• blad nr 10
  • 28-5-2011
  • auteur R. Voorwinden 
  • Redactioneel

Protocol voor omgaan met rekenproblemen en dyscalculie 

Zwakste leerling heeft recht op beste rekenleraar

Wat doe je als een leerling problemen heeft met rekenen? Dan raadpleeg je uiteraard het ‘Protocol ernstige RekenWiskunde-problemen en Dyscalculie’. Het protocol verschijnt bij uitgeverij Van Gorcum. Projectleider dr. Mieke van Groenestijn licht toe.

- Dyscalculie? Dat is toch een mode-aandoening voor leerlingen die rekenen niet leuk vinden?
“Nee, dyscalculie bestaat wel degelijk. Maar niet alle reken- en wiskundeproblemen van leerlingen worden veroorzaakt door dyscalculie.”

- Wat is het verschil tussen ‘gewone’ rekenproblemen en dyscalculie?
“Reken- en wiskundeproblemen worden vaak veroorzaakt doordat het onderwijs niet optimaal aansluit bij de leerling in kwestie. De oorzaak ligt dan dus in het kind èn het onderwijs. Bij dyscalculie ligt de oorzaak geheel in het kind.”

- Omdat de hersenen bijvoorbeeld niet goed ontwikkeld zijn.
“Bijvoorbeeld. Maar met een goede stimulans kunnen de hersenen zich nog heel goed ontwikkelen.”

- De bekende hersenonderzoeker Dick Swaab zou dat niet met u eens zijn. Volgens hem is rekenvaardigheid aangeboren, of niet.
“Swaab zou het inderdaad niet met me eens zijn, maar de bekende neuropsycholoog Jelle Jolles wel. Volgens hem hun je met een goede aansturing de rekenvaardigheid van kinderen met dyscalculie zeker verbeteren. En dat is uiteraard een van de doelen van ons protocol.”

- Waarom moeten we eigenlijk nog leren rekenen? We hebben rekenmachines, de computer met excel…
“In vrijwel alle beroepen moet je rekenkundige vaardigheden paraat hebben. Een ober moet wisselgeld kunnen teruggeven, een boer moet weten hoeveel liter melk zijn koeien geven, een verpleegkundige moet kunnen rekenen met milliliters en milligrammen om medicijnen te kunnen klaarmaken, een ingenieur moet kunnen berekenen hoe sterk een brug moet zijn – iedereen moet kunnen rekenen.”

- Hoeveel mensen hebben er moeite mee?
“In totaal is circa 30 procent van alle leerlingen zwak in rekenen, 10 procent is zeer zwak en bij 1 à 2 procent kunnen we spreken van dyscalculie.”

Uitverkoop
- Wanneer komen rekenproblemen aan het licht?
“Het eerste signaal is vaak dat het automatiseren van de tafels moeilijk gaat. Ook zie je dat leerlingen opvallend veel fouten maken, langzaam rekenen en weinig inzicht hebben in wat ze precies willen uitrekenen. En om dat laatste draait het.”

- Hoezo?
“Het gaat om inzicht. Stel dat er in een winkel twee televisies in de uitverkoop zijn: bij de ene televisie wordt de korting uitgedrukt in geld, bij de ander in procenten. Hoe kom je er dan achter welke de goedkoopste is? Dat vergt rekeninzicht.”

- Hoor ik hier een pleidooi voor realistisch rekenen?
“Nee. Ook niet voor traditioneel rekenen, trouwens. Beide methodes hebben voor- en tegenstanders, maar mij maakt het niet uit. Als het inzicht er maar is. En de berekening zelf kun je dan uiteindelijk best door een rekenmachine laten maken.
“Maar vooruit, als u echt een eigen mening van me wilt horen: de staartdeling is overbodig geworden. Die is uitgevonden in een tijd waarin de rekenmachine nog niet bestond. Toen was de staartdeling de enige methode om een getal te delen door een ander getal. Nu hoeft dat niet meer. Maar kunnen we nu eindelijk eens stoppen met die discussies over realistisch rekenen versus traditioneel rekenen? Ik vind dat echt een non-discussie.”

- Nou, heel even nog want ik hoor hier hard nieuws: de staartdeling is overbodig?!
“Inderdaad. Onderwijs moet gericht zijn op de toekomst van onze kinderen. En het delen – de berekening zelf – kun je makkelijk genoeg door een machine laten uitvoeren. We kunnen ons afvragen of onze kinderen in de toekomst nog een staartdeling nodig hebben.”

Teamdeskundigheid
- Er is ook veel discussie over de rekenvaardigheid van pabo-studenten…
“Inderdaad. En ik hoop en verwacht dat ons protocol een verplicht onderdeel gaat worden van het pabo-curriculum. Dan ontstaat er daar nog veel meer aandacht voor rekenen en rekendidactiek.”

- Hebben leerkrachten zelf ook nog iets aan het protocol?
“Zeker. Het protocol geeft een stappenplan voor het signaleren, analyseren en oplossen van rekenwiskunde-problemen. Door de leerkracht zelf, of door rekenspecialisten op de school of in het samenwerkingsverband.”

- Kan elke leerkracht de rekenproblemen van een leerling zelf oplossen?
“Nee, dat hoeft ook niet. Het gaat om teamdeskundigheid. En daar gaat het nu ook vaak mis. Want je ziet vaak dat zwakke leerlingen wat individuele verlengde instructie krijgen van de stagiair of lio. En niets ten nadele van die stagiair of lio, maar die moeten eerst maar eens voor de klas gaan staan om het lesgeven in de vingers te krijgen. Ze moeten niet beginnen bij de uitvallers. Voor het begeleiden van leerlingen met rekenproblemen heb je een expert nodig: de zwakste leerling heeft recht op de beste leerkracht.”

Dit bericht delen:

© 2021 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.