- blad nr 9
- 14-5-2011
- auteur L. Douma
- Redactioneel
Lesgeven op afstand
De docent als ceremoniemeester
Vlak voor de les begint rijdt de technisch onderwijsassistent een beeldscherm het wiskundelokaal in. Op het scherm verschijnt een leeg lokaal in Sneek. Terwijl de assistent van scholengemeenschap Broklede in Breukelen tafeltjes in een kring om het beeldscherm zet, duikt er ook in het lokaal van scholengemeenschap Bogerman in Sneek een techneut op. Die opent een kast waarin een scherm hangt. Hij friemelt – net als de onderwijsassistent in Breukelen – wat aan draadjes en prutst wat met knopjes. De bel gaat. Twee 4-vwo’ers in Sneek gaan zitten. In Breukelen druppelen er ook een paar binnen. Er huppelt nog even een docent in Sneek door het lokaal, zien de leerlingen in Breukelen. Daar neemt wiskundeleraar Jos Muskens het woord. Hij richt zich zowel tot de scholieren in Friesland als tot die in Utrecht. “Levi en Felix, zijn jullie bij?” Op de televisie mompelen beiden “ja”. Muskens kan verder met zijn les kansberekening. Hij houdt alle leerlingen scherp in de gaten. Wanneer hij ze een som voorlegt en ziet dat Levi in Sneek iets opschrijft, vraagt hij direct wat. Leerlingen worden persoonlijk aangesproken door Muskens. De ervaring heeft geleerd dat dat de beste manier is om ook leerlingen 150 kilometer verderop bij de les te houden.
Sinds twee jaar werken de twee scholen samen. Op de havo in Breukelen was weinig animo voor wiskunde-d waardoor het vak te duur werd. Besloten werd daarom het van het menu te schrappen. De automatiseerder van Broklede had echter gehoord van een school in Sneek waar ze werkten met videoconferencing. Konden ze niet met die school gaan samenwerken, vroeg zij zich af. Contacten werden gelegd. En er werd afgesproken dat de docent in Sneek – waar de belangstelling voor wiskunde-d evenmin overweldigend was - ook les zou geven aan de havo-klas in Breukelen. De docent van Broklede zou op zijn beurt de vwo-klas in Sneek bedienen.
Kakofonie
In Sneek hadden ze de benodigde apparatuur al in huis. In 2006 zijn ze daar gestart met videolessen voor het vak Fries. “Bij ons in de regio wordt thuis veel Fries gesproken”, vertelt Francine Behnen, docent en begeleider van de ontwikkel- en onderzoeksgroep. “Maar er waren zo weinig eindexamenkandidaten dat het op een buitenlocatie van Bogerman niet mogelijk was eindexamen Fries te doen. Toen hebben we de technologie ingezet.” In 3-vmbo was er in 2006 een docent die tegelijkertijd lesgaf aan leerlingen in Balk, Koudum en Bolsward. “De docent gaf eerst les op de manier zoals hij gewend was”, memoreert Behnen. “Maar al snel bleek dat de videolessen vroegen om een strakke regie. In een klassensituatie kan het bijvoorbeeld handig zijn dat leerlingen onderling communiceren. Bij videolessen is dat te onrustig. Het onderwijs wordt meer rigide, alles moet via de docent gaan. Die moet bewust leerlingen aanspreken, in plaats van een vraag stellen en maar zien wie er reageert. In die zin vraagt het meer van een docent. Hij kan minder spontaan zijn dan hij gewend is. Hij moet gestructureerder lesgeven.”
Toen de leraar Fries dat eenmaal doorhad, verliepen de lessen goed. “Tijdens een les zat een leerling in Koudum te klieren. Dat verstoorde de les dusdanig dat de docent hem van afstand de klas uitstuurde. En dat werkte! De leerling vertrok. Voor de docent was dat het ultieme bewijs dat videolessen door leerlingen worden ervaren als reguliere lessen.”
Desondanks stopte Bogerman er na een paar jaar mee. Behnen: “Vanuit de provincie kwam er subsidie die het mogelijk maakte Friese les te geven aan kleine groepen.” Bovendien was lesgeven aan drie of vier groepen tegelijkertijd ook wel wat veel van het goede. Met twee groepen werkt het beter, ontdekten ze op Bogerman. “We hebben de techniek ook bij het vak filosofie ingezet”, vertelt Behnen. “Op de ene locatie hebben wij een classicus die filosofie geeft, op de andere een modern filosoof. Een onderdeel van het vak is het leren debatteren. Het leek de docenten leuk hun leerlingen kennis te laten maken met die verschillende tradities. Dus docenten en leerlingen van beide locaties verdiepten zich in hun eigen traditie en gingen vervolgens met behulp van videoconferencing met elkaar in debat. Normaal praten leerlingen dan al snel door elkaar heen. Maar met de videoconferencing werd dat zo’n kakofonie dat ze al snel leerden elkaar uit te laten spreken. De meerwaarde van de videoles was in dit geval dat beide groepen iets meekregen van dat andere perspectief, het was een verdieping.”
Fierljeppen
De samenwerking met Breukelen is meer uit nood geboren. Er kwam ook ingewikkelder technologie bij kijken. De docent Fries kon uit de voeten met het op afstand presenteren van leerstof via Powerpoint en Word. Dat was voor wiskunde onvoldoende. “Toen wij de vraag kregen vanuit Breukelen hebben we onze technische jongens met elkaar in contact gebracht”, vertelt Behnen. “Al snel bleek dat de verschillende scholen andere netwerken hebben. De ene school werkte met active boards, de andere met smartboards. Omdat je bij wiskunde figuren en tekens gebruikt, hebben de techneuten bedacht dat remote desktop-technologie wel wat zou zijn. Daarmee kun je op afstand andermans scherm overnemen. Het is nu zo geregeld dat de docent op zijn board in Sneek iets kan tonen en daarop kan tekenen en dat dat ook zichtbaar is in Breukelen, en andersom.”
“Dat vraagt wel nogal voorbereiding”, verduidelijkt wiskundedocent Muskens uit Breukelen. “Ik maak nu voor elke les een soort presentatie klaar. Soms maak ik lege grafieken die ik tijdens de les inteken. Voor deze lessen moet ik precies van tevoren weten wat ik ga doen. Bij andere lessen gaat dat toch wat spontaner. Ik lijk wel een soort ceremoniemeester. Ik moet de boel steeds draaiende houden.”
Muskens heeft sowieso veel energie moeten steken in de samenwerking. “Vorig jaar, het eerste jaar, ben ik bij alle videolessen gaan zitten die mijn collega in Sneek aan 4-havo gaf. Ik wilde kijken hoe het ging.” Dit jaar doet Muskens dat niet meer. Aan het begin van elke videoles is er een technische ondersteuner op beide scholen aanwezig om te kijken of de verbinding goed is, daarna zitten de leerlingen alleen in een lokaal, met een docent op afstand.
Ook hebben ze klasgenoten op afstand die via het scherm te zien en te horen zijn. Muskens: “Vandaar dat wij aan het begin van het jaar in een bus naar Friesland gaan. Voor mij is het fijn mijn Friese leerlingen persoonlijk ontmoet te hebben, maar ook de leerlingen vinden het leuk. Vorig jaar zijn we gaan fierljeppen. Twee leerlingen konden niet mee. Een van hen heeft daar het hele jaar een beetje last van gehad. Je kon merken dat hij het vervelend vond bekeken te worden door vreemden. Terwijl degenen die die ‘vreemden’ hadden ontmoet daar geen last van hadden.”
De resultaten van de leerlingen zijn goed. Of er nu met videoconferencing les wordt gegeven of op de normale manier, het lijkt niet uit te maken. Of de lessen inderdaad goedkoper zijn, is de vraag. De techniek is namelijk prijzig. Gelukkig heeft Stichting Kennisnet er subsidie voor gegeven. En een leraar op afstand kan lessen verzorgen, maar nakijken doet toch de leraar op de eigen school. Toetsen worden gemaakt door de docent die lesgeeft, maar nagekeken door de docent op de eigen locatie.
Jammer
De afstand zorgt wel voor een paar praktische problemen. Zo hebben ze in Sneek lessen van zeventig minuten en in Breukelen van vijftig minuten. De schooldag begint in Sneek om kwart over acht, in Breukelen om half negen en de vakanties lopen niet synchroon. Dat alles vraagt veel van roostermakers, maar ook van leerlingen. Zo moeten 4-havo en 5-vwo in Breukelen een kwartier eerder op school zijn om de les in Sneek te kunnen volgen.
“Door organisatorische toestanden hebben docenten toch iets te weinig lessen kunnen geven”, zegt Behnen. Vandaar dat de samenwerking volgend jaar voor 4-vwo (dan 5-vwo) doorgaat, maar dat er geen nieuwe groepen op deze manier les gaan krijgen. Eindexamenklassen krijgen sowieso geen videoles. “Het is jammer, de samenwerking is heel goed, maar het zou toch beter werken als je videolessen zou doen met een school binnen je eigen bestuur, of in ieder geval in je eigen regio”, zegt Muskens. Betekent dit het einde voor wiskunde-d in Breukelen? “Ik hoop het niet. We zijn nog op zoek naar een school in de regio. Te weinig leerlingen kiezen wiskunde-d. Maar degenen die dat wel doen, zijn vaak heel gemotiveerd. Ik zou het erg jammer vinden als we hun het vak niet meer zouden kunnen aanbieden.”
{kader}
Kleine vakken
Natuur, leven en technologie, wiskunde-d, Grieks, Latijn en informatica. Het zijn allemaal voorbeelden van ‘kleine vakken’: studieonderdelen die niet en masse gevolgd worden en waarvoor het lastig is docenten te vinden én te betalen. Videolessen zijn een manier om de leerlingen die voor kleine vakken kiezen toch te onderwijzen. In Goes doen ze het ook. Op het Goese Lyceum was vraag naar Spaanse les. Maar het bleek niet haalbaar daarvoor een docent in dienst te nemen. Vandaar dat de school zocht naar andere mogelijkheden. Het Spaanse Taalinstituut Isla in Salamanca bood uitkomst. De docenten daar gaven internationaal les met behulp van videoconferencing. Ze deden dit al eerder met een school in Engeland. In 2009 startten vijftien Goese leerlingen met de Spaanse lessen. Terwijl de leerlingen in een klassikale setting naar het videoscherm kijken, zit de Spaanse leraar voor de camera. Aanwijzingen schrijft hij op een blaadje dat hij vervolgens voor de camera houdt. Huiswerk gaat via e-mail en binnen de school zijn twee docenten aangewezen voor het geven van bijlessen.
Het Goese Lyceum werd bij het opstarten geholpen door de Stichting Kennisnet die de benodigde apparatuur schonk. Volgens onderzoek van Kennisnet werkt deze vorm van lesgeven goed.
Op andere plekken in het land wordt het probleem van de kleine vakken bovenschools opgelost: leerlingen van verschillende scholen komen bijeen om het kleine vak te volgen. Op weer andere scholen worden bovenbouwleerlingen ingezet om onderbouwleerlingen te doceren. Alles om de kleine vakken overeind te houden.
Heeft jouw school een innovatieve manier gevonden de kleine vakken toch aan te blijven bieden? Het Onderwijsblad hoort het graag! Mail naar onderwijsblad@aob.nl