• blad nr 10
  • 28-5-2011
  • auteur Y. van de Meent 
  • Onderwijs & Onderzoek

 

Onderzoek doen hoort bij het werk van de leraar

Pabodocent en promovendus Wietse van der Linden probeert zijn studenten een onderzoekende houding bij te brengen. De eerste resultaten zijn enigszins teleurstellend. Tweedejaars vinden onderzoek in de klas wel belangrijk, maar niet leuk.

Het lijkt een hype die net als veel andere onderwijshypes is komen overwaaien uit de VS en Engeland. De onderzoekende leraar lijkt de oplossing voor alle onderwijsproblemen. Leraren zouden beter worden in hun vak als zij zelf onderzoek doen en wetenschappelijke inzichten gebruiken in de klas. “Het zijn aannames waar nog niet veel wetenschappelijk bewijs voor is”, stelt Wietse van der Linden, promovendus bij de Fontyspabo Tilburg. Met zijn onderzoek wil hij graag bijdragen aan een betere onderbouwing van deze ideeën.
Van der Linden was leerkracht op een basisschool en viel twee dagen in de week in als rekendocent op de Fontyspabo, toen hij de kans kreeg promotieonderzoek te gaan doen. Dat was drie jaar geleden. Die kans greep hij met beide handen aan. “Niet omdat ik per se wilde promoveren, maar omdat het onderwerp me heel erg aansprak. Leraren moeten zich beter verantwoorden over hun handelen. Ze moeten kunnen aangeven waarop hun beslissingen en oordelen zijn gebaseerd - dat is de trend. Dat betekent dat leraren een kritische en onderzoekende houding ten opzichte van hun eigen lespraktijk nodig hebben.”
Onderzoek doen hoort bij het dagelijks werk van de leraar, vindt de promovendus. Het zit eigenlijk al ingebakken in het lesgeven, alleen zijn leraren zich daar niet zo van bewust. “Leerkrachten bepalen welke doelen ze met hun onderwijs willen bereiken en koppelen hun lessen daaraan. Vervolgens evalueren ze hun lessen om vast te stellen of ze hun doelen hebben bereikt”, legt Van der Linden uit. “Alleen gaat dat evalueren in de praktijk vaak snel en niet erg diepgaand. Stagiairs concluderen bijvoorbeeld dat een les die ze hebben uitgevoerd goed was omdat de leerlingen het leuk vonden, of omdat het stil was in de klas. Ik vraag ze dan: Was dat dan het doel van de les, dat het stil is in de klas?”
Leraren realiseren zich ook niet welke gegevens ze allemaal kunnen verzamelen om hun handelen te onderbouwen. Als het bijvoorbeeld om het beoordelen van de voortgang van een leerling gaat, is er meer dan het cijfer dat uit een toets rolt. “Je hebt ook het werk in de schriftjes en de observaties van het gedrag in de klas”, aldus Van der Linden. “Heel veel van die gegevens worden wel verzameld, maar niet gebruikt.”

Meningen
Het onderwijs ontbeert een onderzoekscultuur. Je moet op de lerarenopleiding beginnen als je dat wilt veranderen, denkt Van der Linden. Daarom heeft hij een introductiecursus onderzoek ontwikkeld voor tweedejaars van de Tilburgse pabo. In twaalf weken leren ze hoe je onderzoeksactiviteiten in de klas uitvoert en waarom het belangrijk is. Het is de bedoeling dat studenten door de cursus een positieve houding ten opzichte van onderzoek ontwikkelen, want ze moeten tijdens de rest van hun opleiding nog veel meer onderzoek doen.
In de lessen probeert Van der Linden de studenten een kritische, reflectieve houding bij te brengen. “Ik zet bijvoorbeeld aan het begin van de les een stelling op het bord: Kinderen van gescheiden ouders presteren slechter op school. Studenten hebben daar dan meestal meteen een mening over, maar die kunnen ze vaak niet onderbouwen. Gewoon, dat vinden ze. Ik stimuleer ze argumenten te zoeken en die met feiten te ondersteunen.”
Van der Linden heeft inmiddels het effect van de cursus onderzocht. De eerste resultaten zijn enigszins teleurstellend, hoewel de onderzoeker ze liever ‘verrassend’ noemt. Studenten die het programma hebben gevolgd, vinden onderzoek in de klas belangrijker dan toen ze eraan begonnen. Ze denken ook vaker dat ze zelf in staat zijn om een onderzoek uit te voeren. Logisch, ze hebben tenslotte geoefend met het doen van onderzoek. Maar ze vinden het uitvoeren van onderzoek er niet leuker op geworden en ze zijn ook niet vaker van plan om zelf onderzoek te gaan doen in de klas. Een deel van de studenten scoort na de cursus zelfs slechter op de laatste twee aspecten dan ervoor.

Tijdrovend
Tijdens groepsinterviews geven studenten aan dat onderzoek doen in hun ogen veel te tijdrovend is. Van der Linden: “Wat je er als leraar aan kunt hebben is duidelijk. Maar ze beschouwen veel andere dingen die in de klas moeten gebeuren als belangrijker om tijd in te investeren dan onderzoek. Dat is natuurlijk raar, gegevens verzamelen om je handelen te onderbouwen is een onderdeel van het lesgeven. Studenten zien het nog te veel als iets losstaands.” Het probleem is dat stagiairs het hun mentoren niet zien doen. “Het ontbreekt aan goede praktijkvoorbeelden. Niet alleen in het basisonderwijs, maar ook op de pabo zelf.” Pabodocenten hebben zelf ook nauwelijks ervaring met onderzoek en zijn niet gewend de kennis die ze aanreiken op een wetenschappelijke manier te onderbouwen.
Het opleiden van onderzoekende leraren is dus niet eenvoudig, maar Van der Linden laat zich niet uit het veld slaan. De cursus is aangepast. “We geven nu meer voorbeelden, we laten beter zien hoe de onderzoekende houding onderdeel is van het dagelijks handelen in de klas. Maar we moeten ook aan de slag met het docententeam op de pabo en de teams op de stagescholen. De invloed van mentoren is natuurlijk groot. Als een mentor zegt dat het afnemen van enquêtes te veel gedoe is, neemt een student dat idee makkelijk over.”

{2 kortjes}

Playing for success

Onderwijsachterstanden inlopen in het voetbalstadion, in Engeland loopt het al goed. In 1997 startte een aantal clubs uit de Premier League met Playing for success, inmiddels zijn er 160 leercentra bij sportorganisaties. De Nederlandse voetbalclubs nemen nu het Britse model over. Vorig jaar openden PSV, ADO Den Haag en FC Zwolle als eerste Nederlandse voetbalclubs een leercentrum, op het ogenblik zijn er al dertien clubs actief bij het bestrijden van onderwijsachterstanden. Onderpresterende leerlingen uit groep 6, 7 en 8 van de basisschool en de eerste twee leerjaren van het voortgezet onderwijs, krijgen in het stadion op een speelse manier extra reken- en taallessen. Tijdens de lessen laten profvoetballers ook hun gezicht zien, wat bijdraagt aan het ontwikkelen van een positief zelfbeeld en het zelfvertrouwen. Leren met een wow-factor wordt deze aanpak in Engeland genoemd.
Uit de eerste evaluatie blijkt dat het Britse model in Nederland aanslaat. Het Cito onderzocht de reken- en taalprestaties en concludeert dat de deelnemers na tien wekelijkse stadionsessies van twee uur, twee tot drie maanden van hun onderwijsachterstand hadden ingelopen. Een licht tot matig positief effect, aldus de onderzoekers. De sociaal-emotionele ontwikkeling van de deelnemers werd in kaart gebracht door onderzoekers van adviesbureau Oberon. De kinderen geven aan dat ze er veel meer vertrouwen in hebben dat het goed gaat op school. Ze werken meer samen met andere kinderen, doen beter hun best doen om iets te snappen en zetten vaker door als iets moeilijk is. Een zeer positieve respons, vinden de onderzoekers.

Het onderzoeksrapport is te downloaden via www.playingforsuccess.nl

Schooladvies allochtonen

Basisscholen geven allochtone leerlingen het schoolkeuzeadvies dat bij hun prestaties past. Van onderadvisering of overadvisering is geen sprake. Dat bleek al in 2007 en is bevestigd door een recent uitgevoerde analyse van onderzoeksinstituut ITS (Radboud Universiteit Nijmegen). Bij de overgang van basisonderwijs naar voortgezet onderwijs speelt het schooladvies een belangrijke rol. Omdat er regelmatig signalen bij de Onderwijsinspectie binnenkwamen die wezen op onderadvisering van allochtone leerlingen, kreeg het ITS in 2007 opdracht onderzoek daarnaar te doen. De Onderwijsinspectie vroeg het ITS vorig jaar een nieuwe analyse uit te voeren op basis van een nieuwe, completere gegevens. Dit onderzoek wijst opnieuw uit dat schooladviezen aan allochtone leerlingen passen bij hun prestaties en dat er op dit punt geen sprake is van het onderbenutten van talent.

Het rapport Onderadvisering van allochtone leerlingen? is te downloaden via de site van de Onderwijsinspectie www.onderwijsinspectie.nl/actueel/publicaties

Dit bericht delen:

© 2021 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.