- blad nr 9
- 14-5-2011
- auteur N. van Dam
- Redactioneel
Werving zij-instromers
Vliegtuigbouwer en winkelbediende komen op vmbo af
De reguliere sollicitanten, afgestudeerden van de lerarenopleidingen, kiezen liever voor havo en vwo, ervaren de vmbo-scholen de laatste jaren. Nu al hebben vmbo-scholen soms moeite hun vacatures vervuld te krijgen. Niet alleen voor de bekende tekortvakken als Duits en natuurkunde, maar ook voor Nederlands, gymnastiek en Engels. Voor de praktijkvakken begint het nijpend te worden. “Dan staat de school voor een duivels dilemma. Als je gaat voor kwaliteit, kun je geen lessen geven, omdat er geen goede bevoegde docent beschikbaar is. Als je kiest voor een onbevoegde, gaan de lessen wel door, maar zijn ze van mindere kwaliteit”, zegt Mieke Rutten, voormalig rector van Dalton Den Haag, die als zelfstandige zonder personeel voor de tweede keer de bijeenkomst organiseerde.
Met ‘Erkend meesterschap vmbo’ proberen de scholen ervoor te zorgen dat het aanbod van sollicitanten van goede kwaliteit blijft door in samenwerking met hogeschool Inholland zelf de opleiding van de docenten ter hand te nemen. Kandidaten voor zo’n opleidingsplaats kunnen zich op de wervingsavond oriënteren op de mogelijkheden. Een hbo-opgeleide econoom hoeft bijvoorbeeld maar één jaar de lerarenopleiding te volgen. Een fysiotherapeut die leraar biologie wil worden, moet minimaal drie jaar studeren. En een communicatiemedewerker met hbo-diploma moet nog minimaal vier jaar studeren.
Vaak schrikt de studieduur potentiële kandidaten af. Zoals vorig jaar de slager die zichzelf wel in de sector consumptie les zag geven. En soms betwijfelen de scholen of iemand die dertig jaar een ander beroep heeft beoefend nog wel in staat is een nieuw vak te leren.
De financiële gevolgen van het opleidingstraject zijn een kwestie van onderhandeling. Van locatiedirecteur André van Stralen van het Van Vredenburch College in Rijswijk moeten zij-instromers geduld hebben. “Wij zeggen, zorg er eerst een jaar voor dat je aardt, dat je met de leerlingen kan omgaan en dat wij zeker weten dat je leerbaar bent. Als dat allemaal in orde is betalen we je studie, in veel gevallen twee jaar. Voorwaarde is dat de leraar na diplomering nog drie jaar bij ons blijft werken.”
Wat er betaald wordt en hoe lang, verschilt van geval tot geval. Mensen die al een onderwijsbevoegdheid hebben, vormen een goedkope match, omdat zij ook aanspraak kunnen maken op de Lerarenbeurs.
De scholen kunnen een deeltijdstudie voor een zij-instromer ook aantrekkelijk maken door de beginners eerst geheel vrij te stellen van overige taken. De zij-instromer kan zich volledig concentreren op het lesgeven en krijgt daarbij veel begeleiding. “Als school moet je ook altijd afwegen of het wel eerlijk is ten opzichte van de collega’s”, zegt waarnemend rector Matieu Arnouts van het Montaigne Lyceum in Den Haag. Hij vindt de wervingsbijeenkomst niet alleen voor zijn vmbo-locatie van belang: “We moeten ons extra profileren als onderwijsregio, omdat Den Haag geen eigen lerarenopleiding heeft. Daardoor krijg je minder makkelijk stagiairs dan de andere grotere steden.”
Dag en dauw
Vorig jaar was de bijeenkomst in juni. Te laat, oordeelden de zeven deelnemende scholen. “Dan hebben ze hun vacatures al vervuld. Dus hebben we dit jaar voor april gekozen”, vertelt Rutten. De vervroeging helpt blijkbaar, want vorig jaar werd geen enkele baan aangeboden. Nu zijn er diverse vacatures, variërend van volledige banen tot mini-aanstellingen van 0,076 fte met de functieomschrijving ‘projectlessen’. Bij het laatste gaat het om de begeleiding van leerlingen die een poster of een krantje moeten maken, legt Ageeth Mulder uit van de François Vatelschool in Den Haag. Deze school is genoemd naar de kok van Lodewijk XIV die zo radeloos was dat de benodigde vis niet bezorgd was, waarmee hij de perfecte maaltijd wilde bereiden, dat hij zelfmoord pleegde. François Vatel heeft ook vacatures voor Nederlands, Engels en wiskunde.
Het Van Vredenburch College heeft opleidingsplaatsen in de aanbieding voor elektro, wiskunde/rekenvaardigheid, maatschappijleer en mens en maatschappij. In de laatste vacature zou Rita van der Molen geïnteresseerd zijn als het een baan van een behoorlijke omvang was. Zij heeft een pabodiploma en werkt nu als vervanger op een basisschool, tot de zomervakantie. “Maar ik kan in het basisonderwijs maar niet aan een vaste baan komen, misschien dat ik in het voortgezet onderwijs meer kans heb.” Al eerder gaf zij Nederlands, toen Van der Molen nog in het zuiden van het land woonde, in het vmbo aan leerlingen van de basis- en de kaderberoepsgerichte opleiding, van wie een aantal nog maar heel kort in Nederland woonde. “Daar heb ik een pittige dobber aan gehad. Eigenlijk kon ik alles met ze doen, zo lang ik maar geen les gaf.” Mens en maatschappij spreekt haar aan omdat zij een brede belangstelling en scholing heeft, waaronder een niet-afgemaakte lerarenopleiding Frans. Aan een klein baantje heeft zij niet genoeg. “Daar kan ik de huur niet van betalen.”
Het ’s Gravendreef College in Leidschenveen heeft vacatures voor zorg en welzijn, Nederlands en Frans plus diverse opleidingsplaatsen. Onderwijsmanager Arjen Ravensbergen zegt tot nu toe alle vacatures nog wel op tijd vervuld te hebben. “Met uitzendbureaus en dergelijke oplossingen. Soms moet je creatief zijn en bij de vervanging van een ouderschapsverlof een groep een half jaar minder lesgeven, en het tweede half jaar meer les.”
Aan het eind van de avond blijkt dat elke school diverse contacten met serieuze belangstellenden heeft opgebouwd met wie later een sollicitatiegesprek kan volgen. Iemand met een slapende eerstegraads bevoegdheid voor wis- en natuurkunde, iemand die in het buitenland Nederlands als tweede taal heeft gegeven. Een winkelbediende, een architect, een huisschilder.
Lieke Polman, die na de havo mts-vliegtuigbouw heeft gedaan en nu al twintig jaar bij Fokker werkt, heeft ook contact gelegd met een vmbo-school. “Ik zit al langer te twijfelen of ik dit tot m’n zestigste wil blijven doen. Ik ben nu 44 en nog flexibel. In de loop der jaren heb ik heel veel cursussen gevolgd om nieuwe typen vliegtuigen te leren kennen en ik heb altijd goed contact met de stagiairs van onze bedrijfsopleiding.” Het onderwijs lijkt Polman wel wat. Bovendien zou zij het aantrekkelijk vinden om niet meer voor dag en dauw in de auto te hoeven stappen in haar woonplaats Nootdorp om om zeven uur ’s morgens aan haar werk in Woensdrecht te beginnen.