• blad nr 11
  • 11-6-2011
  • auteur T. van Haperen 
  • Column

 

Doe het niet!

Leraren en schoolleiders gaan in de komende jaren op andere scholen hun collega’s aanspreken op hun manier van lesgeven. Althans, dat stelt staatssecretaris Halbe Zijlstra voor in zijn Actieplan leraar 2020 - een krachtig beroep! In een ANP-persbericht legt hij uit waarom: ‘Leraren zijn cruciaal voor hoge prestaties van leerlingen. Ik wil daarom streven naar een verhoging van het opleidingsniveau van leraren en stimuleren dat zij zich continu ontwikkelen.’
Dit is een mooi streven, want goede leraren zijn inderdaad belangrijk voor het leren van kinderen. Maar dat opleidingsniveau en de ontwikkeling in het beroep zijn ook wettelijk geregeld. Een docent moet gewoon bevoegd zijn. De wet bio met zijn competenties en bekwaamheidsdossiers doet de rest. En het is waar, het opleidingsniveau daalt, het aantal onbevoegden stijgt. De ontwikkeling van docenten in hun werk loopt evenmin op rolletjes. De sector is nu eenmaal in de ban van het lerarentekort. Schoolleiders hebben het druk met vinden en behouden van leraren die overvolle klassen, zonder al te veel klachten van ouders en leerlingen, van de straat houden. Doorgroeien in het beroep staat daardoor onderaan op de prioriteitenlijst. Leraren hebben zelf ook niet zo’n zin. Lezen over het vak, nascholing, eens kijken bij een collega, het gebeurt zelden.
Dus ja, de staatssecretaris raakt een heuse kwestie aan, maar valt ook uit zijn rol. Want bij vermoedens van falende professionalisering is de gangbare procedure eerst een onderzoek, dan aanspreken van de eindverantwoordelijke besturen, eventueel gevolgd door een boete. Maar Zijlstra schrijft de verbeteringsstrategie liever centraal voor. En dan is collegiale visitatie, interscolaire peer review, of hoe het ook allemaal heten mag, niet de oplossing. Een aantal scholen doet dit namelijk al en het is diefstal van tijd, bezigheidstherapie. Want hoe gaat zoiets? Leraren die elkaar niet kennen observeren lessen, hebben daar gesprekken over en stellen een rapport op. Inhoudelijk gaat dat nergens over, want de Nederlandse leraar kent geen gemeenschappelijk referentiekader, maakt zelden gebruik van wat uit literatuur bekend is van zijn werk en rommelt persoonsgebonden en intuïtief wat aan. Bovendien lijkt de overgrote meerderheid in de hilarische veronderstelling te leven dat de eigen prestaties bovengemiddeld zijn, terwijl de rest er natuurlijk niks van kan. In dit klimaat kent gedwongen communicatie over onderwijskwaliteit, tussen twee gelijken, de volgende opties; elkaar verrot schelden of uitwisselen van ik ben ok, jij bent ok-boodschappen. Niet doen dus, leraren zijn geen inspecteurs.
Kortom, het voorstel van Zijlstra is wat naïef. Een val waar onderwijsbewindslieden wel vaker in lopen. Zo dacht politiek Den Haag vijftien jaar geleden dat doorgeschoten pubers een inhoudelijk verzwaard curriculum vanuit hun intrinsiek gemotiveerde leervraag zouden gaan bestormen. Inmiddels weten we dat dit studiehuis het recept is voor collectief onderpresteren. Keiharde exameneisen gaan dit falen vanaf het volgend jaar repareren. Zou het bij de professionalisering van leraren ook niet zo werken? Controleer op de uitvoering van het bestaand wettelijk kader en reken af. Leraren en schoolleiders begrijpen dat gegarandeerd beter dan de interscolaire peer review.

Dit bericht delen:

© 2021 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.