- blad nr 7
- 9-4-2011
- auteur W. de Lange, de
- Column
Uit de klei
Bij onze vakdidacticus speelden we alle elementen van een goede les na: Hoe leg je simpel uit wat er gebeurde tijdens de beurskrach van 1929? Hoe voer je een klassengesprek over het begin van de Nederlandse opstand tegen de Spanjaarden? Hoe begin je een les over de Egyptische irrigatielandbouw spectaculair? Dat moest je dan aan medestudenten laten zien. En die speelden dan moeiteloos voor verveelde pubers. Ik heb het houten zwaard en de ridderhelm van mijn zoon in de strijd gegooid. Die gebruik ik nog regelmatig, de hele oudheid en middeleeuwen door eigenlijk.
Sommigen, waaronder ik, vonden die lessen een verademing. Eindelijk kregen we waarvoor we gekomen waren! Maar studenten die niet zeker wisten of ze wel zo erg in de Franse Revolutie en de ineenstorting van het Romeinse rijk geïnteresseerd waren, hielden niet van de vakdidacticus. Te gretig, te kritisch. Zij hielden van andere docenten.
Ons clubje ergerde zich groen en geel bij de colleges algemene didactiek en klassenmanagement. Daar hoorden we de ene open deur na de andere ingetrapt worden. Die andere groep studenten vond die algemene colleges juist geweldig. De vette pijl van ‘werkvorm’ naar ‘leerdoel’ of ‘leeropbrengst’ leek hun van een oneindig veel hogere orde dan dat stomme zwaardje.
Ik denk aan deze scheuring in onze studentengroep terug, terwijl ik onze leraar koken zie knikkebollen. We zitten op de jaarlijkse toogdag van ons college en een lage voorjaarszon prikt de hele zaal in de ogen. “Opbrengsten! Onderwijs gaat gewoon over opbrengsten. Bereiken we ons leerdoel, ja of nee”, brult de inleider in de microfoon en hij kijkt ons aan met de intense blik van een Jehova’s getuige. De inleider is dan ook ingehuurd om ons te inspireren.
Onze wiskundeman staart een wolk na. Maar onze economievrouw luistert geïnteresseerd. Ik probeer te horen wat zij hoort. “Bij elke lesvoorbereiding moet je even denken aan de vraag die een ouder zijn kind stelt bij het koken: Wat heb je vandaag op school geleerd”, zegt de inleider. Ja, daar zit zeker iets in, moet ik toegeven. Het kan zeker geen kwaad om daar op gezette tijden aan herinnerd te worden. En dat leerlingen moeten weten wat ze in de les gaan doen en waarom? Het moet af en toe gezegd. Door een man van een ingehuurd inspireerbureau? Ach, waarom altijd zo zuur? Mijn gedachten dwalen af. Hebben we stevige glaasjes op school? Dan kan ik daar klei, zand en veen instoppen om de leerlingen de grondsoorten van Nederland te laten ruiken en voelen. Want ik moet nu de jaarlijkse overstap van geschiedenis naar aardrijkskunde maken. Zo gaat dat in het vmbo. Glaasjes met soorten grond, eerst met blinddoeken en ruiken. Leuk idee? Heb ik thuis trouwens nog klei?