• blad nr 5
  • 12-3-2011
  • auteur . Overige 
  • Redactioneel

9 tips 

Houd de starter de vast!

Koud van de opleiding komt er veel af op de startende leraar. Zo’n 25 tot 40 procent van de beginnend docenten verlaat binnen vijf jaar het onderwijs. Wat kunnen school en starter doen om dat te voorkomen? Negen tips.

Tekst Marieke Davidse

1. Inventariseer
In het rapport De begeleiding van beginnende leraren in het voortgezet onderwijs schrijft de Onderwijsinspectie dat nieuwe leraren vaak te maken krijgen met taken die ze in de stageperiode onvoldoende eigen hebben kunnen maken. Daardoor wordt het beginnend leraarschap als extra zwaar ervaren. Het gaat onder andere om de volgende taken: het vinden van de juiste (vakdidactische) werkwijze binnen de verschillende klassen, het maken en normeren van toetsen, het orde houden en stellen van grenzen. En het onderhouden van contacten met leerlingen, collega’s en ouders. De inspectie adviseert scholen een begeleidingstraject te beginnen. De eerste stap moet zijn: het inventariseren van tekortkomingen die de beginnende leraar ervaart.

2. Zorg voor duidelijkheid
Voorkom onuitgesproken verwachtingen en zorg dat de faciliteiten op orde zijn. Op scholen gelden veel regels, procedures en routines die voor de startende leraar nieuw zijn. Wanneer er te weinig of verkeerde materialen zijn, zorgt dat bij de starter voor onnodige stress. Datzelfde geldt voor de afwezigheid van een rooster en opbergruimte. Voorkom dat dus.

3. Krijg zicht op sterke en zwakke punten
Hoe krijgt de starter zicht op sterke en zwakke punten? Uit interviews die de Onderwijsinspectie deed, blijkt dat starters met name inzicht krijgen door zelfreflectie, nabesprekingen van lesobservaties van een coach of een vakcollega, door resultaten van leerlingenenquêtes en door met leerlingen te evalueren.

4. Schrijf een introductiehandboek
Op www.startendeleraren.nl staat informatie om de eerste jaren voor beginnende leraren zo leerrijk mogelijk te maken. Je vindt er bijvoorbeeld een voorbeeld waarin een school de doelen van introductie, inwerken en begeleiden van nieuwe leraren beschrijft. Ook zijn er op de site materialen te vinden die als handboek te gebruiken zijn.

5. Reflecteer op je leerproces
Een docent moet voor de klas per minuut meer beslissingen nemen dan welke andere professional dan ook, stelt de site www.startendeleraren.nl. Erg lastig als je een beginneling met weinig routine bent. Daarom is het belangrijk dat de starter vanaf het begin tijd vrijmaakt om te reflecteren op zijn eigen leerproces. Ga aan de slag met vragen als: in welke fase zit ik en wat heb ik nodig? Welke ontwikkeldoelen stel ik mezelf en hoe kan ik mijn eigen lespraktijk onderzoeken? Hoe maak ik een portfolio en hoe is de begeleiding en beoordeling hier in school georganiseerd? Met wie heb ik te maken?

6. Verminder werkdruk
De schoolleiding speelt, zij het niet direct zichtbaar, een belangrijke rol in het proces van opleiden. Wat de schoolleiding kan doen om de werkdruk bij starters te verminderen, is beleid maken. In lestijd, door bijvoorbeeld met minder lessen te starten bij de aanstelling. In taakbeleid, door te faseren. En in het rooster, door na te denken over in welk team de nieuweling begint en welke klassen de starter toegewezen krijgt.

7. Zorg voor het juiste werkklimaat
Beginnende leraren hebben vaak behoefte aan steun en advies van ervaren collega’s. Een open sfeer, waarin de starter zelf om hulp durft te vragen, is cruciaal. Ook een vaste mentor is heel belangrijk. Nicole de Groot, intern begeleider op een basisschool, vindt een open werkklimaat een vereiste. “Natuurlijk plan ik gesprekken, klassenbezoeken en regel ik intervisiegroepsgesprekken. Maar minstens zo belangrijk is een open, luisterende houding. Ben je als collega echt begaan en betrokken? Dan zal de starter het contact met jou als laagdrempelig ervaren en niet schromen naar je toe te stappen.”
Mark Veenstra, directeur van een basisschool, voegt toe: “Op onze school stimuleren we niet alleen de kinderen lerende mensen te zijn en te blijven. We nodigen ook elkaar uit de vooringenomen bril af te zetten en elkaar nieuwsgierige vragen te stellen. Waarom is dat zo, waarom doen we dit zo? In deze sfeer van gelijkwaardigheid komen ook de stilzwijgende afspraken, die onderdeel zijn van iedere schoolcultuur, ter sprake.”

8. Maak student teamlid
Marlies Graveland is leerkracht en begeleidt pabostudenten van de Utrechtse Marnix Academie in hun stage op haar basisschool. Voordat studenten hun lio-stage doen op haar school schrijven ze eerst een sollicitatiebrief. In een gesprek motiveert de student vervolgens waarom hij stage wil lopen bij Gravelands school. “Wordt de student aangenomen, dan draait hij mee als teamlid. In hun vierde jaar zijn lio-studenten immers een heel schooljaar aan onze school verbonden en draaien parttime de groep. Ze staan niet alleen voor de klas, ze verrichten ook niet-lesgevende taken. De vierdejaars nemen deel aan vergaderingen en voeren tienminutengesprekken. Ze ontvangen onder meer de wekelijkse teambrief van de directeur en de agenda en notulen. Het verhoogt hun betrokkenheid en met deze aanpak is de stap naar een echte eigen klas minder groot.”

9. Vergeet invallers niet
Jeska Aasman, onderwijspedagoog bij Puur Ontwerpt, organiseert speciaal voor invalleerkrachten een buitenschools platform en themamiddagen. “Invallers van verschillende scholen ontmoeten elkaar buiten hun eigen school. Het voordeel hiervan is dat de intervisieleden fris en onbevooroordeeld tegen elkaars situatie aankijken. De themamiddagen zijn bedoeld om de diepte in te gaan. Blijkt uit de intervisie dat de deelnemers aan de slag willen met bijvoorbeeld orde houden en grenzen stellen, dan is dat ons thema voor die middag en nodigen we daarvoor een expert uit.” Aasman wil voorkomen dat invalleerkrachten tussen wal en schip belanden. “Als deze groep minder goede ervaringen opdoet, is de kans aanwezig dat zij het onderwijs verlaten. We bieden ze een vangnet, als een school of stichting dat niet doet.”

{einde kopij}

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.