- blad nr 8
- 23-4-2011
- auteur W. de Lange, de
- Column
Verzet
In Debbie’s antwoord proef ik – terecht of onterecht - een soort bescheiden en verlegen moed: ‘Ik zou gewoon leven en mensen een beetje helpen.’ Toine raakt in het ene, korte zinnetje dat hij opschrijft meteen de kern: ‘Ik zou joden onderbrengen bij mij.’ Denny hoor ik het, als ik zijn antwoord lees, meteen met stemverheffing zeggen: ‘Ik zou geen respect voor de Duitsers hebben. Ze moeten gewoon opzouten. Ik zou dus in het verzet gaan.’ Ontroerend is het antwoord van verreweg de stilste jongen in de klas: ‘Ik zou in het verzet gaan want als je meewerkt verwoesten ze heel Nederland.’ Ze zijn er dus, de veertienjarigen die denken of hopen dat ze voor het verzet zouden hebben gekozen. Maar ze zijn in deze klas in de minderheid.
Veertig, vijftig jaar geleden was elke jongere een verzetsheld. Wie toen tiener was, mat zich bijna automatisch een overvloed aan moed en wijsheid aan. Wij hadden met onze vaders en moeders naar de tv-serie De Bezetting van dr. Lou de Jong gekeken. We hadden allemaal op de lagere school een boekje over de oorlog mee naar huis gekregen. We begrepen eigenlijk niet goed dat niet iedereen in mei 1940 meteen wist wat hem of haar te doen stond.
Leerlinge Lea begrijpt het in 2011 wel, zo blijkt uit haar antwoord. ‘Ik denk dat ik zo normaal mogelijk met mijn leven zou doorgaan en geen enge dingen zou doen want ik zou nooit in een concentratiekamp willen zitten. Ik ben fysiek en mentaal te zwak om in opstand te komen.’ Ik stond paf van zoveel eerlijkheid en werkelijkheidszin.
Een deel van Lea’ s klasgenoten ziet het een stuk simpeler. Die gaat de bezetter te lijf met de sociaal-correcte clichés van de betere voetbalcoach:
‘Ik zou gewoon tegen de Duitsers doen, dan moeten ze mij ook gewoon behandelen.’
‘Ik zou normaal doen als hun ook normaal doen.’
‘Ik zou ze respect tonen zodat er niks met me gebeurt.’
Een ander deel van de klas voelt wel dat het tussen 1940 en 1945 niet over ‘normaal doen’ en ‘respect’ ging. Maar menigeen kiest zonder aarzeling voor het vege lijf:
‘Gewoon verder gaan, in ieder geval zorgen dat je werk houdt.’
‘De Duitsers hun gang laten gaan. Je kan toch niets tegen ze doen.’
‘Ik zou me netjes gedragen zodat ze me niet zouden doden.’
‘Ik zou de Duitsers gehoorzamen want anders word je vermoord.’
Het Enige Gewenste Antwoord bestaat niet meer.