• blad nr 10
  • 28-5-2011
  • auteur Y. van de Meent 
  • Opinie

 

Het onthutsende gebrek aan zelfreinigend vermogen van het hbo

Het is te makkelijk om de diplomafinanciering de schuld te geven van het meest recente hbo-drama. Het gesjoemel en gesjacher is al jaren aan de gang. Ontsporingen en misstanden worden binnenkamers gehouden of afgedaan als incidenten. Daar heeft de politiek eindelijk genoeg van.

Tekst Yvonne van de Meent

Spookstudenten, genadezesjes, cadeaupunten, Vlaamse carrousel en Theo-route. Het gesjoemel in het hbo heeft de afgelopen decennia voor een wonderlijke uitbreiding van de Nederlandse woordenschat gezorgd. Daar komt nu diplomafraude bij. Hoewel, dat is eigenlijk geen adequate omschrijving van de jongste misstand. Bij diplomafraude denk je aan oplichters die via Marktplaats vervalste getuigschriften verkopen en niet aan docenten die langstudeerders matsen. Je zou beter kunnen spreken van portfolio-geknoei of assessment-geklungel, want daar draait het om bij de vijftien alternatieve afstudeertrajecten van Inholland en negen andere hogescholen die de Onderwijsinspectie op de korrel heeft genomen.
Een alternatief afstudeertraject blijkt een manier om werkervaring om te zetten in studiepunten. En dat is dankzij de introductie van het competentiegerichte onderwijs een fluitje van een cent. Studenten die op hun stageplaats blijven hangen en daardoor niet aan hun afstudeerscriptie toe komen, mogen beroepsproducten aan hun portfolio toevoegen. In een gesprek over het portfolio - assessment heet dat in de competentiegerichte new speak - beoordelen twee docent-assessoren aan de hand van deze beroepsproducten of de langstudeerder de competenties in huis heeft die een afgestudeerde zou moeten beheersen. Daar komt veel nattevingerwerk bij kijken, ontdekte de inspectie. Uitgewerkte beoordelingscriteria ontbreken en de eisen waaraan een beroepsproduct moet voldoen, zijn niet duidelijk. Op die manier kregen minstens 63 Inholland-studenten ten onrechte een diploma.
Net als bij de vorige fraudezaak in het hbo - de Vlaamse carrousel waarbij zes hogescholen subsidie opstreken voor ruim 5000 Vlaamse studenten die niet of nauwelijks onderwijs volgden - gaat de beschuldigende vinger onmiddellijk richting bekostigingssysteem. De diplomabonussen zouden gesjoemel uitlokken en niveauverlaging in de hand werken. Een verklaring die de sector waarschijnlijk niet slecht uitkomt. Sinds 1 januari is het bekostigingssysteem aangepast en heeft het diploma een veel minder zwaar gewicht in de formule waarmee de rijksbijdrage wordt berekend. Het probleem is dus eigenlijk al opgelost. Maar het is de vraag of de diplomafinanciering in de praktijk echt zo’n grote invloed heeft. Als docenten zo makkelijk te corrumperen zijn, zou het bedroevend lage studierendement, waarmee het hbo al tientallen jaren kampt, toch al lang verleden tijd zijn?

Straatvechterscultuur
Niet dat de manier waarop het hbo wordt gefinancierd, geen verderfelijke uitwerking heeft. De bekostiging wakkert de jacht op de student aan. Omdat het vooraf vastgestelde sectorbudget wordt verdeeld op basis van het aantal studenten, streeft elke hogeschool naar groei. Daardoor neemt het aantal hbo-studenten jaar in jaar uit toe en daalt het bedrag dat per student wordt uitgekeerd. Dat maakt de jacht op de student nog feller. Geen enkele hogeschool kan zich permitteren niet mee te doen, want stilstand is achteruitgang. Nieuwe opleidingen met sexy namen zijn traditioneel de belangrijkste wapens in de strijd. De hogescholen die als eerste modieuze opleidingen als media & entertainment, management, reclame, media & design bedachten, zijn spekkoper. Eind jaren negentig kwamen er elk jaar minstens honderd nieuwe hbo-opleidingen bij.
In de verbeten strijd om nieuwe opleidingen en vestigingsplaatsen is een straatvechterscultuur ontstaan waarin alles wat niet expliciet is verboden, is geoorloofd. Daarbij zette Jos Elbers, de megalomane bestuurder die aan de wieg stond van Inholland, de toon. Hij beheerste het blufpoker- en landjepikspelletje waarin de strijd om vestigingsplaatsen uitmondde als geen ander.
Nadat de wildgroei van nieuwe opleidingen aan banden was gelegd, ontdekte het hbo de internationale studentenmarkt. Rond de eeuwwisseling landden er ineens vliegtuigen vol Aziatische studenten op Schiphol. Vaak bleken zij onvoldoende Engels te spreken om een hbo-opleiding te kunnen volgen. Omdat studenten van buiten de Europese Unie niet meer bekostigd worden, zijn Aziatische studenten tegenwoordig niet meer zo in trek. Maar EU-studenten die wèl subsidie opleveren, zijn ongekend populair. Vooral Duitse studenten. Dit studiejaar studeren er 25.000 Duitsers in het Nederlandse hoger onderwijs en hun aantal groeit met 10 procent per jaar. Geen wonder, want hogescholen in de grensstreek bieden steeds meer Duitstalige opleidingen aan.
De strijd om de studenten heeft de onderwijskwaliteit geen goed gedaan, constateert Doekle Terpstra, puinruimer bij Inholland. Studenten klagen al jaren over te weinig contacturen; docenten over het grote aantal studenten dat ze moeten bedienen. Het onderwijsaanbod is versnipperd en gefragmenteerd, zegt de interim-bestuurder in een interview met ScienceGuide. Het enorme aantal kleine opleidingen kannibaliseert de paar goeddraaiende studies. Een probleem dat zich niet alleen bij Inholland voordoet. De 400.000 studenten die vorig jaar in het hbo studeerden, zaten op bijna 300 opleidingen, verspreid over ruim 1200 vestigingsplaatsen. Daar zitten honderden opleidingen tussen die slechts een handjevol studenten trekken.

Toneelstukjes
Maar waarom is de uitholling van de onderwijskwaliteit niet veel eerder aan het licht gekomen? Opleidingen krijgen toch elke zes jaar een visitatiepanel over de vloer dat controleert of de toetsen deugen en het hbo-niveau wordt gehaald? Opleidingen die de toets der kritiek niet kunnen doorstaan, krijgen geen keurmerk van de accrediteringsorganisatie NVAO. En zonder keurmerk vervalt de bekostiging.
Ach, de soep wordt niet zo heet gegeten. Sinds de start van het accreditatiesysteem in 2002 is de bekostiging geen enkele keer stopgezet. Rammelende opleidingen krijgen na het bezoek van een panel de kans om onvoldoendes weg te werken en de NVAO staat daarna ook nog meerdere herkansingen toe, zo blijkt uit de pabo-beoordelingen uit 2009. De aanhouder wint.
Bovendien worden zwakke punten zoveel mogelijk uit het zicht van de visitatiepanels gehouden. GeenStijl publiceerde eind april documenten waaruit blijkt dat de opleiding journalistiek van de Hogeschool Windesheim studenten die het visitatiepanel te woord staan, beloont met 150 euro. In vier bijeenkomsten worden studenten die toehappen, voorbereid op de visitatie. Een proefvisitatie georganiseerd door de hogeschool zelf, maakt deel uit van die voorbereidingen.
De NVAO reageerde per omgaande met een brief aan de besturen van alle hogescholen en universiteiten, waarin voorzitter Karl Dittrich begrip toont voor de voorbereidingen die opleidingen treffen op het bezoek van een visitatiepanel. De accreditatie heeft immers belangrijke gevolgen. ‘Het gaat echter te ver als gesprekspartners van een panel vooraf worden getraind (of erger nog: betaald) om wenselijke antwoorden te geven op mogelijke vragen van een panel’, schrijft Dittrich. Want dat ondergraaft de kracht van het accreditatiestelsel. Maar meer dan een verzoek aan alle betrokkenen zich voortaan aan de regels van het spel te houden, kan de NVAO-voorzitter niet doen.
Te vrezen valt dat zijn moeite vergeefs is, want de geschiedenis leert dat het gemeenschappelijk belang altijd het onderspit delft in het hbo. Hogescholen zijn uit op het veiligstellen van de eigen continuïteit en zijn niet bereid verder te kijken dan het eigen instellingsbelang. Het is nu eenmaal eten of gegeten worden in hbo. In zo’n cultuur spreken bestuurders elkaar niet aan op onwenselijk strategisch gedrag dat de kwaliteit van het onderwijs ondermijnt. Ontsporingen blijven daardoor binnenkamers en misstanden die wel naar buiten komen, worden gebagatelliseerd en afgedaan als incidenten. De jos-elbersen kunnen daardoor ongehinderd een van de grootste hogescholen vrijwel om zeep helpen.
Maar daar lijkt de politiek eindelijk genoeg van te hebben. Het hbo heeft genoeg kansen gehad om zelf schoon schip te maken, de maat is nu vol. De roep om landelijke examens, extra kwaliteitscontroles, scherper toezicht en meer mogelijkheden voor de minister om in te grijpen, klinkt steeds luider. Stuk voor stuk maatregelen die de zwaarbevochten autonomie van hogescholen zullen inperken. Maar dat kon niet uitblijven in een sector met zo’n onthutsend gebrek aan discipline en zelfreinigend vermogen.

Yvonne van de Meent is freelance medewerker van het Onderwijsblad. Van 1992 tot 2003 was zij hoofdredacteur van het Hbo-journaal.

Dit bericht delen:

© 2021 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.