• blad nr 9
  • 14-5-2011
  • auteur R. Wisman 
  • Redactioneel

De Ambelt moet terug naar 50 procent van de bekostiging  

Wat doe je leerlingen aan?

Als de bezuinigingen doorgaan, moet de helft van de leerlingen met een ‘structurele beperking in hun onderwijsdeelname’ terug de reguliere schoolbanken in. De klassen in het speciaal onderwijs worden groter, en de ambulante dienst in het reguliere onderwijs verdwijnt compleet. Het Onderwijsblad sprak met directie, docenten, leerling en een ouder van de Ambelt in Zwolle waar men het in 2012 met 11 miljoen minder moet doen. “Ik hoop dat het jaar uitstel zal leiden tot een beter plan.”

{kader}
De bezuinigingsplannen
Speciaal onderwijs is te duur geworden, vindt onderwijsminister Marja van Bijsterveldt. Kinderen met een handicap of (licht) psychische of gedragsproblemen moeten daarom zoveel mogelijk naar een gewone school.
Momenteel bedraagt het totale budget voor passend onderwijs 3,7 miljard euro. Dit budget moet terug naar het niveau van 2005 (3,4 miljoen euro) en dat met een bezuiniging van 300 miljoen euro. Aanvankelijk zou al vanaf 2012 50 miljoen worden bezuinigd, in 2013 moest er 300 miljoen worden bezuinigd, dat is uitgesteld. Nu gaan de bezuinigingen van 300 miljoen vanaf 2015 in, in 2013 moet de eerste 100 miljoen al ergens vandaan gehaald worden.
De persoonsgebonden budgetten waarmee ouders van zorgleerlingen steun kunnen inkopen, verdwijnen. De klassen die overblijven op de speciale school worden 10 procent groter. De ambulante begeleiding op reguliere scholen verdwijnt, evenals de regionale expertisecentra.
De zorggelden worden na de bezuinigingen niet meer toegekend aan de indicatiecommissie, maar aan de scholen zelf. Via een samenwerkingsverband met het speciaal onderwijs moeten de scholen zelf op zoek gaan naar een passende plek voor ieder kind.

{portret 1}
‘Het gaat om geld, niet om leerlingen’

Erik Wijtsma, directeur van het voortgezet speciaal onderwijs op de Ambelt, vindt de plannen van Van Bijsterveldt diep triest.

“Wat doe je kinderen aan? Van onze 2400 leerlingen verdeeld over 22 locaties in Drenthe, Overijssel en Gelderland, moeten straks 1200 terug het reguliere onderwijs in. Onze ambulante dienst, die 2400 leerlingen in het reguliere onderwijs begeleidt, zal compleet moeten verdwijnen.
Deze plannen zijn triest voor de kwetsbaarste groepen in de samenleving. Veel van onze leerlingen redden het qua IQ, maar sociaal-emotioneel schieten ze tekort. Ze willen graag ergens bij horen, maar in het reguliere onderwijs vinden ze geen aansluiting. Bij ons kunnen leerlingen zichzelf zijn. Er is een goede uitstroom naar arbeid en vervolgonderwijs.
In Amerika waar het onderwijs ook ‘inclusief’ georganiseerd is, zaten de extreemste leerlingen in een inrichting, en de gewone ‘probleemleerlingen’ in een aparte hoek van de kantine. Er is geen integratie. Is dat waar we heen willen?
Ik voorzie een groot maatschappelijk probleem; leerlingen komen thuis te zitten of raken in een sociaal isolement doordat ze hun draai niet vinden in de maatschappij.
Daarnaast denk ik: wat doe je leerkrachten aan? Het kost docenten in het reguliere onderwijs nu al de nodige moeite met een à twee zorgleerlingen in de klas. Hoe moet het als ze er straks zes of zeven hebben? Docenten die in het speciaal onderwijs werken, kozen bewust voor dat speciale kind. Je moet die klik hebben, anders werkt het niet.
Frustrerend is dat de huidige wetgeving ons verplicht alle nieuwe leerlingen met een cluster-4 (voor leerlingen met een gedragshandicap of psychiatrische problemen, red.) indicatie aan te nemen, terwijl we over twee jaar moeten halveren. Alleen al mijn afdeling groeit met honderd leerlingen die ik straks misschien weer de deur moet wijzen.
Ik heb weinig vertrouwen in het plan om de gelden via samenwerkingsverbanden te verdelen. Scholen zullen waarschijnlijk zoveel mogelijk leerlingen in de school proberen te houden zonder te weten hoe ze er optimaal mee om moeten gaan. Het draait om geld, niet om leerlingen. En dat is precies waar het misgaat.
De Ambelt bestaat meer dan honderd jaar, de kennis en expertise die hier is opgebouwd moet je gebruiken en niet laten verdampen.
Ik hoop dat het huidige uitstel zal leiden tot een beter plan. Mijn voorstel: zet direct een rem op de groei van het cluster-4 onderwijs. Hierdoor verplicht je het reguliere onderwijs om de komende twee jaar met de experts van de speciale scholen een nieuwe zorgstructuur op te zetten. Ik kan me voorstellen dat er meer leerlingen naar het regulier onderwijs zouden kunnen. Start maar eens met 10 procent.”

{portret 2}
‘Ik houd mijn hart vast’

Marcel Veltmaat, docent voortgezet speciaal onderwijs op het Hengeveld College, onderdeel van de Ambelt.

“Ik geef les aan een klas bestaande uit twee klassiek autisten, twee Aspergers, twee adhd’ers, en vijf leerlingen met pdd/nos. Een aantal reageert soms extreem op elkaar en ziet daarbij hun eigen rol in conflicten niet. Anderen zijn juist absoluut niet weerbaar.
Om les te geven aan deze doelgroep moet je affiniteit hebben met de leerlingen. Mijn vrouw werkt in het voortgezet onderwijs en zegt: ‘Passend onderwijs is mooi bedacht, maar ik heb er bewust niet voor gekozen.’ Zij heeft nu al haar handen vol aan één Asperger en één pdd/nos’er. Op de Ambelt zijn alle leerkrachten getraind in de omgang met dit type leerlingen.
Reguliere leerkrachten willen een vak overbrengen en hebben over het algemeen niets met het oplossen van sociaal-emotionele problemen. Zij krijgen straks dus chaos in de klas.
Onze leerlingen zullen verzuipen in de grote klassen, ook door de druk van de leerstof die er in een jaar doorheen moet. Op de Ambelt is die leerstof opgerekt, zodat er ook ruimte is voor hun individuele problematiek. ‘Je irritaties opschrijven in plaats van door de klas schreeuwen’, kan een individueel leerdoel zijn. Door de bezuinigingen moeten Ambelt-leerlingen straks de zorgstructuur missen die ze nu vooruit helpt. Ik houd mijn hart vast voor hun toekomst.”

{portret 3}
‘Mijn ouders zagen me gelukkiger worden’

Erieka Bultena (15) zit in havo-2 van het Hengeveld College, Zwolle.

“Ik was een soort zombie voordat ik op de Ambelt kwam. Ik liep voorovergebogen en keek naar de grond. Mijn ouders zagen me hier gelukkiger worden.
Sinds groep 2 heb ik de diagnose pdd/nos. Op school deden kinderen niet leuk tegen mij. Er ging een schema rond waarop stond wie met wie speelde, ik stond daar nooit op.
Op de middelbare school noemden klasgenootjes me lelijk. Een keer zetten ze de kast met kluisjes voor mijn wc-deur, zodat ik er niet uitkon.
Ik durfde niet voor mezelf op te komen. Soms kreeg ik een woede-ontploffing.
Na de herfstvakantie in 2009 kwam ik naar de Ambelt. Ik doe het niveau dat ik aankan, en krijg de begeleiding die ik nodig heb. Ik ontwikkelde zelfvertrouwen, waardoor ik rechtop ging lopen. Naast gewone leerstof heb ik individuele leerdoelen. Bijvoorbeeld herkaderen, van een negatieve ervaring iets positiefs maken. Ik word soms nog wel eens boos. Dan wil ik alleen zijn, en kan ik naar de time-out tot ik weer rustig ben. Ik wil graag op de Ambelt blijven, maar ik ben bang dat ik straks van deze school afmoet.”

{portret 4}
‘Waar is de onderbouwing die dit verantwoordt?’

Pieter Lettinga is docent bij het Roc Sprint Lyceum Deltion in Zwolle.

“De meest weerbare Ambelt-leerlingen krijgen sinds 2009 de kans om bij ons een havo- of vwo-diploma te halen. We mengen deze leerlingen in de reguliere klassen. Voor degenen die het soms te veel wordt, zijn er permanent begeleiders van de Ambelt aanwezig.
Het is doodzonde om zo’n succesvol project de nek om te draaien. Op gewone middelbare scholen wordt het na de uitvoering van de bezuinigingen een drama voor zowel de leerlingen als de leraren. Waar is de onderbouwing die dit verantwoordt? Ik zie het al voor me - een klas met dertig vmbo’ers waaronder vijf adhd’ers die voorheen in het speciaal onderwijs zaten - maar de minister heeft dit vergezicht nog niet geschetst.
Wat mij betreft ruilen we het behoud van het speciaal onderwijs financieel uit tegen het malle plan voor prestatiebeloning voor leraren. Een bonus is iets voor autoverkopers en bankiers. Leraren motiveer je daar niet mee. Bevries vervolgens het huidige budget van het speciaal onderwijs en laat het werkveld binnen dat budget mogelijkheden scheppen om efficiënter te werken. Je remt zo de groei zonder een waardevolle onderwijskundige infrastructuur te vernielen.”

{portret 5}
‘Ik zie het donker in’

Gerrit de Vries is vader van de achtjarige Roeland die klassiek autistisch is.

“Roeland kijkt mensen niet automatisch aan en kan boos worden als we een andere route nemen dan verwacht. Zijn IQ is gemiddeld, maar komt er door zijn handicap niet uit. Als hij in een leerboek een plaatje ziet dat hij herkent, is hij ervan overtuigd dat hij het hele boek al kent.
Op de Ambelt krijgt hij het onderwijs en de begeleiding die hij nodig heeft. Wat op school gedaan wordt, doen we thuis ook zoveel mogelijk. Er is wekelijks contact met de school via telefoon en/of het heen-en-weerschrift, en dat werkt prettig.
Van de bezuinigingsplannen word ik niet vrolijk. Roeland zal wel weer naar het speciaal onderwijs kunnen, omdat hij dat overduidelijk nodig heeft. Toch zie ik het donker in. Mijn twee andere kinderen in het regulier onderwijs vertellen ‘s avonds aan tafel dat de pdd/nos’ers in hun klas continue aandacht opeisen. Dat kan door deze plannen alleen maar erger worden.
Zo ontstaat een situatie met louter verliezers; het is niet goed voor de reguliere leerlingen, niet voor de zorgleerlingen, en niet voor de leerkracht. Ik vraag me af hoe dat ooit kan werken.”

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.