- blad nr 5
- 12-3-2011
- auteur W. de Lange, de
- Column
Enge dromen
Op de kostschool heerst een strikte rantsoenering voor computers en mobieltjes. Het is een school, maar ook een gezamenlijk huishouden en een boerderij. Alle leerlingen werken mee: koeien melken, kaas en boter maken, wieden in de moestuin, mest spreiden, plukken in de boomgaard, jam maken, koken, brood bakken, bedden verschonen, de was ophangen. En leren natuurlijk.
Rustig wordt met de leerling gekeken wat hem het beste ligt. Maar een paar dingen zijn verplicht: er moet kattenkwaad worden uitgehaald en bomen klimmen wordt vrij dwingend voorgeschreven. Er moet op tijd naar bed gegaan – wat zullen ze slapen na al die buitenlucht en beweging! Er mag muziek geluisterd worden, mits er ook muziek wordt gemaakt. Samen zingen we het prachtige lied van de prikkelarme omgeving waarin adhd smelt als sneeuw op de oerdegelijke, gietijzeren kachel, die het hele gebouw verwarmt. Gesponsord door…, we vinden wel een ecologisch bedrijf dat zo gek is.
In de pauze kijk ik mijmerend uit over de drukste straat van Amsterdam. Ik wil natuurlijk zelf even (maar niet 24/7!) naar een prikkelarme omgeving, met meer bomen en minder auto’s. Wat zouden onze leerlingen daar ongelukkig worden! En wat zouden ze ’s nachts ijverig proberen te ontsnappen!
Dave, een tweedeklasser, staat rokend voor mijn neus, diverse onderdelen van een wegwerpaansteker los in zijn hand. We beginnen ons dagelijkse praatje over roken. “Het is slecht voor je!”
“Kan mij het schelen. Mijn vader zegt trouwens dat hij zonder joint niet tot rust komt”, vertelt Dave en kijkt me onderzoekend aan. Zou hij hopen op een geschokte reactie? Waarschijnlijk is hij blij met welke reactie ook. Hij heeft het moeilijk in de klas en kan soms alleen nog maar snauwen. Terwijl er veel zachtheid in hem zit. Een zekere rust zelfs.
Docenten zijn z’n voornaamste plechtanker. “Dat denkt je vader omdat hij al een tijd blowt, denk ik. Maar op den duur zou hij rustiger worden zonder joint”, zeg ik. Het wordt niet het begin van een gesprek over wiet. Dave begint meteen over iets heel anders. “Mijn fiets is de beste van de school!” Ik schakel moeizaam. “Daar heeft je vader dan goed voor gezorgd.” Hij lacht een beetje half.
Recht tegenover ons staat een grote groep eersteklassers gevaarlijk dicht bij het water, de jongens vooraan, druk in de weer met een tak, de meisjes gillend eromheen. Een meisje krijst: “Een rat!” De jongens gaan nog ijveriger peuren met die tak. Ze proberen iets omhoog te hijsen. Als dat even dreigt te lukken, stuiven de meisjes gillend weg. Gelukkig glijdt ‘iets’ weer het water in en houdt zich ongrijpbaar. Rattenkwaad, ook goed! Blozend en gelukkig drommen de eersteklassers naar binnen, als de bel gaat, om boven broodjes te bakken. Wat zeur ik nou?