- blad nr 8
- 23-4-2011
- auteur J. van Aken
- Redactioneel
Onderwijs en topvoetbal
Het voetbalt lekkerder met een diploma
Een twintigtal jongens van een jaar of 18 speelt elkaar met snelle voetbewegingen de bal toe tijdens een training op Sportpark Zoudenbalch in Utrecht. Over een paar jaar spelen enkele van deze talenten van de A1 van FC Utrecht waarschijnlijk als profvoetballer in stadion Galgenwaard, dat schuin achter het trainingscomplex naar hen lonkt. Een van hen is centrale verdediger Mike van der Hoorn (18), die in 5-havo van Helen Parkhurst in Almere zit. Vorig jaar tekende hij een contract bij FC Utrecht. “Het voelt veilig om een contract te hebben, maar ik wil ook mijn school afmaken.” Met een eindsprintje door examentraining moet hij het kunnen redden, denkt Mike. “Ik heb berekend dat ik het kan, nee, moet halen”, verbetert hij zichzelf.
Hij maakt lange dagen met zes trainingen en vaak twee wedstrijden per week. Op maandag gaat hij bijvoorbeeld om kwart voor acht van huis en is hij ’s avonds om kwart over acht terug. Mike is het gewend. “Vanaf de eerste klas heb ik niet anders gedaan en weet ik wat plannen is. Bovendien zit ik op een LOOT-school (voor topsporters) en ze denken enorm goed mee.” Zijn school regelde vrijstelling voor informatica zodat hij maar in zes vakken examen hoeft te doen. “Ook spreiden ze toetsen over een langere periode zodat ik meer tijd heb om te leren. Daar voel ik me prettig bij.”
Toch heeft Mike soms een dipje met schoolwerk. Dan denkt hij: “Als ik nu ga voetballen, kan ik het redden als prof. Maar stel dat je iets breekt en nooit meer kan voetballen, dan heb ik toch een havo-diploma achter de hand en dat motiveert me.”
Droom
Voetballen in stadion Galgenwaard is de droom van alle jeugdspelers op het trainingsveld. Zeker is dat de droom om profvoetballer niet voor alle twintig zal uitkomen. “De jongens zijn ervan doordrongen dat ze niet allemaal profvoetballer zullen worden”, zegt hun trainer en oud-FC Utrechtspeler Jean Paul de Jong. Alleen talent is niet voldoende. “Een speler moet ook de focus en motivatie hebben om iets te willen bereiken. Je ziet jongens afhaken die wel het talent hebben, maar voetbal niet met school kunnen combineren.” De talenten moeten soms ver reizen omdat FC Utrecht in een straal van 50 kilometer spelers scout. Ook schoolstages bemoeilijken de voetbalopleiding.
De club probeert voor de spelers een optimaal leerklimaat te creëren. School en voetbalclub hebben daarbij een gedeeld belang. “Het uiteindelijke doel is dat zoveel mogelijk spelers een balans vinden tussen onderwijs en voetbal en de stap maken naar het betaald voetbal.”
Om die reden is de ontwikkeling van spelers bij FC Utrecht breder dan alleen voetbal. De club geeft hen ook ‘skills’ mee, vaardigheden als zelfdiscipline, beleving en samenwerken. Afgelopen winter gebeurde dat tijdens een tiendaags bezoek aan Gambia. FC Utrecht bezocht een ziekenhuis, kwam bij Gambiaanse jongens thuis en trainde op een zandveld. “Terwijl wij een technische, medische staf en tal van faciliteiten te bieden hebben. Door ze daar te laten ervaren hoe Gambiaanse jongens hun droom van profvoetballer proberen te verwezenlijken, leren ze in korte tijd waar je normaal een heel seizoen over zou doen”, zegt De Jong.
Mike van der Hoorn is er nog vol van. “We werden ontvangen alsof we helden waren”, vertelt hij hoofdschuddend. Met een medespeler sliep hij bij een Gambiaanse jongen thuis. “Eigenlijk sliepen we in zijn bed, ontzettend gastvrij. Het was er zo donker dat je helemaal niks kon zien en er renden voortdurend mensen langs de kamer. Voor hen is dat normaal, voor ons was het heel bijzonder”, zegt hij peinzend. De spelers moesten de reis even verwerken, vertelt De Jong. “Het heeft als impact gehad dat ze leren hier vol voor hun droom te gaan.”
Opluchting
Mocht een profcarrière er voor zijn spelers uiteindelijk niet inzitten, dan is een diploma essentieel om een maatschappelijke loopbaan te kunnen beginnen na het voetbal, weet de trainer. Daarom hamert de club op het belang van onderwijs. “Spelers die niet de gewenste resultaten op school halen, moeten trainingen laten schieten en dat gebeurt ook bij examens.” Bovendien zie je problemen op school terug op het voetbalveld en andersom, zegt De Jong. “Als de rapportcijfers niet goed zijn, ben je eigenlijk al te laat. Je moet eerder het gesprek aangaan.”
De club koppelt sinds twee jaar aan elk jeugdteam een studiebegeleider die contact onderhoudt met speler, school, ouders en club. De studiebegeleider van de A1 is Bart Engbers, oud-directeur van het Vader Rijn College in Utrecht. Er zijn twee soorten scholen en spelers, vertelt hij. “Je hebt Sven die in 6-atheneum zit, een 8 gemiddeld staat en alle trainingen meedoet. Je ziet dat zijn school makkelijk meegaat in een aangepast programma omdat hij goed presteert.” Hij overlegt ook met spelers die onvoldoendes hebben en/of niet naar school gaan. “Het is vaak een opluchting dat ze erover kunnen praten dat het op school niet lekker gaat en op het veld niet goed loopt.”
Vervolgens gaat Engbers in gesprek met teamleiders en mentoren over aanpassingen van lestijden, verplaatsing van examens en stages. Dat vinden scholen prettig. “Ze merken dat er niet alleen wat van hen wordt gevraagd, maar dat een leerling ook zelf aan de bak moet. Afspraken sluit ik met Jean Paul de Jong kort en school gaat bij hem altijd voor.”
Wel ziet de oud-directeur dat een school veel minder bereid is mee te denken als de leerresultaten minder goed zijn. “Er is een jongen die dit jaar de eerste helft van het examen doet en nog gaat het niet goed, tot onvrede van zijn leraren.” Waarom zouden we voor voetballers een uitzondering maken, zeggen scholen soms. “Ik probeer vaak wat begrip voor de droom van de jongens te kweken. Een speler voelt dan dat een school mee wil werken en is slim genoeg om dat aanbod met twee handen aan te pakken.”
Opleiding
Ferdi ten Ham, studiecoördinator bij FC Utrecht, signaleert dat het vooral bij (v)mbo-leerlingen vaak minder soepel gaat. “Zij leggen de nadruk vaak op voetbal en ze hebben soms wat minder studiediscipline.” Engbers vindt dat vooral stages deze voetballers nekken. “Die passen simpelweg niet naast het voetbal.”
Daar weet Enzio Boldewijn (18), spits of rechtsbuiten van de A1, alles van. Hij zit in het eerste jaar van Leisure&Events van roc Midden Nederland en moet tien weken stagelopen, tachtig uur in totaal. “Dat werkt niet naast de voetbaltrainingen en wedstrijden.” Zijn opleiding wil zoveel mogelijk meewerken, vertelt hij. “Maar wettelijk moet ik die stage doen.”
Engbers is met de topsportcoördinator, mentor en stagebegeleider in gesprek over een oplossing. “Enzio zou de stage in zijn zomervakantie willen doen, maar wij vinden dat hij ook vakantie nodig heeft. Het is belangrijk dat je even rust hebt voor je weer aan een zwaar jaar begint. En dat vindt je moeder ook”, voegt hij er grinnikend aan toe.
Ondanks de lastige combinatie topsport en school vindt Enzio het belangrijk een diploma te halen. “Als het met voetballen niet lukt, moet je toch iets hebben om op terug te kunnen vallen. Het voetbalt lekkerder met een diploma.”
Om de moeilijkheden waar spelers als Enzio tegenaan lopen te tackelen, begint FC Utrecht volgend schooljaar een eigen mbo-opleiding tot profvoetballer. Het is een aangepaste versie van Sport en Bewegen van roc Midden Nederland, vertelt Ten Ham. “De opleiding lost de problemen met stages op en scheelt enorm in reistijd. De spelers krijgen les op de club, met aan de trainingen aangepaste lestijden. Tussen de trainingen door krijgen leerlingen huiswerkbegeleiding van studenten van de Hogeschool Utrecht.”
De achterliggende reden is dat FC Utrecht een vangnet wil creëren voor spelers die minder makkelijk leren. “Leerlingen halen allemaal een diploma op niveau 2 of 3 zodat ze in ieder geval een startkwalificatie hebben. Havisten en vwo’ers redden zich wel. Het doel is dat deze jongens straks ook maatschappelijk verder kunnen.”