• blad nr 8
  • 23-4-2011
  • auteur A. Kersten 
  • Redactioneel

 

Ook onderwijsbestuurders klussen bij

Veel bestuurders hebben bijbaantjes. Dat geldt ook voor onderwijsbestuurders. Als toezichthouder bij een andere school of een ziekenhuis bijvoorbeeld. Of als commissaris in het bedrijfsleven. De bijverdiensten kunnen soms aardig oplopen.

Je moet ervoor gevraagd worden. Tenminste, zo ging dat bij het Waterland Ziekenhuis en de zorgstichting Synergos. Haar naam stond op het briefje dat een headhuntersbureau had meegekregen van de betreffende raden van toezicht. Die vonden haar wel iemand die in het profiel zou kunnen passen dat was opgesteld voor de vacature van toezichthouder. Of ze over de functie wilde praten. Marja Kamsma, bestuurslid van Avans Hogeschool in Breda, zei ja.
“Ik vind het goed om naast mijn hoofdfunctie er nog iets maatschappelijks bij te doen”, zegt ze. “Het is leerzaam om te ervaren hoe dingen gaan in een andere organisatie. Ik zie parallellen tussen organisaties in het onderwijs en de gezondheidszorg. Ik heb geneeskunde gestudeerd en nog altijd een grote liefde voor de zorg.”
Naast de paar bijbaantjes waarvoor ze werd gevraagd, etaleert Kamsma’s cv een veel grotere lijst met nevenfuncties die voortvloeien uit haar hoofdbaan. Als Avansbestuurder zit ze in een dertiental stuurgroepen, stichtingsbesturen en adviesraden.

Eigen tijd
Het is eerder regel dan uitzondering: een bestuurder met bijbaantjes. Ook in het hoger onderwijs. Naast nevenfuncties die gekoppeld zijn aan de bestuursbaan zelf, houden veel bestuurders er ook ‘externe’ bijbanen op na. Een behoorlijk aantal is onbezoldigd, een deel betaald. Bijvoorbeeld als toezichthouder bij andere instellingen in de semi-publieke sector. Sommige (universitaire) onderwijsbestuurders zijn in hun vrije tijd commissaris in het bedrijfsleven. Nevenfuncties waar een aardige vergoeding tegenover kan staan. Bestuurders moeten in de regel toestemming vragen van hun baas: de raad van toezicht. De externe betrekking mag natuurlijk geen belangenconflicten veroorzaken. En de bijbaantjes moeten openbaar worden gemaakt. Of de bestuurder de vergoeding zelf mag houden, wordt met de eigen toezichthouder afgesproken. Vaak hangt het ervan af of de bijbaan losstaat van de bestuursfunctie en in de eigen tijd wordt vervuld.
Een paar voorbeelden. Voorzitter Geri Bonhof van de Hogeschool Utrecht is lid van de raad van toezicht bij het Roc van Amsterdam/Roc Flevoland. De honorering bedroeg 9.000 euro in 2009. Haar woordvoerder Sietzke Vermeulen bevestigt dat Bonhof dat bedrag mag houden. De afspraak is dat bijverdiensten ‘persoonlijk ontvangen worden als de nevenfunctie niet is voortgekomen uit de functie bij de HU’. De woordvoerder vult voor de volledigheid nog een betaalde bijbaan aan: de advisory board van het Nederlands Instituut voor Hoger Onderwijs in Ankara. Vergoeding: 400 euro per vergadering, opgeteld 800 euro in 2009. Ook op persoonlijke titel.
Paul Doop, lid van het gecombineerde bestuur van de Hogeschool van Amsterdam en Universiteit van Amsterdam, is toezichthouder bij de Hartekamp Groep. Dat is een zorgverlener voor mensen met een (verstandelijke) beperking. De bezoldiging bedroeg iets meer dan 8.000 euro in 2009. Zijn woordvoerder, Suzanne Okkes, laat weten dat het geld aan Doop zelf toekomt. Net als de vacatievergoeding bij de Algemene Rekenkamer, waar hij collegelid in buitengewone dienst is. Ook dat bedrag ligt rond de 8.000 euro.
Amandus Lundqvist, die op 1 mei vorig jaar afscheid nam als voorzitter van de TU Eindhoven, is commissaris bij Kasbank. In 2009 en 2010 kreeg hij daarvoor een vergoeding van 37.000 per jaar. Bij de St. Anna Zorggroep kreeg hij als voorzitter van de raad van toezicht in 2009 een vergoeding van 7.125 euro.
Volgens woordvoerder Peter van Dam van de TU Eindhoven zal de raad van toezicht normaal gesproken alleen bijverdiensten verrekenen als de nevenfunctie ten koste zou gaan van de uren die de bestuurder voor de TU werkt. ‘In de praktijk is dat laatste bij bestuurders van de TU/e bij mijn weten niet aan de orde geweest, ook niet bij de nevenfuncties die onze vorige voorzitter van het college van bestuur, Amandus Lundqvist, vervulde’, mailt hij.

Met mate
René Smit, voorzitter van de Vrije Universiteit in Amsterdam, is als commissaris onder meer verbonden aan het Havenbedrijf Rotterdam. Hij zit de remuneratiecommissie voor, die de beloning van het bestuur uitstippelt. De honorering die het Havenbedrijf daar tegenover stelt bedroeg 30.000 euro per jaar in 2009 en 2010. Voor de functie van voorzitter van de raad van toezicht bij Isala Klinieken in Zwolle lag de beloning op 7.250 euro in 2009. Eind dat jaar legde hij die nevenfunctie neer.
Een andere bijbaan is Smits commissariaat bij de Kloosterboer Groep (Kloosbeheer BV) in IJmuiden, een grote logistieke dienstverlener voor koel- en vriesproducten. De honorering is onduidelijk. De jaarrekening 2009, gedeponeerd bij de Kamer van Koophandel, vermeldt alleen een vergoeding van 34.000 euro voor een tweekoppige raad van commissarissen.
Smit zelf gaat verder niet op vragen over de bezoldiging in. Via zijn woordvoerder Mirjam Gouweloos verklaart hij dat sinds 1 januari 2008 de helft van de nevenverdiensten naar de universiteit gaat. Belangstelling voor een organisatie bepaalt mede of hij een nevenfunctie accepteert. ‘Veelal heeft dat ook te maken met onderwerpen waarin ik in het verleden mij intensief heb beziggehouden.’ Bij de VU acht de raad van toezicht het van belang dat bestuurders ook op gebieden buiten de universiteit actief zijn, aldus Smit. ‘Overigens met mate’, voegt hij eraan toe.

Ton
Ook Bas Kortmann, rector magnificus aan de Radboud Universiteit in Nijmegen, heeft naast zijn onbezoldigde nevenfuncties een aantal betaalde bijbanen. Acht, volgens het meest recente overzicht.
Bijvoorbeeld als commissaris bij Kwaliteitskeuring Dierlijke Sector BV. Volgens de jaarrekening 2009 kregen de drie commissarissen daar samen 45 duizend euro. Voor zijn commissariaat bij Dela Coöperatie ontving Kortmann in 2009 een bedrag van 28.175 euro, aldus een opgevraagde specificatie van de uitvaartonderneming zelf. En voor zijn diensten als commissaris betaalde SNS Reaal hem dat jaar 45 duizend euro. Op 7 oktober 2010 legde hij, na twintig jaar, die functie neer.
Kortmann vult zelf nog een paar voorbeelden aan: “Ik zit in de stichting Beheer van SNS Reaal, dat is een stichting die iets meer dan 50 procent van de aandelen houdt. Daar zat ik indertijd als commissaris al in. Die is gehonoreerd in de orde van grootte van 15 of 20 duizend euro per jaar. Ik ben voorzitter van de stichting Continuïteit ING, dat is een betaalde functie die ik ook al vele jaren doe. Dat is tussen de 10 en 15 duizend euro per jaar.”
“Mijn nevenfuncties heb ik altijd vervuld met instemming van de werkgever.” Voordat hij rector werd, was dat met toestemming van het college van bestuur. “Ik ben in 1984 hoogleraar geworden en heb daar ook nadrukkelijk afspraken over gemaakt. Ik heb gezegd dat ik het op prijs zou stellen als ik een aantal nevenfuncties mocht vervullen, maar dat ik uiteraard door de universiteit afgerekend moet worden op mijn functioneren.”
En de universiteit is dik tevreden, redeneert Kortmann, getuige zijn recente herbenoeming als rector voor nog eens vier jaar. “Dat is met unanieme instemming van de ondernemingsraad en de studentenraad, en van de decanen. Het toezicht was gelukkig met mijn functioneren en blij dat ik wilde blijven.”
Wat de inkomsten betreft: “Daar is steeds de afspraak geweest dat ik die zelf ontvang, dus die gaan niet naar de universiteit.” Alles opgeteld komt Kortmann gemakkelijk boven een ton bruto aan nevenverdiensten in 2009. “Ik heb niet het idee dat ik iemand daarmee tekortdoe”, aldus de rector magnificus, die nogmaals benadrukt dat de universiteit tevreden over hem is.
Kortmann ziet zijn nevenfuncties in het licht van zijn wetenschappelijke ambities. “Ik doe naast mijn rectoraat ook nog iets aan onderzoek binnen het ondernemingsgericht recht. Deze nevenfuncties geven een kijkje in de keuken hoe een onderneming echt werkt. Dat is voor een rechtsgeleerde heel leerzaam. Ik wil ook mijn vak niet prijsgeven om een beroepsbestuurder te worden. Ik denk dat het heel belangrijk is dat een rector op een universiteit ook een wetenschapper blijft en niet alleen beroepsbestuurder is.”
Is er een duidelijke scheidslijn in de tijdsbesteding voor deze nevenwerkzaamheden tussen eigen tijd en werktijd voor de universiteit? “Ja, je zou kunnen zeggen: je bent 24 uur per dag, zeven dagen per week rector magnificus. En af en toe ervaar ik dat wel zo. Natuurlijk komt het ook voor dat vergaderingen voor nevenfuncties overdag zijn. Maar ik zit ’s avonds en in het weekend veelvuldig dingen te doen als rector en ik doe zelfs ook nog wat onderzoek.”
Een inschatting van het tijdsbeslag kan Kortmann niet geven. “Dat varieert. Ik vind het heel lastig om daar een inschatting van te maken.”
Bij SNS Reaal merkte hij op het laatst wel dat er meer tijd gevraagd werd dan hij er nog aan kon besteden. Uiteindelijk heeft hij om die reden niet meer gewacht tot de jaarvergadering dit voorjaar en is hij in oktober vorig jaar teruggetreden. “Ik merkte dat een commissariaat in het bank- en verzekeringswezen in de woelige tijd na de financiële crisis meer dan regulier tijd en aandacht vroeg. Niet dat mijn werk als rector daardoor in het gedrang kwam. Maar ik vond dat ik als commissaris niet meer optimaal kon functioneren.”

Zuinig
Hoe schat Avansbestuurder Marja Kamsma het tijdsbeslag van haar betaalde bijbanen in? Bij de zorgstichting Synergos zit ze de raad van toezicht voor, sinds december 2010. Aan het Waterland Ziekenhuis is ze sinds 2005 verbonden. Moeilijk precies aan te geven, zegt ze. Want het is wat geconcentreerder op de momenten dat er vergaderingen moeten worden voorbereid. “Maar ik denk gemiddeld drie kwartier per week voor het Waterland Ziekenhuis en anderhalf uur per week voor Synergos.”
Anders dan de nevenfuncties die samenhangen met haar bestuurstaak bij de hogeschool, moeten deze bijbaantjes in de eigen tijd. De vergoedingen zijn gebaseerd op de richtlijnen van de vereniging van toezichthouders voor de zorg. Bij het Waterland Ziekenhuis was dat 6.000 euro in 2009, aldus het jaarverslag. Bij Synergos is de vergoeding nog niet vastgesteld, zegt Kamsma. De nevenfuncties zijn akkoord bevonden door de eigen raad van toezicht van Avans. Deze bijverdiensten mag ze zelf houden.
“Het zijn bedragen die laag zijn, niet te vergelijken met commissarisbeloningen in het bedrijfsleven. Terwijl de verantwoordelijkheid en het tijdbeslag er absoluut niet voor onderdoen.”

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.