- blad nr 7
- 9-4-2011
- auteur R. Sikkes
- Redactioneel
Roosteraars horen erbij
Beschikbare middelen inzetten voor kerntaken, heet het in beleidsjargon. Want dat past in het 'huidige tijdsgewricht', aldus een vergelijkend overzicht van de financiële resultaten over 2009, uitgegeven door de Mbo-raad.
Daarin staat de volgende optelsom over het beroepsonderwijs. Onderwijzend personeel: 67,8 procent van de personele lasten. Direct onderwijsondersteunend personeel: 13 procent. Conclusie: bijna 81 procent gaat naar ‘direct bij het onderwijs betrokken’ medewerkers.
Welke functies onder die verschillende groepen vallen? Dat staat dan weer in een van de vorige onderzoeken. Onderwijzend personeel is een verzameling van docenten, instructeurs, onderwijsassistenten, begeleiders beroepspraktijkvorming en ‘overig onderwijzend personeel’. Direct onderwijsondersteunend personeel: onder andere roosteraars, personeel leerlingadministratie en kwaliteitszorg.
“Op zich al raar dat die begrippen niet uitgelegd worden”, reageert AOb-bestuurder André Steenhart. “Maar goed, kennelijk horen volgens sommige mensen roosteraars bij het primaire proces. Zo kan ik het ook, als je die begrippen zo oprekt. Dat soort functies heeft weinig te maken met wat er in de klas gebeurt.”
Roosteraars direct betrokken bij het onderwijs? “Het is een kwestie van hoe je er tegenaan kijkt”, zegt een woordvoerder van de Mbo-raad. “Je kunt overal een boom over opzetten. Wij rekenen functies mee die de docent faciliteren zodat die het onderwijs kan verzorgen. Zeg maar de eerste ring rond het onderwijzend personeel.”
“Maar aan die docent wordt juist steeds minder uitgegeven”, reageert Steenhart. “Leraren vormen nog zo’n 56 procent van het personeelsbestand. Als ik dat doortrek naar de totale uitgaven in het mbo, dan gaat nog veel minder dan de helft van elke euro naar de docent. Dat is wel frappant als je bedenkt dat van minister Van Bijsterveldt leerlingen in de toekomst meer contacturen moeten hebben met bevoegde docenten.”