• blad nr 7
  • 9-4-2011
  • auteur R. Wisman 
  • Redactioneel

Aantal Duitse studenten 30 procent gegroeid 

Hier zitten studenten niet op de grond

Hogescholen in de grensstreek krijgen steeds vaker Duitse studenten in de collegebanken. De praktijkgerichtheid van de opleidingen, de toegankelijkheid van de docenten en de moderne faciliteiten trekken ze over de streep. “Als ik dit vertel aan Duitse vrienden geloven ze het amper.”

De Hanzehogeschool in Groningen en Saxion in Enschede zagen hun instroom van studenten uit Duitsland bijna verdubbelen. In 2010 starten 324 Duitse studenten een opleiding aan de Hanzehogeschool tegenover 169 in 2006. In Enschede liep het aantal in diezelfde periode op van 479 naar 842. Met ruim 12 procent is de Duitse markt inmiddels een wezenlijk onderdeel van de studentenpopulatie op Saxion, van de 23 duizend studenten zijn er 2.700 van Duitse komaf.
Dat geldt ook voor hogeschool Stenden in Emmen en Leeuwarden waar van de 10 duizend studenten maar liefst 1.800 een Duits paspoort hebben. Op Fontys Hogescholen in Venlo zijn de Duitse studenten zelfs in de meerderheid, van de 3.200 studenten zijn er 2.200 Duits.
Landelijk groeide de Duitse instroom in vijf jaar tijd van 3.492 naar 4.492 per jaar, zo blijkt uit cijfers van de Hbo-raad. Een toename van 30 procent.
Jo Grouls, directeur economische opleidingen van Fontys Venlo, vindt het niet meer dan logisch dat zijn hogeschool meer Duitse dan Nederlandse studenten trekt. “In een straal van vijftig kilometer rond Venlo vind je links plaatsen met 100 duizend inwoners zoals Helmond en Venray. Rechts vind je Krefeld, Duisburg, Düsseldorf, Mönchen-Gladbach: allemaal plaatsen met 200 tot 600 duizend inwoners. De kans op Duitse studenten is in Venlo dus veel groter.”
Fontys speelt daar al sinds 1993 op in door de economische opleidingen, de populairste onder de doelgroep, ook Duitstalig aan te bieden. De afgelopen tien jaar groeide de Duitse instroom, mede door de actieve werving van Fontys op beurzen en scholen.
Op de hogeschool Stenden, waar jaarlijks vierhonderd tot vijfhonderd Duitse eerstejaars instromen, richt een ‘D-team’ zich specifiek op de Duitstalige markt. “Wij doen scholenvoorlichtingen, staan op onderwijsbeurzen en organiseren maandelijks een Duitstalige open dag”, aldus woordvoerder Sarah Glücks. Ook is een persoonlijk gesprek met rondleiding bij Stenden iedere dag op afspraak mogelijk.
Hogeschool Saxion werft niet actief in het buurland. “Het gaat ons er niet om zoveel mogelijk Duitse studenten binnen te slepen”, zegt woordvoerder Rob Admiraal. “Op één Engelstalige opleiding is momenteel 70 procent Duits. Je kunt je afvragen of dat wenselijk is.” De Duitsers zoeken hun heil in Enschede, omdat het Nederlandse onderwijs ze aanspreekt, weet Admiraal uit onderzoek van de hogeschool onder de doelgroepstudenten uit de driehoek Enschede - Osnabrück – Münster.
“De Duitse studenten vinden op de Fachhochschulen en Universitäten niet altijd de opleiding die ze zoeken.” Ze kiezen relatief vaker voor crossmediale studies of small business & retail management. “Een studie die opleidt tot ondernemer bestaat in Duitsland namelijk niet.”
De toegankelijkheid van Nederlandse docenten, de moderne gebouwen en faciliteiten op school, zijn ook redenen om over de grens te gaan, blijkt uit het Saxion-onderzoek.
Grouls van Fontys herkent die motivatie onder zijn eigen studenten: “Een Duitse professor geeft soms les aan zeshonderd studenten. Zo massaal is het hier niet.” Soms wijkt een Duitse student uit naar Nederland, omdat hij niet voldoet aan de numerus clausus-regeling die alleen studenten met de hoogste examencijfers toelaat op sommige Duitse opleidingen, vult Sarah Glücks van Stenden nog als motivatie aan.

Ideale studenten
Veel van de Duitse aanwas komt rechtstreeks vanaf het gymnasium, maar er zijn er ook die na een Berufskolleg (vergelijkbaar met mbo) aan het hbo starten. Om te kunnen beginnen aan een Nederlandstalige opleiding, moeten de studenten eerst een diploma Nederlands als tweede taal behalen. De meeste hogescholen bieden deze in de zomervakantie aan. “90 tot 95 procent haalt deze toets”, aldus Admiraal.
“De Duitse studenten pikken de Nederlandse taal snel op”, zegt Glücks. “Ze zijn snel in staat om de lessen te volgen en te praten met Nederlandse medestudenten.”
Ook het integreren gaat prima. In Leeuwarden wonen alle 1154 Duitse studenten op kamers, volgens Glücks. In Emmen ongeveer 80 procent. Als de reisafstand te doen is, zoals bij Venlo het geval is, blijven de Duitse studenten vaker thuis wonen. Maar dat is een typisch kenmerk van het hbo, meent Rob Admiraal: “Landelijk gezien blijft 75 procent van de hbo’ers thuis wonen.”
Als de Duitser eenmaal over de grens studeert, doorloopt deze de studie gemiddeld in een voorbeeldige vier jaar. De problematiek van ‘langstudeerders’ bestaat onder de Duitsers niet, zegt Admiraal. “Ze maakten zeer bewust de keuze voor Nederland, en zijn gemotiveerd om er een succes van te maken.” Wat dat betreft de ideale studenten.
Na het afstuderen, vertrekt het leeuwendeel weer richting thuisland om daar te gaan werken. Dat is minder ideaal, vindt Admiraal. “Van de overheidsbekostiging die de hogeschool voor iedere Duitse student krijgt, ziet de maatschappij niets terug. Dat zou ik graag anders zien.”
Grouls van Fontys: “Van Nederlandse studenten die in België studeren, eisen we toch ook niet dat ze daar gaan werken? We moeten meer internationaal gaan denken. Als wij uitstralen dat buitenlandse studenten hier welkom zijn, gaan ze vanzelf vaker in Nederland werken.”

{kader}
Buitenlandse studenten
De Nuffic, Stichting Nederlandse organisatie voor internationale samenwerking in het hoger onderwijs, becijferde dat in Nederland in totaal bijna 60 duizend buitenlandse studenten zijn, 44 procent daarvan komt uit Duitsland. Op afstand volgen China en België, die weer op afstand gevolgd worden door Bulgarije, Turkije, Indonesië en Polen.
Hogeschool Duitse instroom 2006 Duitse instroom 2010
Hogeschool Artez 135 98
Hogeschool Fontys 600 881
Hanzehogeschool Groningen 169 324
Hogeschool Arnhem en Nijmegen 496 683
Stenden Hogeschool 405 454
Hogeschool Saxion 479 842
Hogeschool Zuyd 486 414
Internationale Hogeschool Breda 116 145
Bronnen: Hbo-raad, rapport Mobiliteit in beeld 2010

{portret 1}
‘Dit is precies wat ik zocht’

Lena Böhler (23) uit Krefeld is derdejaars student (Duitstalige) internationale marketing aan de Fontys Hogeschool in Venlo.

“Hoe verhouden mensen zich tot de producten die ze kopen? Waarom kopen ze wat ze kopen? De relatie tussen reclame en menselijke psyche vind ik totaal interessant.
Nadat ik in 2007 mijn gymnasiumdiploma behaalde, oriënteerde ik me eerst in Duitsland. Marketing bestaat hier niet als aparte studie. Ik zou eerst drie jaar Betriebswirtschaft moeten doen, waarna ik pas na het derde jaar de specialisatie marketing zou kunnen kiezen.
Via google kwam ik op de website van Fontys terecht; de bachelor internationale marketing was precies wat ik zocht. Het is makkelijk dat de opleiding Duitstalig is, maar de praktijkgerichtheid van de opleiding was doorslaggevend. In Duitsland zou ik op de Universität of Fachhochschule eerst drie of vier jaar uitsluitend theorie hebben, en pas in het laatste jaar een stage. Nu was ik vorig jaar al bezig met een eigen minionderneming.
Ik woon in Krefeld, vijftig kilometer ten oosten van Venlo, en ga vier keer per week met de auto naar school. Veertig minuten rijden. Bekenden van mij studeren in Maastricht. Ik wist al dat een opleiding over de grens mogelijk was.
Venlo voelt vertrouwd. Het is niet ver weg en het grootste deel van de studenten is Duits en richt zich op Duitsland. Contact met Nederlanders heb ik nauwelijks, omdat de studies van elkaar gescheiden zijn.
Ik haal goede cijfers, gemiddeld een 8. Na deze studie wil ik de master marketing & finance doen. Bij voorkeur in Engeland, zodat ik de Engelse taal goed kan leren. Daarna ambieer ik een leidinggevende positie bij een internationaal marktonderzoekbedrijf.”

{portret 2}
‘Hier leer je echt lesgeven’

Fabian Lülf (25) verliet zijn ouderlijk huis in het Ruhrgebied voor een studie aan de pabo op hogeschool Stenden in Emmen. De tweedejaars spreekt inmiddels goed Nederlands.

“Om Grundschullehrer (basisschoolleerkracht, red.) te worden, moet je in Duitsland 6,5 jaar studeren. Pas in de laatste twee jaar doe je praktijkervaring op. Een vriendin van me is vijfdejaars en loopt nu voor het eerst drie weken stage. In deze stage geeft ze slechts een uur les per week.
De laatste anderhalf jaar van de Duitse studie is een soort lio-stage, hoewel je nooit in je eentje de hele dag de verantwoordelijkheid voor een klas krijgt. Je leert dus niet echt lesgeven. Velen komen er pas laat achter dat het beroep niets voor hen is.
Het sprak me niet aan. Mijn moeder is kleuterleidster en ik wilde net als zij met kinderen werken. Daarom deed ik na het gymnasium een beroepsopleiding tot Erzieher (kleuterleider, red.). Een van de leraren, die zelf in Nederland had gestudeerd, wees me op de pabo.
Een schot in de roos. Als tweedejaars loop ik nu al twee keer per week stage en dat bouwt ieder jaar op. Wat me ook aanspreekt is de toegankelijkheid van de docenten. Ik ken ze allemaal bij voornaam en kan ze gewoon bellen. Als ik dit vertel aan Duitse vrienden geloven ze het amper. In Duitsland geeft één professor les aan 150 tot 200 studenten. Je moet ruim op tijd naar college gaan, anders moet je op de grond zitten. Als er in Nederland teveel studentenaanmeldingen zijn, komt er gewoon een extra klas bij.
De gebouwen en de inrichting van de Nederlandse hogescholen zijn moderner dan de Duitse: er zijn voldoende computers, genoeg ruimte, active boards.
Omdat de opleiding in het Nederlands is, moest ik eerst mijn diploma Nederlands als tweede taal halen. Vergeleken met wat ik nu doe was dat nog makkelijk, hoewel het dankzij de begeleiding van de docenten goed gaat. In het eerste jaar kreeg ik een buddy toegewezen die mijn huiswerk nakeek op zinsbouw en grammatica.
Het is niet belangrijk waar je studeert: het gaat erom waar je de beste opleiding krijgt. De Nederlandse heeft me meer overtuigd.”

{portret 3}
‘De Nederlandse arbeidsmarkt is interessant voor mij’

Nadine Lücker (21) woont in Epe (bij Gronau) en is eerstejaars student vastgoed & makelaardij aan Saxion in Enschede.

“Na het gymnasium deed ik een driejarige Berufsausbildung tot bankemployee. In deze opleiding doorliep ik alle afdelingen van het bankwezen.
Na twee jaar werken merkte ik dat ik graag verder wilde in de vastgoed en makelaardij. Je kunt er veel kanten mee op, van bouw en beheer tot financiering en waardebepaling.
Toen ik googelde op immobilien (vastgoed, red.) en studierichtingen kwam ik op de Duitse homepage van het Saxion. Een aangename verrassing.
Op de open dag heb ik me laten voorlichten door een derdejaars Duitse student. Dat de studie in het Nederlands is, vond ik het meest zorgelijk. ‘Dat komt wel goed als je een beetje oefent’, zei een docent. Wat me aansprak waren het gebouw en de faciliteiten: nieuw en modern, veel computers.
Mijn vader zei: ‘Ga studeren wat je wilt, meisje.’ Mijn moeder had wat meer bedenkingen. Ze dacht dat ik het moeilijk zou vinden ineens geen salaris meer te hebben.
Twee weken voordat de studie begon, deed ik een intensieve cursus Nederlands als tweede taal. Ik kreeg iedere dag acht uur les. In het begin dacht ik: Ik zeg maar niks, want het is vast fout. Inmiddels begrijp ik veel, en het spreken gaat ook steeds beter. Wat ik niet begrijp, lees ik thuis na. Of ik vraag het de volgende dag. De studie werkt veel met projectgroepen, waarbij ik als Duitse samenwerk met Nederlandse studenten, dan steek ik veel op van de taal.
Ik woon bij mijn moeder in Epe en fiets meestal vanaf mijn huis naar het station in Gronau waar ieder half uur een trein naar Enschede vertrekt. Die doet er een kwartier over. Omdat ik naast de grens woon, is de Nederlandse arbeidsmarkt ook interessant voor mij, maar ik weet nu nog niet precies waar ik later ga werken.”

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.