar’ als de pers hun iets vroeg. In eerste instantie geeft een cameraploeg op het schoolplein veel opwinding. Maar al gauw beginnen kinderen zich te storen aan die camera’s. Ze vinden het al erg genoeg. Ze willen met rust gelaten worden. Het zorgde wel voor een gevoel van saamhorigheid.”
Moes koos ervoor alle media te woord te staan. “Ik heb geen onderscheid tussen de verschillende media gemaakt. Het belang van het meisje, en daarmee in het verlengde van de school, heb ik altijd voorop proberen te stellen. Ik heb de feiten benoemd, maar ben zo terughoudend mogelijk geweest. Het gaat er uiteindelijk ook niet om dat je zoveel mogelijk informatie geeft, maar dat je zoveel mogelijk relevante informatie geeft.”
Terugkijkend is hij over het contact met de media overwegend tevreden. “Ik vind dat journalisten over het algemeen heel correct hebben gehandeld. De Telegraaf zette de voornaam van de leerling op de voorpagina. Tja, dat is niet mijn smaak. En dat heb ik ook wel tegen die journalist gezegd, maar het heeft me er niet van weerhouden die krant te woord te staan. Dat zou censuur zijn. En uiteindelijk ben ik een democraat. Ze schrijven toch wel over het onderwerp, dan kies ik liever voor een pragmatische aanpak.”
Wel is Moes teleurgesteld in de EO. Een journalist van Uitgesproken EO benaderde via twitter een leerling van de Heerdstee. “De EO staat zich voor op integere journalistiek. Zij leggen de lat hoog voor zichzelf. Maar kruipen er wel stiekem onderdoor als dat zo uitkomt. Dat is niet kies.” Na kritiek op deze werkwijze reageerde de eindredacteur van het programma dat er via twitter slechts feiten werden gecheckt.

@T3:Naïef
“Op het schoolplein weten kinderen wel dat ze niet met enge mannen moeten praten, maar op het virtuele plein – hyves, twitter – zijn leerlingen achtelozer. Daar moet je ze tegen beschermen”, vindt Huub Evers, lector en hoofddocent media-ethiek aan Fontys Hogeschool Journalistiek in Tilburg.
Evers is er dan ook voorstander van dat scholen een plan maken voor crisiscommunicatie. “De praktijk wijst uit dat zich altijd onverwachte, dramatische zaken voordoen. Je bent zomaar de controle kwijt. Dat voorkom je door vooraf te bedenken hoe te handelen in geval van crisis.”
Hans Marijnissen, crisiscommunicatieadviseur en journalist, constateert dat nog te weinig scholen hierover nadenken. “Laatst was ik op een bijeenkomst met 250 schoolleiders. Op de vraag wie er een calamiteitenplan klaar had liggen antwoordde slechts 30 procent bevestigend.” Terwijl de kans op rampen volgens Marijnissen toeneemt. “Twintig jaar geleden hield geen enkele school rekening met een schietpartij. Als je daar nu geen rekening mee houdt, ben je naïef. Met de schaalvergroting is de kans op calamiteiten groter geworden. Onderwijsinhoudelijk is er gereageerd op die vergroting, maar als het gaat om crisismanagement lijken basisscholen nog steeds op die dorpsschool in Tytsjerksteradiel van vijftig jaar geleden. De maatschappij is ruwer, er is meer geweld. Er is meer mobiliteit en ook sociale media dragen bij aan de kans op incidenten.”
Marijnissen adviseert scholen bij hun perscontacten (www.hoekomikindekrant.nl). Scholen zouden zich meer bewust moeten zijn van het gevaar dat op de loer ligt, vindt hij. “Ze moeten accepteren dat er nu eenmaal dingen misgaan. Ze moeten een calamiteitenplan opzoeken op internet, dat eens doorlezen, invullen en specificeren naar de eigen organisatie. Stel een crisisteam samen en zorg ervoor dat iedereen de nummers heeft van de teamleden.”
“Ik snap dat scholen al een kast vol protocollen hebben”, reageert Evers. “Toch lijkt het me beter eens een paar uurtjes te bomen over wat te doen in geval van crisis, daar een protocol over te maken en dat vervolgens in de kast te leggen. In plaats van te denken dat de kans op een incident klein is. Want als er zich een schietpartij voordoet op school, is beleid het laatste waar mensen aan denken.”
“Niets zo erg als een calamiteitenplan met stof er op”, waarschuwt Marijnissen echter. “Spreek je plan eens per jaar door. In vier uurtjes kom je een heel eind.”

@T3:Ontkennen
“Tot op zekere hoogte moeten alle scholen nadenken over crisismanagement”, vindt ook ervaringsdeskundige Moes. “Ik heb dit jaar te maken gehad met brand en met die twaalfjarige leerling die moeder werd. Maar in de vijf jaren daarvoor heb ik nooit iets van dien aard meegemaakt. Je moet het dus ook in de juiste proporties zien. Als er een crisis is, komen leraren over het algemeen een heel eind met de bagage die ze in al die jaren voor de klas hebben opgebouwd.”
Evers is dit niet met hem eens: “De communicatie naar kinderen en ouders is onderwijsmensen wel toevertrouwd. De communicatie met de pers niet.” Volgens hem is de grootste valkuil bij crisismanagement dat men de werking van de media onderschat. “De meeste mensen hebben de neiging de deuren te sluiten wanneer er een crisis is. Die ontkennen dat er van alles aan de hand is, tot er geen ontkennen meer aan is. Dan geven ze schoorvoetend toe dat er toch iets speelt. Dat wekt argwaan. Denk dus na over wie er namens de school de pers te woord staat. Over wat je wel vertelt en wat niet. Leg ook goed uit aan journalisten waarom je bepaalde informatie niet geeft. Omdat die te privacygevoelig is, of omdat je daarmee het politieonderzoek in gevaar brengt. Wanneer je dat helder uitlegt, hebben journalisten er wel begrip voor dat je niet alle informatie met hen deelt. Dan peuteren ze ook niet verder. Maar wanneer je de indruk wekt dat je van alles achterhoudt en er niet duidelijk over bent waarom je dat doet, wroeten ze verder.”
“Veel scholen zijn niet voorbereid op vragen van de pers”, weet Marijnissen. “Dat is jammer. Want vragen kun je zelf vaak van tevoren ook wel bedenken. Wanneer er een geweldsincident is geweest, zal er altijd gevraagd worden waarom je geen detectiepoortje hebt. Wanneer er een seksueel incident is geweest, wordt er gevraagd waarom die ene leraar in zijn eentje voor de groep stond. Studeer voor dit soort vragen oneliners in. De directeur van het Terra College zei na de moord op de conrector bijvoorbeeld: ‘Tegen waanzin kun je je niet wapenen’. Dat werd meteen de kop in een krant. Na een ander incident op een middelbare school zei een directeur: ‘Het vmbo is een verzamelplaats van problemen, maar zelden de oorzaak daarvan’. Ook die uitspraak werd geciteerd. Studeer oneliners in, en houd op die manier de regie.”
Het klinkt als een cliché, maar scholen komen er sterker uit, als er adequaat is gereageerd op een crisis. Marijnissen: “Wanneer er iets mis is gegaan in de crisiscommunicatie worden scholen schuw, zij laten het hoofd hangen. Wanneer scholen echter de regie in handen hebben gehouden, komen zij sterker uit een crisis. Dan hebben ze laten zien: we verzorgen niet alleen goed onderwijs, maar weten het hoofd in tijden van nood ook boven water te houden. Die scholen staan met gestrekte rug.”

{kader}
Wat zeg je tegen de pers?


-Journalisten willen antwoord op de vijf w’s (wie, wat, waar, wanneer, waarom) en hoe. Geef ze die informatie.
-Lieg niet. Soms is het wel beter informatie achter te houden: als de privacy van een leerling of docent in het geding is, of als er nog een politieonderzoek loopt. Zeg dat gewoon eerlijk.
-Geef achtergrondinformatie over de school. Het is handig die al klaar te hebben liggen.
-Vertel hoe de school met de situatie omgaat.
-Probeer één woordvoerder aan te stellen en laat deze steeds hetzelfde verhaal vertellen.
-Neem initiatief en houd controle.
-Zeg niet ‘geen commentaar’, dan lijkt het alsof je wat achterhoudt.

Dit bericht delen:

© 2021 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.