• blad nr 9
  • 14-5-2011
  • auteur W. de Lange, de 
  • Column

 

Lachen! Altijd!

In de klas kijk ik dwars door hem heen. Jack is een non-probleem. Hij zegt nooit wat. Hij doet wat je van hem vraagt. Hij haalt voldoendes. Hij hoeft nooit tussendoor naar de wc. Hij maakt geen ruzie. Hij verstopt nooit andermans etui. Hij sist geen scheldwoorden als iets hem niet bevalt, zelfs niet heel zachtjes. Ik heb eigenlijk geen flauw idee wat hem wel en niet bevalt. Zijn gezicht is altijd volkomen vlak. Hij heeft er geen moeite mee je recht in het gezicht te kijken, maar de blik blijft altijd hetzelfde. Ik ben bang dat ik nog nooit heb geprobeerd hem uit zijn tent te lokken. Het siert me niet.
Deze week moet Jack een week maatschappelijke stage lopen. Als ik onverwacht op zijn stageplek, een grote instellingskantine, opduik, gaat één van zijn wenkbrauwen twee millimeter omhoog. Dat is ‘wat komt u hier doen!!?’ in het Jacks. In twee zinnen van ieder twee woorden maakt hij duidelijk dat hij over een paar minuten bij zijn stagebaas verwacht wordt, maar dat hij eerst het een en ander moet schoonmaken. Dan gaat hij verder met lappen en boenen. Dat doet hij grondig.
Zijn stagebegeleider is tevreden dat ik er ook bij ben, bij wijze van publiek. Hij gaat er goed voor zitten en steekt in knapperig Amsterdams van wal. Deze man is tevreden met zijn eigen stemgeluid, maar over Jack is hij niet tevreden. Dat Jack vergeten was zijn bedrijfsjasje in te leveren aan het eind van de eerste stagedag, okay. “Dat is geen groot probleem… een leermoment.” Maar daar komt bij dat Jack niets uitstraalt, niets zegt, en nooit lacht. Ik schrik en kijk naar het slachtoffer. Moet Jack in een week stage zijn hele persoonlijkheid even verbouwen?
Jack kijkt de man strak aan. Die praat maar door. “Als ik dit doe”,… de kantineman steekt uitnodigend een hand uit … “wat doe jij dan?” Aarzelend geeft Jack hem een hand. “Als ik dit doe”, … hij balt zijn vuist en haalt er quasi mee uit naar Jacks gezicht … “wat doe jij dan?” Jack maakt een afwerend gebaar met zijn onderarm. “Precies! Nou jouw gezicht is voor de klant een klap in het gezicht! Daar krijg je geen opgewekte klanten mee. En ik zal je eerlijk zeggen, collega’s hebben me al gevraagd: met wat voor muis heb je me nou opgezadeld?” Hij doet nog een variant van de hand en de vuist en Jack lacht aarzelend een heel klein beetje. “Precies! Lachen! Die lach mag je niet meer afdoen. Waar ga je vanavond de hele avond op oefenen? Die lach! Zie je Mini daar aan de bar? Dacht je dat die nooit liefdesverdriet had? Maar je zal het nooit merken. Altijd een lach, altijd een grapje, voor iedereen.” Geërgerd onderga ik de stortvloed van zelfingenomen Jordanees gekwek en voel een lichte depressie opkomen. Maar ik moet toegeven: het zou heel goed kunnen dat Jack hier iets goeds van geleerd heeft. Of hij is gevloerd. Dat hoop ik deze week uit te vinden.

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.