• blad nr 7
  • 9-4-2011
  • auteur L. Douma 
  • Redactioneel

De samenwerkingsschool 

Openbaar en toch bijzonder

Krimp dwingt scholen tot onorthodoxe oplossingen. In verschillende plattelandsgemeenten werken bijzondere en openbare basisscholen om die reden samen. De samenwerkingsschool wordt nu ook in de wet verankerd. Maar onderwijsmensen van zowel bijzondere als openbare huize vrezen dat hun richting ondergesneeuwd zal raken. “Je kunt niet aan de ene kant roepen dat ouders hun keuzevrijheid moeten behouden en aan de andere kant klagen als ouders toestaan dat de christelijke onderwijscomponent afzwakt.”

Het klinkt zo logisch. Men neme een dorp. Dat dorp brengt steeds minder kinderen voort. Maar telt wel twee scholen: een openbare en een christelijke. Beide scholen worstelen met een teruglopend leerlingaantal. Dus brengt men de scholen samen en begint een dorpsschool, waar plek is voor alle gezindten en waar godsdienstonderwijs wordt gegeven aan wie daar behoefte aan heeft.
Maar in een land waar de vrijheid van onderwijs zo hevig is bevochten, is dit geen voor de hand liggende oplossing. In Den Haag probeert men al sinds begin jaren negentig een wettelijk kader te bieden voor samenwerkingsscholen. Steeds liep dat wetsvoorstel op tegen nieuwe hindernissen. Nu is het dan toch de Tweede Kamer gepasseerd. Wanneer ook de Eerste Kamer akkoord gaat, zijn wijzigingen in de onderwijswetten een feit en kan de samenwerkingsschool eindelijk formeel bestaan.
Het wetsvoorstel maakt het voor kleine bijzondere scholen, waarvoor opheffing dreigt, mogelijk te fuseren met een openbare school in de buurt. Omgekeerd kan dat ook. Door zo’n samenwerking alleen mogelijk te maken als voor een van beide scholen opheffing dreigt, wordt de vrijheid van onderwijs gerespecteerd, stelt minister van Onderwijs Marja van Bijsterveldt. Een identiteitscommissie moet regelen en bewaken dat er zowel openbaar als bijzonder onderwijs op de school wordt gegeven.

Draak
“Het is een draak van een wetgeving”, vindt Egbert Kruidhof, algemeen directeur van de Vereniging Christelijk Primair Onderwijs Noord-Groningen. “Door de wetgeving verandert er niets. Nu alles zo scherp is geformuleerd, vrees ik dat het alleen maar lastiger is geworden als samenwerkingsschool verder te gaan. Want een samenwerkingsschool kun je dus niet stichten in een krimpregio. Je moet wachten totdat een van beide scholen die ellendige ondergrens voor opheffing heeft bereikt. Tot die tijd kun je niets beginnen.”
“De wet haalt een boel overhoop. Niet zozeer ideologisch, maar juridisch is het geen aantrekkelijke optie”, reageert Thérèse Penders, jurist bij de Bond Katholiek Primair Onderwijs KBO. Ze vindt de wetgeving onnodig. “Er is al wetgeving die stelt dat als er binnen een bepaalde straal geen openbare school is, de bijzondere school verplicht is openbare leerlingen op te nemen. Deze leerlingen hoeven dan niet aanwezig te zijn bij de godsdienstlessen. Alles is dus al geregeld. Waarom die wet er zou moeten komen, is mij onduidelijk. Ik vind het een heel kunstmatige manier om twee verschillende stelsels met elkaar te vervlechten.”
“Zo’n samenwerkingsschool zorgt voor nogal wat extra bestuurslast”, zegt Wob van Beek van de Besturenraad, het centrum voor christelijk onderwijs. “Bovendien vraagt het veel van vrijwilligers. De samenwerkingsschool moet een identiteitscommissie krijgen, met daarin ouders die moeten zorgen dat recht wordt gedaan aan alle denominaties.”
Een typisch tegenargument, vindt Eddy Buisman, die als directeur van de openbare basisschool op Schiermonnikoog aansluiting vond bij de christelijke basisschool. “Als je hebt te maken met een ouderpopulatie die het prima vindt dat het christelijke stempel wat afzwakt, heb je daar als school mee te leven. Je kunt niet aan de ene kant roepen dat ouders hun keuzevrijheid moeten houden – wat de bijzondere belangenverenigingen roepen – en aan de andere kant je verzetten als ouders toestaan dat er wat minder aandacht komt voor de levensbeschouwelijke component op school. Ik vind dat we in Nederland niet de ogen kunnen sluiten voor ontkerkelijking.”

Emotioneel
De samenwerkingsschool Yn de Mande op Schiermonnikoog bestaat sinds 2009. De oprichting ervan had nogal wat haken en ogen, mede doordat de samenwerkingsschool voor de wet nog niet bestaat. Buisman: “Het was een emotioneel onderwerp. Maar de scholen stonden naast elkaar en bij beide scholen daalde het leerlingaantal, het was een logische stap. Uiteindelijk waren alle partijen bereid een nieuwe bijzonder neutrale school te stichten. Den Haag lag dwars. Voor het stichten van een nieuwe school heb je minimaal tweehonderd leerlingen nodig en die hadden we niet. Dus hebben we binnen het christelijk onderwijs naar een oplossing gezocht en de statuten aangepast. De stichting zou zich in het vervolg niet alleen inzetten voor het behouden van christelijk onderwijs, maar ook van het openbaar onderwijs, binnen één school. Daarnaast was het christelijk bestuur bereid openbare bestuursleden aan te stellen. Toen dat was vastgelegd, was de weg vrij om de boel in elkaar te schuiven.”
Penders van KBO kent ze ook: de samenwerkingsscholen die hun statuten aanpassen. “Mensen die heel ideologisch zijn, willen dat per se. Ik vind het veel drukte om iets simpels. In de praktijk gebeurt het vaak dat een van de twee scholen wordt opgeheven en dat er dan afspraken worden gemaakt met de overblijvende school hoe om te gaan met de inhoud van het onderwijs. Meestal kunnen beide partijen zich hierin vinden.”
Buisman kent ook een voorbeeld van zo’n school, namelijk basisschool de Haven in het Groningse dorp Onderdendam, waar Buisman woont. “Mijn kinderen hebben in Onderdendam op een openbare school gezeten. Maar door krimp is daar zes jaar geleden de stekker uit getrokken. Er zijn toen pogingen geweest om van de openbare en christelijke school één school te maken. Maar dat kwam niet van de grond. Daarop zei de christelijke school dat iedereen welkom was. Statuten werden niet aangepast. Maar een dorpsschool kan wat mij betreft nooit christelijk zijn.”
Kruidhof kent de argumenten van Buisman. Basisschool de Haven maakt deel uit van het christelijke bestuur waarvan hij directeur is. Een bestuur dat overigens ook twee samenwerkingsscholen in Groningen onder zijn hoede heeft. “In 2008 kregen wij als bestuur de Haven er bij. Er kwam toen ook een nieuwe schoolleider die ervaring had op een oecumenische school. Zo iemand weet van de hoed en de rand. Onder de vlag van het christelijk onderwijs is de Haven dorpsschool geworden. Alle ouders zijn daarbij betrokken geweest.
Iedereen voelt zich thuis op de school.”

Schoolstrijd
Het AOb-groepsbestuur openbaar onderwijs is geen voorstander van de samenwerkingsschool. “Het risico dat op zo’n school het openbaar onderwijs raakt ondergesneeuwd is te groot”, verklaart groepsvoorzitter Ton van Helvoort. “Mocht de samenwerkingsschool er toch komen, en daar ziet het nu wel naar uit, dan moet de wet verplichten dat er jaarlijks verslag wordt gedaan hoe het gaat met de openbare identiteit van de school. In de gemeenteraad zou dat verslag behandeld kunnen worden. De overheid is namelijk van oorsprong de eigenaar van het openbaar onderwijs, dus is het logisch dat de gemeente optreedt als controlerende instantie.”
De kinderen van Mark Renne, ‘krimpcoach’, gaan naar een samenwerkingsschool van Onderwijsstichting Movare in Limburg. Dit is van oorsprong een bestuur voor bijzonder onderwijs. Inmiddels telt de stichting 58 scholen voor katholiek, oecumenisch, protestants-christelijk, algemeen bijzonder en openbaar onderwijs. “Onze school profileert zich als ‘niet gebonden’. Het is geen openbaar onderwijs, maar open onderwijs. Iedere groep krijgt zijn kansen. Er is bijvoorbeeld veel aandacht voor de eerste communie, maar er ligt geen nadruk op de viering van katholieke feestdagen. Ik heb niet het idee dat er ouders zijn die daarmee zitten. Uiteindelijk gaat het op school om pedagogisch-didactische kwaliteiten.”
Maar voor pedagogisch-didactische kwaliteiten is de schoolstrijd niet gestreden. Zowel openbare als confessionele organisaties zijn bang hun grip op het onderwijs binnen de samenwerkingsschool te verliezen. Penders van de KBO: “Hoe een samenwerkingsschool praktisch moet werken, zie ik niet voor me. Splits je een klas als er levensbeschouwelijk onderwijs wordt gegeven? Dat lijkt mij niet wenselijk. Er zijn voorbeelden waar het zo gebeurt. Maar meestal verwatert dat na verloop van tijd en weet niemand meer waar een school precies voor staat.”

Bidden
Op Schiermonnikoog worden klassen inderdaad zo af en toe gesplitst. “Twee keer per week krijgen de christelijke kinderen levenbeschouwelijk onderwijs, terwijl de openbare kinderen humanistisch onderwijs krijgen”, vertelt Buisman. “Natuurlijk was daar in het begin scepsis over. Vooral van christelijke kant. Daar moet je als directeur oog voor hebben. En dus hebben wij dat eerste jaar een grote kerstmusical opgevoerd in de kerk. Iedereen deed mee. Het hele dorp liep uit. ‘De geboorte van Christus kan dus gewoon gevierd worden in de kerk’, wisten de sceptici toen. Dat betekent niet dat je elk jaar en masse naar de kerk hoeft. Wissel dat wat af. Maar laat zien dat mensen voor uitholling niet bang hoeven te zijn.”
Dat de samenwerkingschool op Schiermonnikoog wel een succes is, komt ook door de ouderpopulatie, geeft Buisman toe. “De ouders waren aanzienlijk minder christelijk dan het etiket deed vermoeden. Dat is natuurlijk in veel plaatsen zo. De christelijke school is dichterbij, krijgt een betere inspectiebeoordeling, ach, dan willen de openbare ouders hun ogen wel sluiten tijdens het ochtendgebed.”
Het slagen van een samenwerkingsschool zal verschillen per regio, denkt ook krimpcoach Renne. “In gebieden waar ze sterker aan de denominatie hechten, is de samenwerkingsschool denk ik geen goed idee. Het moet nooit geforceerd tot stand komen. Dan is een samenwerkingsschool alleen maar een splijtzwam in een dorpsgemeenschap. Maar waar mensen wat minder ideologisch zijn, kan het een oplossing zijn voor krimpproblemen.”
Vooralsnog denkt niemand dat er met de nieuwe wetgeving veel meer samenwerkingsscholen zullen komen. De regels zijn te ingewikkeld. Christelijk bestuursdirecteur Kruidhof: “Ik zie om mij heen vaker dat besturen een verdeling maken: jij krijgt dat dorp, dan neem ik dit dorp. Dat zal niet veranderen, want zoals in de nieuwe wetgeving geformuleerd is, moet de ene school zich bij de ander aansluiten en blijft een school toch altijd openbaar of bijzonder.”

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.