- blad nr 7
- 9-4-2011
- auteur L. Douma
- Redactioneel
Het is tijd dat de leraar zijn gezag terugkrijgt
Waarom het onderwijs niet onderwijst
Te veel dikke kinderen? Leer ze hoe ze gezond moeten eten. Niet gelukkig? Geef gelukskunde. Tienerzwangerschappen? Licht leerlingen gedegen voor. Geen zin in school? Bestrijd de schoolfobie! Het zijn een paar voorbeelden van wat Frank Furedi de psycho-pedagogisering van het onderwijs noemt. Pedagogen en beleidsmakers verbreden het takenpakket van het onderwijs en geven scholen een centrale rol in het socialisatieproces van jongeren. Zo verliest het onderwijs zijn eigenlijke functie, en is de school geen plaats meer waar leerlingen kennis vergaren.
Furedi’s betoog is niet nieuw. Twee jaar geleden kwam zijn boek Wasted. Why education isn’t educating in Engeland uit. De onderwijscrisis die hij in dit boek beschrijft, richt zich op de Engelse situatie. Omdat zijn betoog ook toepasselijk is voor de Nederlandse situatie, heeft uitgeverij Meulenhoff een Nederlandse vertaling uitgebracht: De terugkeer van het gezag.
Furedi’s eigen zoektocht naar een geschikte school voor zijn dertienjarige zoon was voor hem aanleiding voor het schrijven van dit boek. De ene school prees zich aan met haar uitstekende dyslexieprogramma. De andere stond zich voor op een uitstekend veiligheidsbeleid. Tot Furedi’s afgrijzen afficheerde geen enkele school zich met goede wiskundeprestaties of uitmuntende slagingspercentages. De socioloog ontdekte dat er sprake was van ‘psycho-pedagogisering’ van het onderwijs. Het emotionele welbevinden van jongeren wordt belangrijker gevonden dan kennisoverdracht. In feite, zegt Furedi, wordt de leerling in de hedendaagse onderwijspraktijk niet serieus genomen. Het onderwijs zou kinderen moeten helpen een verandering te ondergaan, volwassen te worden. Door het vergaren van kennis zouden jongeren een andere, meer ontwikkelde blik op de werkelijkheid, en daarmee op zichzelf, moeten krijgen. In plaats daarvan perst het onderwijs leerlingen tegenwoordig alleen maar in een door de overheid bedachte mal.
Ophef
Het is tijd dat de leraar zijn gezag terugkrijgt, vindt Furedi. Want hij is degene met kennis van zaken, hij dient te bepalen hoe de les wordt vormgegeven, en niet de overheid. Het curriculum wordt nu door beleidsmakers teveel benaderd als een instrument voor de correctie van culturele en gedragsmatige problemen. Pedagogie lijkt steeds meer op therapie. En dan is er ook nog de angst dat leerlingen zich wel eens zouden kunnen gaan vervelen. Dus moet alles wat zij leren ‘relevant’ zijn. Als voorbeeld daarvan noemt Furedi de ophef die ontstond rond de Britse historische canon. Om leerlingen weer enthousiast te maken voor ‘stoffige’ geschiedenis, was maatschappelijke relevantie een van de kerndoelen bij het vormgeven van die canon. Maar kennis hoeft helemaal niet relevant te zijn, meent Furedi. Het is namelijk niet de taak van het onderwijs leerlingen te vermaken of gelukkig te maken. Het onderwijs moet ze voorzien van kennis die hen in staat stelt goede keuzes te maken.
Furedi bestrijdt niet dat leraren en pedagogen altijd naar manieren moeten zoeken om – soms ingewikkelde – lesstof op een aantrekkelijke manier te verpakken. Dat hebben onderwijzers door de eeuwen heen ook altijd gedaan. Maar Furedi constateert een belangrijk kwalitatief verschil met vroegere tijden: om lesstof aantrekkelijk te maken speuren docenten tegenwoordig naar nieuwe technieken om de communicatie te verbeteren. Docenten worden geacht rekening te houden met de meest uiteenlopende individuele leerstijlen zodat geen kind in het klaslokaal nog achterblijft. Volgens de socioloog worden oplossingen in het onderwijs eenzijdig gezocht in het verbeteren van pedagogische vaardigheden. En minder in het vergroten van deskundigheid. Fout, vindt Furedi.
Het aanbreken van het informatietijdperk heeft de verandering van vakinhoudelijk onderwijs naar projectmatig onderwijs gestimuleerd, betoogt de socioloog. De leerling moet wegwijs gemaakt worden in de veelheid aan informatie. Hij moet zelf leren kiezen welke informatie wel en welke niet relevant is voor zijn leerdoelen. Nog een voorbeeld van hoe de docent in de rol van begeleider wordt gedrongen, waarbij de methodiek het wint van de inhoud.
Jammer
Furedi zet zijn bezwaren zorgvuldig uiteen, ondersteunt ze met citaten van Britse politici en onderwijskundigen. Hij komt met mooie nieuwsberichten en anekdotes die zijn verhaal versterken, maar niet met cijfers. Dat maakt het lastig te beoordelen hoe diep de crisis precies is die hij beschrijft.
In zijn conclusie schrijft hij: ‘Om een aantal redenen heeft De terugkeer van het gezag de verleiding weerstaan om een reeks beleidsvoornemens voor scholen te formuleren.’ En dat is jammer. Want hoe moet het onderwijs dan onderwijzen?
{kadertje bij foto}
Over de auteur
Frank Furedi (1947, Boedapest) is als socioloog verbonden aan de Universiteit van Kent en wordt beschouwd als een tegendraads denker. Hij studeerde aan de School of Oriental and African Studies in Londen en richtte in 1978 de Revolutionary Communist Party op. In de jaren negentig hield hij zich veel bezig met de vrijheid van meningsuiting.
Furedi noemt zichzelf een atheïst met een groot geloof in de wetenschap. Hoewel zijn ideeën soms conservatief aandoen, wil hij op generlei wijze met conservatisme geassocieerd worden.
{noot}
Frank Furedi, De terugkeer van het gezag. Waarom kinderen niets meer leren, uit het Engels vertaald door Willem van Paassen, Meulenhoff, 304 pagina’s,
ISBN 9789029086295, 19,95 euro.
Aanbieding: AOb-leden betalen voor het boek 15 euro, in plaats van 19,95. Zie pagina …