- blad nr 7
- 9-4-2011
- auteur J. van Aken
- de Vereniging
Professionele ruimte is een inkoppertje
Veel docenten hebben het gevoel tot uitvoerder te zijn gemaakt door hun werkgever, zei Wouter van der Schaaf, stafmedewerker bij de AOb, tijdens een bijeenkomst op 25 maart in Utrecht. “Bij professionele ruimte gaat het erom hoe we het eigenaarschap kunnen terugwinnen.” Een wetsvoorstel om de positie van leraren te versterken ligt momenteel bij de Tweede Kamer. De beoogde wet voldoet echter niet aan de verwachtingen. “De Raad van State vond het voorstel vooral een versterking van de positie van de besturen. Ook wij hebben er op gewezen dat het niet de wet is die we voor ogen hebben”, vertelt Van der Schaaf.
Na afspraken tussen werkgevers- en werknemersorganisaties zijn een aantal hbo-instellingen zelf aan de slag gegaan met de vergroting van de professionele ruimte. “Zij merkten dat hun werknemers niet goed in hun vel zitten”, verklaart Van der Schaaf. “Maar er zijn ook hbo’s waar het bij één bijeenkomst bleef of waar helemaal niets gebeurt”, weet hij. Terwijl het de bedoeling is dat binnen alle hogescholen medewerkers de dialoog aangaan over een andere manier van werken. Thema’s daarbij zijn professionaliteit, leidinggeven en werken in teams.
Effectief team
Met het werken in teams deed Joost Ansems uitgebreid ervaring op als docent bij de opleiding personeel en arbeid van de Hogeschool Utrecht. Zijn opleiding werkt met zelfsturende teams die gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor het onderwijs. Alle taken die naar een team kunnen, gaan ook naar een team, zegt hij. “Het gaat mis bij onnodige centralisering, want dat haalt de motivatie weg”, stelt Ansems. “Als voorbeeld noemt hij de verplichte invoering van hogeschoolbrede blokken van vijf studiepunten. Dat vraagt van ons veel tijd om vakken van één of twee punten samen te voegen.”
Als teamlid ontwikkelt een docent onderwijs, voert het uit en evalueert. “Het betekent ook dat je gezamenlijk verantwoordelijk bent en elkaar inspireert. Vier, vijf uur per week stemmen we het werk met elkaar af, daar krijgen we uren voor.” Het is niet vrijblijvend. “Docenten die niet aan intervisie doen en zich niet ondernemend opstellen, krijgen dat te horen bij hun beoordelingsgesprek.”
Voor leidinggevenden betekent het een andere, meer faciliterende rol. “Een opleidingsmanager geeft aan hoeveel mensen een team tot zijn beschikking heeft en verzorgt de werving en selectie van docenten. Hij stimuleert coaching en intervisie en bewaakt het lerend vermogen van het team”, vat Ansems samen.
Het effect van werken in teams is meer ruimte, authenticiteit en motivatie. “Meer ruimte leidt tot betere kwaliteit en tot betere scores bij medewerkers- en studenttevredenheidsonderzoeken, accreditatiebeoordelingen en in de Keuzegids hbo. Professionele ruimte is de weg naar beter onderwijs en onderzoek en aantrekkelijker werk voor professionals.”
De economische situatie en de uitstroom aan docenten binnen tien jaar bieden kansen voor professionele ruimte, voorziet Ansems. “De krapte op de arbeidsmarkt zorgt voor de noodzaak tot veranderen. Veel juniordocenten werken nu alleen uitvoerend met het materiaal van anderen wat leidt tot een authenticiteit van ‘nul’. Dat werkt niet motiverend en zij dreigen weer uit te stromen.”
Daarbij is werken in teams financieel aantrekkelijk in tijden van bezuinigingen. “Het onderwijs kan beter en goedkoper, want er kan veel staf en management weg. Het is een inkoppertje voor de vakbond om hiermee te lobbyen richting politiek.”