• blad nr 8
  • 23-4-2011
  • auteur . Overige 
  • Redactioneel

Praten over lastig gedrag 

Gooi die deur van je klaslokaal open

Lesgeven aan pubers kan knap lastig zijn. Toegeven dat je sommige leerlingen lastig vindt en dat jouw aanpak misschien niet werkt ook, zeggen oud-docenten en onderwijsdeskundigen Henno Oldenbeuving en Monique Sanders. Het zou goed zijn als leraren dat vaker zouden doen. “Door erover te praten wordt het al een stuk makkelijker, kunnen docenten van elkaar leren en blijft het lesgeven leuk.”

Tekst Andrea Holwerda

Het mislukte kampeeruitje met die lastige mentorklas. Monique Sanders, voormalig biologiedocente en nu onderwijsdeskundige bij adviesbureau APS, schaamt zich er nog steeds voor. “Ik wist niet meer wat ik met die groep aan moest. Elke avond had ik ouders aan de telefoon. Ik besloot uiteindelijk om met de hele groep te gaan kamperen.”
Dat had ze achteraf beter niet kunnen doen. De leerlingen zetten de camping op zijn kop en toen Sanders na slechts twee uur slaap haar tent uitstapte, bleek de halve klas naar huis te zijn gegaan. “Wat was dat verschrikkelijk”, zegt ze. “Ik moest mijn afdelingsleider opbellen en vertellen dat ik een deel van mijn leerlingen was kwijtgeraakt.”
Het is daarna niet meer goed gekomen tussen Sanders en de groep. De leerlingen die weg waren gegaan, kregen straf en verder is er nooit meer over het voorval gepraat. “Nu besef ik dat ik dat juist wel had moeten doen. Dan had ik daarna tegen die klas kunnen zeggen: Laten we opnieuw beginnen en er wat van maken. Misschien was de groep dan uiteindelijk wel één van mijn favoriete klassen geworden.”

Taboe
Maar Sanders kwam pas tot dit inzicht toen ze drie jaar geleden samen met een andere oud-docent en APS-collega Henno Oldenbeuving voor het eerst echt praatte over hoe lastig het lesgeven aan pubers soms is. “In maar weinig lerarenkamers wordt daarover gesproken”, stellen de twee. “Het is een soort taboe. Docenten hebben het graag over hun leerlingen, over hoe lastig ze zijn of juist niet. Over hun eigen aanpak, over hoe moeizaam het soms gaat, praten ze liever niet.”
En dat is jammer. Want door erover te praten wordt een lastige leerling vaak al een beetje minder lastig. Ook kom je dan sneller tot ideeën die kunnen helpen wat te veranderen aan het lastige gedrag, schetsen de twee. “En er is echt zoveel informatie over lastig gedrag, in boeken en natuurlijk in de hoofden van al die docenten die dagelijks voor de klas staan.”
Sanders en Oldenbeuving besloten zoveel mogelijk van die nuttige feiten te gaan verzamelen op een blog, het Knaplastig-blog, zodat leraren in ieder geval kunnen lezen over de obstakels van het lesgeven. Natuurlijk met in hun achterhoofd de hoop dat de berichten er uiteindelijk voor zullen zorgen dat het onderwerp beter bespreekbaar wordt.
In drie jaar tijd verzamelden de twee tientallen wetenschappelijke inzichten, praktische tips en grappige blunders. Dat je als leraar beter je best doet als je van een leerling veel verwacht en dat je daarvoor moet waken. Of hoe je met slechts een vel hokjespapier een saai onderwerp als ruimtelijke ordening heel spannend kunt maken. Onlangs werden de beste berichten van het blog gebundeld in een praktisch boekje met een gelijknamige titel: ‘Knaplastig! Lesgeven aan pubers’.

Verantwoordelijk
Maar het onderwerp beter bespreekbaar maken is makkelijker gezegd dan gedaan. Het verantwoordelijkheidsgevoel van docenten speelt hierbij een grote rol, stelt Sanders. “We vinden dat we als leraar precies moeten weten hoe alles moet. We moeten van onszelf vanaf dag één alles onder controle hebben, overal een oplossing voor hebben, leerlingen mogen niet de dupe worden van het feit dat wij het even niet weten.”
Wat eveneens een rol speelt, is dat de één met een leerling of klas wegloopt, terwijl de ander die leerling of groep juist ongelooflijk lastig vindt, zegt Oldenbeuving. “En dan heb je al je moed verzameld om bij het koffiezetapparaat tegen een collega te zeggen dat je die groep zo lastig vindt en dan komt die collega met de boodschap dat hij die groep juist hartstikke makkelijk vindt. Daar sta je dan.”
Bovendien is lesgeven natuurlijk heel persoonlijk, is de ervaring van de onderwijsdeskundigen. Het aanpakken van die lastige jongen op die en die manier kan bij de ene leraar werken, maar bij de andere niets uithalen.

Liefde
Sanders en Oldenbeuving horen dan ook keer op keer van docenten dat er wel wat lastige leerlingen zijn, maar dat het voor de rest allemaal heel erg goed gaat. Sanders: “Ik denk dan gelijk: Laten we praten over die leerlingen die je slapeloze nachten bezorgen. Bijvoorbeeld die groep leerlingen die volgend jaar scheikunde laten vallen en die geen zin meer hebben om nog wat te doen. Misschien kunnen we wat ideeën bedenken die goed bij jouw manier van lesgeven passen en die de groep toch uitdagen nog wat te gaan doen. Daar wordt het allemaal zoveel leuker van.”
Het uiteindelijke doel van Sanders en Oldenbeuving is zorgen dat de liefde voor de leerlingen en het lesgeven blijft. “Dat je niet met buikpijn op de lijst ziet dat je 4-havo hebt. Dat je in de gaten houdt dat dat hoogbegaafde meisje genoeg lesstof krijgt, zodat ze zich niet gaat vervelen en gaat klieren in de les. Dat je kunt blijven lachen om het feit dat scholieren heel creatief kunnen zijn met superlijm”, sommen Oldenbeuving en Sanders op.
“Toen ik laatst naar een school onderweg was zei de taxichauffeur tegen mij: Leraar, dat zou ik wel willen zijn, maar ìk kan het niet”, vertelt Sanders. “Lesgeven is het lastigste maar tegelijkertijd ook het mooiste vak dat er is. Laten we elkaar helpen die moeilijke lessen wat makkelijker te maken en ervoor zorgen dat we die lastige leerlingen uiteindelijk meer leren dan gedacht.”

{noot}

Het Knaplastig-blog is te vinden op knaplastig-aps.blogspot.com Daar is ook het gelijknamige boekje te bestellen.

{kader}

‘Je zet altijd jezelf in als middel’

Zo’n drie jaar geleden besloten de docenten van Pouwer, een school voor praktijkonderwijs in Utrecht, meer met elkaar te overleggen over hun aanpak in de klas. “Het praktijkonderwijs is heel persoonlijk”, vertelt teamleidster Rita Portman. “Wat een leerling doet, is sterk afhankelijk van wat je als leraar doet. Je zet altijd jezelf in als middel. Goed dus om daar met elkaar over te praten.”
Tijdens de leerlingenbespreking gaat het daarom nu niet meer over hoe lastig die ene leerling is en wat hij of zij allemaal doet, maar over hoe de verschillende docenten met die lastige leerling omgaan. Portman: “We beginnen nu met de vraag: Omschrijf de volgende leerling in één woord. Soms krijg je dan twee tegenovergestelde antwoorden. Vervolgens kunnen we het dan hebben over hoe de één en hoe de ander met die leerling omgaat. Vaak is het zo dat als een docent het net een beetje anders doet, het al veel beter en gemakkelijker gaat.”
Vorig schooljaar is bovendien besloten om zo nu en dan bij elkaar in de les te gaan zitten. Portman: “Dat is best spannend natuurlijk, maar iedereen komt een keer aan de beurt. Met drie mensen weet en zie je gewoon veel meer dan in je eentje.”
Toch is het meer richten op wat je als leraar doet een heel proces, geeft Portman toe. “Het wordt steeds makkelijker, maar de ene docent ziet er natuurlijk meer in dan de andere. De sfeer is erg belangrijk. Iedereen moet vrij kunnen praten over wat hij moeilijk vindt.”
Ter ondersteuning van het hele proces hebben tegenwoordig niet alleen de leerlingen van Pouwer, maar ook de docenten een portfolio. In dat dossier bewaren ze naast hun eigen gedachten bijvoorbeeld tips van collega’s en reacties van leerlingen. “Het maakt het ook allemaal net iets minder vrijblijvend”, zegt Portman.

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.