- blad nr 5
- 12-3-2011
- auteur . Overige
- Opinie
Diploma-upgrading vraagt om flexibele geest
Tekst Jilles de Kooker
Minister Marja van Bijsterveldt heeft zich de woede van onderwijzend Nederland op de hals gehaald door de zomervakantie in het voortgezet onderwijs van zeven naar zes weken terug te brengen. Hiermee wil de minister het tekort aan genoten lesuren terugdringen. Het werkelijke probleem in het voortgezet onderwijs wordt echter niet gevormd door een gebrek aan onderwijstijd, maar door een gebrek aan inzicht in behoeften die daadwerkelijk noodzakelijk zijn in het onderwijs.
Hoewel minister Van Bijsterveldt zich tot nu toe heeft geprofileerd als een daadkrachtig politicus, is het jammer te constateren dat de genomen besluiten zich beperken tot symptoombestrijding en geen uitkomst bieden voor de kern van de problematiek in onderwijsland.
De minister heeft tot nu toe vooral adviezen overgenomen van commissies die onderzoek hebben gedaan naar kwaliteitsverbetering. Het besluit om de onderwijstijd te verruimen door de zomervakantie van docenten in te perken is letterlijk overgenomen uit het adviesrapport van de commissie-Cornielje uit 2008, die zich boog over de onderwijstijd. Dat een minister sterk leunt op adviezen van deskundige commissies is een logisch gegeven. Van een minister mag echter wel een eigen visie verwacht worden op ontwikkelingen voor de lange termijn. Gezien de maatregelen die door Van Bijsterveldt genomen zijn, lijkt daar vooralsnog nauwelijks sprake van.
Zo heeft de minister, in de periode toen ze nog staatssecretaris van Onderwijs was, sterk geleund op een onderzoek uit 2006 van de sociologen Jaap Dronkers en Marloes de Lange over de grote verschillen tussen het centraal examen en de schoolexamens in het voortgezet onderwijs. Van Bijsterveldt heeft vervolgens in oktober 2010 een nieuwe maatregel door het parlement geloodst waarbij er strengere eisen aan het diploma worden gesteld. Vanaf het schooljaar 2012-2013 zal voor twee van de drie kernvakken (Nederlands, Engels en wiskunde) een voldoende gescoord moeten worden. Met deze maatregel wordt de lat voor het behalen van een diploma hoger gelegd, zodat er een betere doorstroming plaatsvindt naar een vervolgstudie aan de hogeschool of universiteit. Leuk bedacht, maar het is een achterhaald idee en gaat voorbij aan de problemen die momenteel spelen in onderwijsland.
Perspectief
In de eerste plaats veronderstelt de maatregel dat kennis van wiskunde op eindexamenniveau een essentieel bestanddeel vormt in de algemene ontwikkeling van een leerling. Natuurlijk is het trainen van analytisch vermogen ten aanzien van vergelijkingen en probleemstellingen belangrijk in de leerontwikkeling, maar lang niet iedereen heeft eenvoudigweg de gave goed met cijfers uit de voeten te kunnen. Overeenkomstig de theorie van meervoudige intelligentie van de Amerikaanse psycholoog Howard Gardner, waarbij onderscheid wordt gemaakt in acht vormen van intelligentie, is dat overigens volstrekt normaal. Het belang van dit inzicht, dat de basis vormt voor het welbekende adaptief onderwijs, is door menig pedagoog en onderwijskundige onderschreven. De maatregel van minister Van Bijsterveldt om voor kernvakken als wiskunde een voldoende te scoren, getuigt dan ook van een achterhaalde opvatting over leerontwikkeling en gaat voorbij aan de fundamenten van adaptief onderwijs.
Naast het genoemde inhoudelijke bezwaar van de maatregel, zal het nieuwe examenvoorschrift ook in de praktijk voor problemen kunnen zorgen. Het toenemende lerarentekort, met name in het voortgezet onderwijs, manifesteert zich bovenal in de exacte tak van het onderwijs. Voor wiskunde zijn op dit moment al nauwelijks bevoegde docenten te vinden en dat wordt in de toekomst alleen maar minder. De minister verhoogt met het nieuwe examenvoorschrift onnodig de druk op een groep docenten die al onderbemand is. Een onnodige beschadiging.
Het gegeven dat minister Van Bijsterveldt hogere eisen stelt aan een diploma in het voortgezet onderwijs is, gezien de toenemende discrepantie tussen centraal en schoolexamen, plausibel. Het is echter teleurstellend te constateren dat de vernieuwde exameneisen geënt zijn op klassieke waarden uit het onderwijs, met nog altijd een prominente rol voor de wiskunde. Waarom bijvoorbeeld geen verplicht centraal examen in maatschappijwetenschappen? Dit vak levert een belangrijke bijdrage aan de algemene ontwikkeling van leerlingen en voorziet in de groeiende behoefte aan voorbereiding op een vervolgstudie in de sociale, juridische of geesteswetenschappen. Daarnaast biedt het vak meer perspectief voor leersystemen waarbij adaptief onderwijs centraal staat, waarbij een leerling geacht wordt op verschillende gebieden haar kunnen te tonen. Tot slot zou met het invoeren van maatschappijwetenschap als verplicht eindexamenvak eveneens een slag in het lerarentekort gemaakt kunnen worden. In tegenstelling tot vakken als wiskunde en natuurkunde, zijn er voor maatschappijwetenschap voldoende bevoegde docenten beschikbaar die nu nog met moeite een baan in het onderwijs kunnen vinden.
Het nadenken over alternatieven in het onderwijs die op meerdere vlakken een positieve uitwerking hebben, is precies datgene waar momenteel dringend behoefte aan is in onderwijsland. Een verbetering van onderwijskwaliteit wordt niet bereikt door een beroep te doen op oude regels of een verscherping van de voorgeschreven urennorm, maar door een flexibele geest die constructieve oplossingen aanreikt.
{noot}
@T8:Jilles de Kooker is historicus en docent geschiedenis aan de pabo.