• blad nr 10
  • 28-5-2011
  • auteur N. van Dam 
  • Redactioneel

Griepgolf kan voor éénpitter fataal zijn 

Vervangingsfond vreest vergeefse modernisering

Jaren op rij betaalt het Vervangingsfonds miljoenen aan schoolbesturen die onrechtmatige declaraties indienen voor de vervanging van ziek personeel. Net nu de controle strikter wordt en het fonds bezig is te moderniseren, zegt de minister het te willen opheffen. Gaan nu de miljoenen die al in de modernisering zijn gestoken weer verloren?

Dat op 16 maart het Vervangingsfonds in de Tweede Kamer besproken zou worden, wist directeur Franz van Dijk niet. “Anders had ik geluisterd. Of was ik op de publieke tribune gaan zitten.” Nu kreeg hij op het bestuurskantoor van het fonds in Rotterdam een telefoontje van een ambtenaar, nádat minister van Onderwijs Marja van Bijsterveldt onaangekondigd en ongevraagd in het parlement had gezegd dat het fonds zou worden opgeheven. “Niet zo netjes”, zegt hij, “want ik gebruik het woord onfatsoenlijk niet graag.”
Het onheilstelefoontje van de ambtenaar leidde tot wat Van Dijk noemt ‘bestuurlijke commotie’. Er ging een brief om opheldering naar de bewindsvrouw, waar het fonds tot half mei geen reactie op heeft gekregen. In nauw overleg met het ministerie heeft het fonds namelijk allerlei zaken in gang gezet. Zoals de vervanging van het bejaarde automatiseringssysteem, dat nog dateert van de oprichting in 1992. Van Dijk: “Zo langzamerhand is er niemand meer die dit systeem begrijpt. Dat moeten we echt vernieuwen, maar gezien de grootte van het bedrag moeten we dat Europees aanbesteden. Daar zijn we mee bezig.” Tegelijkertijd kan hij zich niet voorstellen dat je een uitgave doet van zes, zeven miljoen, als het fonds wordt opgeheven of desnoods alleen blijft bestaan voor de kleine schoolbesturen. Daarvan zijn er nog altijd een kleine zeshonderd in het primair onderwijs, meest éénpitters, besturen van één basisschool. Deze kunnen eigenlijk niet zelfstandig de risico’s van ziektevervanging dragen, zegt Van Dijk: “Een griepgolf is fataal voor een éénpitter met een terminaal kankergeval en twee ski-ongelukken.”

Grote besturen
Toen het Vervangingsfonds in 1992 werd opgericht vormden de éénpitters de overgrote meerderheid. Het bestuur bestaat uit vertegenwoordigers van werkgevers- en werknemersorganisaties. “Het vleesgeworden poldermodel”, zegt Van Dijk, dat inmiddels niet meer zo populair is in Nederland. Bovendien zijn veel bestuurlijke taken overgeheveld van de rijksoverheid naar de soms immense schoolbesturen. De steun voor dit model aan werkgeverskant brokkelt af. De PO-raad, formeel niet betrokken, wil van de verplichte aansluiting af. De Besturenraad, waarbij de protestants-christelijke besturen zijn aangesloten, wil van het fonds af. Niettemin verloopt een ziekmelding nog steeds op dezelfde manier. Een ziek personeelslid belt ’s morgens om acht uur met de (locatie-)directeur, die ijlings een vervanger zoekt. Betaling, administratieve afhandeling en doorgeven aan het fonds achteraf verlopen over vele schijven.
De voornaamste klachten over het Vervangingfonds komen van de grote schoolbesturen, die liever net als het voortgezet onderwijs de vervanging zelf willen regelen en zelf financiële buffers willen hebben om het risico te dragen. Om hen tegemoet te komen is net besloten, zegt Van Dijk, om de grote schoolbesturen met een omzet van twintig miljoen per jaar het eerste jaar van de ziektevervanging in eigen hand te geven. Dat zou al ingaan vanaf 1 augustus aanstaande. “Dat zijn er maar zo weinig dat we die wijziging handmatig in ons oude systeem kunnen aanbrengen. Dat kan het systeem nog net aan.” De middelgrote besturen met een omzet van tussen de tien en twintig miljoen per jaar zouden vanaf 1 augustus 2012 de eerste dertien weken vervanging zelf kunnen gaan regelen. “Dat kan pas volgend jaar, omdat we daar het nieuwe systeem voor nodig hebben.”

Verbluft
Het verslag van de vergadering in de Tweede Kamer op 16 maart lezend krijg je de indruk dat minister Van Bijsterveldt de opheffing tamelijk onvoorbereid heeft aangekondigd. Tijdens een debat over de reserves van schoolbesturen en hun beleggingen kwamen er zegge en schrijve twee Kamerleden met korte, zijdelingse opmerkingen over het Vervangingsfonds. Harm Beertema van de PVV was kritisch, maar dan vooral over de hoogte van het ziekteverzuim en enigszins over de verplichte aansluiting bij het fonds. Maar hij vroeg zeker niet om opheffing. En uit alles wat Kathleen Ferrier van het CDA zei bleek dat ze niet zou treuren als het fonds zou verdwijnen, omdat het ‘bureaucratische gedoe meer kost dan het oplevert’. Maar ze vroeg niet om opheffing. VVD’er Ton Elias noemde het Vervangingsfonds niet eens in dit debat en de oppositie wijdde er evenmin een woord aan.
Na deze opmerkingen van PVV en CDA kwam de bewindsvrouw met de mededeling dat zij het tijd vond ‘er een punt achter te zetten’. De Kamer leek net zo verbluft als Van Dijk later op de dag. Op Ferriers vraag wanneer de opheffing rond zou kunnen zijn, antwoordde de minister: ‘Ik ben er al mee bezig.’ Zij zocht alleen nog een oplossing voor de kleine schoolbesturen, die zonder de vergoedingen uit het fonds wellicht een te groot financieel risico zullen lopen.
Twee weken later, op 31 maart, als de Kamer, voor een belangrijk deel met andere woordvoerders van de fracties, opnieuw over het Vervangingsfonds spreekt, zegt Van Bijsterveldt dat zij aan 2012 of 2013 denkt. Van Dijk vindt dat een optimistische schatting, want hij herinnert zich nog hoe het vijf jaar duurde voordat de wetswijziging rondkwam, waarmee het voortgezet onderwijs werd losgemaakt van het Vervangingsfonds. “Dat kwam gedeeltelijk door de kabinetscrisis. Ik wil niet zeggen dat dit kabinet binnenkort gaat vallen, maar wetswijzigingen verlopen traag. Onze oplossing is sneller.”

Lesuitval
Tijdens dit tweede debat in Kamer blijkt Ferrier afwezig. Haar fractiegenoot Jack Biskop toont zich vooral bezorgd over de kleine schoolbesturen. Moeten die misschien een hogere premie gaan betalen als de grote schoolbesturen niet meer meebetalen? En PVV’er Beertema voelt er weinig voor de schoolbesturen zomaar de vervangingsgelden te geven. Hij voorziet dat het in het primair onderwijs dan net zo zal gaan als in het middelbaar beroepsonderwijs, waar hij 34 jaar heeft gewerkt. Als het geld eenmaal in de lumpsum verdwijnt, zijn besturen niet meer verplicht het ook echt aan vervanging te besteden. Hij voorziet dat lessen zullen gaan uitvallen, omdat niet meer vervangen wordt, en dan zijn de leerlingen de dupe. Een zorg die de gezamenlijke onderwijsbonden delen, hebben zij de Kamer inmiddels geschreven. Beertema wil alleen besturen die een goed personeelsbeleid voeren, de beschikking geven over de vervangingsgelden. Bovendien is hij bang dat overheveling van de gelden ertoe zal leiden dat nog meer kleine schoolbesturen tot fusie overgaan, met schaalvergroting als gevolg. Een onderwerp dat is ingebracht door PvdA’er Jeroen Dijsselbloem, die er de vorige keer niet bij was en nu slechts een opmerking kan plaatsen.
In tegenstelling tot de vorige keer mengt VVD’er Elias zich nu wel in het debat over het Vervangingsfonds. Hem lijkt opheffing een goed idee, al jaren, betoogt hij. Hij wil vooral graag dat de scholen dan meer zzp’rs, zelfstandigen zonder personeel, gaan aantrekken als vervanger. Die frisse wind van buiten zal het onderwijs volgens hem goed doen. De minister deelt hem mee dat de scholen nu al, zolang het Vervangingsfonds bestaat, de zzp’ers kunnen inhuren.
Al met al lijkt Van Bijsterveldt niet op voorhand te kunnen beschikken over een parlementaire meerderheid voor haar voornemen het fonds op te heffen. Het debat gaat op z’n vroegst dit najaar verder. De bewindsvrouw komt ‘voor de zomer’ met een notitie waarin onder meer haar oplossing voor de kleine schoolbesturen staat.

Bezorgd
Van Dijk zou niet kunnen verzinnen wat die oplossing kan zijn als het fonds wordt opgeheven. “Er is geen commerciële verzekeraar die dit aanbiedt. Wij verzekeren niet het verzuim, maar de vervanging.”
Wat hem wel jaloers maakt op commerciële verzekeraars met hun flitsende automatiseringssystemen zijn hun mogelijkheden om fraude of onrechtmatige declaraties op te sporen. Hoewel dat uit de openbare stukken nauwelijks blijkt, heeft het Vervangingsfonds namelijk bovenmatig te kampen met onrechtmatige declaraties. In het laatstverschenen jaarverslag over 2009 staat dat sinds 2007 bekend is dat het totaal meer dan 1 procent bedraagt, wat de norm is voor overheidsgebonden uitkeringsinstanties. Volgens Van Dijk gaat het om circa 5 procent. “Dat is bij een omzet van globaal 400 miljoen zo’n twintig miljoen.”
Kamerleden en minister spreken over de onrechtmatigheid in bezorgde termen, omdat zij wel de cijfers krijgen van accountantskantoor KPMG, dat steekproefsgewijs controles uitvoert. Een paar jaar geleden kwam het totale bedrag wel in de openbaarheid. Veel ophef veroorzaakte het niet. “De Telegraaf had een bericht op pagina dertien”, herinnert Van Dijk zich, “maar op de voorpagina stond een bericht dat Wouter Bos (voormalige PvdA-leider en minister van Financiën, red.) een zonnebril van 130 euro had gedeclareerd.”
Bij ‘onrechtmatigheid’ gaat het om fouten en slordigheden. “Bij aanstellingen met drie cijfers achter de komma kan het makkelijk gebeuren dat 0,375 verandert in 0,735.” Ook met de ziekmelding, de inschakeling van de arbo-arts of de opgegeven periode gaat veel mis. “Want”, zegt Van Dijk, “wij krijgen geen declaraties binnen, maar salaristapes, honderdduizenden per jaar, van allemaal verschillende automatiseringssystemen, waar iemand ook zomaar een vinkje verkeerd gezet kan hebben.” Daarom is het fonds nu ook begonnen met vereenvoudiging van de afhandeling en eerder ingrijpen. Meer controles hebben volgens Van Dijk geen zin. Nu kost de controle jaarlijks tegen de twee miljoen, de opbrengst is lager. En fraude, waarbij sprake is van opzet en systematisch bedrieglijke declaraties, zoals mogelijk bij de Haagse Nutsscholen, komt zelden voor, denkt Van Dijk. Nog altijd is KPMG bezig deze zaak te becijferen.

Dit bericht delen:

© 2021 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.