• blad nr 8
  • 23-4-2011
  • auteur . Lachesis 
  • Column

 

Aquarium

Regelmatig tref ik in mijn lokaal twee zwijgende mannen aan. Een kleine en een grote. Een leerling en een volwassene. Jochem en Karl, de conciërge. Ze staan met de rug naar me toe en mompelen vriendelijk een groet terwijl hun blik onafgebroken op het aquarium blijft rusten. In die houding verandert ook niets als de rest van de klas binnenkomt. Ze doen alleen een paar onwillige stappen opzij als ze verdreven worden door leerlingen die ook willen zien wat zij zien. Zijn er soms nieuwe guppen? Heeft die leuke algen-eter weer een aanval van adhd? Zijn er opnieuw om onnaspeurbare reden tetra’s verdwenen? Nee, alles is nog bij het oude. Verbaasd zie ik sommige leerlingen opzij kijken. Wat zien Jochem en Karl daar toch? Merkwaardig toch hoe die twee daar elke dag opnieuw aandachtig naar het leven in het aquarium turen.
In de loop van de tijd hebben Jochem en Karl een klein verbond gesloten. Er zijn gewoonten ontwikkeld en wetmatigheden gecreëerd. Als het water in het aquarium mooi helder is, dan wordt dat enerzijds veroorzaakt door de zorgvuldige wijze waarop Jochem de draad-alg verwijdert en anderzijds doordat de kwaliteit van het water verhoogd is door de inspanningen van Karl. De conciërge is in het bezit van een filter waarmee leidingwater verlevendigd kan worden. Als Jochem en Karl het turen in het aquarium onderbreken, dan is het steeds om mij te melden hoe goed de kwaliteit van het water oogt en hoe schoongeboend de sierstenen zijn. De rol die ik speel in de wetmatigheden van deze mooie symbiotische interactie tussen vissen en vissenliefhebbers is de volgende: ik ben verantwoordelijk voor al het leed. De vertroebeling van het water, de verdwijning van sommige onfortuinlijke waterbewoners, ik hoef maar een blik in de ogen van Jochem en Karl te werpen en het is duidelijk dat de schuldvraag gesteld en al beantwoord is. De ene keer voer ik de vissen veel te vaak, de andere keer juist te weinig. Dan weer wordt mij gemeld dat ik niet het juiste voer voor de bijlzalmpjes heb, dan weer klinkt het lichte verwijt dat het nieuw aangeschafte voer een grote bedreiging voor de sluierstaart is. Ik kan ze toch niet allemaal afzonderlijk gaan voeren, jammer ik. Maar de heren blijven mij vriendelijk doch onverbiddelijk op de hoogte stellen van onregelmatigheden.
Ook met het aan en uit doen van de verlichting kan er kennelijk veel fout gaan. Te veel licht, oordeelt Karl regelmatig, terwijl hij peinzend naar de tijdschakelaar kijkt. Zielig hoor, al die vissen in het donker, piekert Jochem even later. Het wordt tijd dat je wat planten verwijdert, merkt Karl de ene dag op. Na verwijdering van een kwart van de zuurstofplanten staan de heren hoofdschuddend voor de bak: veel te weinig planten zo. Wedden dat het water weer troebel wordt? Gelukkig heeft Karl zijn filter nog. Even later komt hij met een emmertje de trap op. Zal ik het water maar weer wat verlevendigen, vraagt hij zonder het antwoord af te wachten. Het is duidelijk dat hij inmiddels zeker weet dat het nooit wat wordt met mij en die vissenkom. Ook Jochem twijfelt zichtbaar. Intussen loop ik schuldbewust dierenwinkel in, dierenwinkel uit. Heeft u speciaal voer voor sluierstaarten? Klopt het dat bijlzalmpjes levend voer eten in plaats van gedroogd voer? Och mevrouw, antwoorden de eigenaars van deze zaken dan, hun schouders ophalend. Angstaanjagend zorgeloos zijn de antwoorden van deze winkeliers soms. Maar op hen wacht dan ook geen brigade aquariumwatchers. En dus voer ik na schooltijd de sluierstaart met de hand. Korreltje voor korreltje.

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.