- blad nr 5
- 12-3-2011
- auteur A. van Voorthuijsen
- Redactioneel
De do’s en dont’s van de afscheidsmusical
Zingen en dansen over De Grote Stap
Een goede afscheidsmusical duurt ongeveer een uur, de rollen zijn behoorlijk gelijkwaardig, er is een beperkt aantal decorwisselingen en bij het afscheidslied krijgt iedereen een brok in de keel. “Een traan hoort erbij”, vindt Edith Peters-Pols, officemanager en een van de eigenaren van Benny Vreden Kinderproducties, de grootste leverancier van afscheidsmusicals in Nederland. Eerlijk zegt ze dat er binnen het bedrijf wel elk jaar weer discussie is over dat afscheidslied. “De ene helft vindt dat het afscheidslied de meezinger van de komende maanden moet zijn, de andere helft vindt dat de aanstekers meteen aan moeten.” Het leidt tot een eindlied dat ontroerend moet zijn, het liefst wel voor een traan zorgt, “maar ook altijd vrolijk eindigt”.
Benny Vreden Kinderproducties is een in Hilversum gevestigd bedrijf met zes mensen in vaste dienst, een flink aantal freelance tekstschrijvers en componisten. Als we spreken over een musicalindustrie, dan staat hier de belangrijkste fabriek. Al ruim veertig jaar, sind 1969, rolt hier jaarlijkse minstens één musical van de band. Benny Vreden, de oprichter en naamgever van het bedrijf, was cabaretier en impressario (van Nederlandse artiesten zoals Saskia en Serge en Imca Marina) en als ‘Barend Bluf’ vaak te horen op de Vara-radio. Vreden wordt algemeen beschouwd als de bedenker van het fenomeen afscheidsmusical. Peters-Pols: “Hij maakte van meet af aan al singles met een karaoke-versie van de liedjes, voor de leerkrachten die niet goed gitaar konden spelen.” De musicals van Benny Vreden zijn op veel scholen een fenomeen. Tot de categorie ‘gouwe ouwe’ horen titels als Spoken op Griezelsteyn en De wonderlijke machine van professor Knap. De laatste jaren waren De trein, Take off en Cash grote hits. Dit jaar heet de musical Wat maak je menu, een verhaal dat zich op een kookacademie afspeelt.
Rock, rap en disco
Er zijn veel do’s en dont’s bij een afscheidsmusical, vindt Peters-Pols. “Het decor moet niet te vaak wisselen, de tekst moet voor alle gezindten geschikt zijn, de liedjes mogen niet te ingewikkeld zijn.” Vroeger werd er meer gezongen op school, merken de componisten, volgens Peters-Pols. “Het aanleren van liedjes is moeilijker geworden, daar moeten we echt rekening mee houden.” Elke school kan het vervolgens zo gek maken als ze zelf wil: “Er zijn scholen die hebben een heel team van dans- en zangjuffen om groep 8 te helpen bij het instuderen. Op een andere school moet de leerkracht het alleen doen. De ene school huurt een theater af voor de uitvoering, bij de ander is de opvoering in de gang.”
Het begeleidende boekje geeft alle aanwijzingen, bijvoorbeeld over het decor: “Dat kun je eenvoudig overnemen. Maar we hebben bij De trein wel meegemaakt dat er dagen gefilmd was op het station en in treinen: was er een papa die bij de NS werkte en van alles kon regelen. Een andere school hield het bij een eenvoudige schets voor de achtergrond. Ook goed.” De tekstboekjes bevatten aanwijzingen over de karakters, maar zijn bijvoorbeeld niet te gedetailleerd over kleding, zegt Peters-Pols: “Het gaat er wel om dat je het karakter van Pietje begrijpt, en wat voor type hij is, maar we zitten natuurlijk niet te wachten op vragen als: Waar koop ik zo’n groene maillot?”
Naast Benny Vreden zijn er nog tientallen kleinere leveranciers van eindmusicals. Vaak staan de schrijvers ervan zelf voor de klas, zoals Adinda Vis. Ze is vakdocent muziek op de Don Boscoschool in Haarlem, en werkt op de muziekschool in Opmeer. Samen met Lars van der Brugge en Michel van Kemenade vormt zij sinds enige tijd Muzikantine. De musicals die zij samen maken, hebben ze tot nu toe getest op de school waar Vis werkt. Rijk worden ze nog niet van deze business, zegt Van der Brugge, die de dialogen schrijft. “Naamsbekendheid bouw je niet zo snel op. En als je de uren gaat tellen dan zit er in een musical misschien wel voor 1200 uur werk, het duurt wel even voordat je dat terug hebt verdiend.” Als muziek- en zangdocent kent Vis het zangniveau en het bereik van kinderen: “Ik weet op welke klinker je lekker hoog kunt zingen, daar houd ik rekening mee.” Ze probeert vooral variatie in de musicalliedjes te brengen. “Met steeds andere instrumenten in de begeleiding, met een eigen sfeer en muziekstijl, eigentijds en lekker groovy. Rock, rap, disco, alles wat je op Radio 538 hoort. Als ik andere musicals hoor, vind ik vaak dat alle liedjes een soort zelfde ‘sausje’ hebben.”
De musical van vorig jaar heette Stars, over een popband die doorbreekt, dit jaar is Hippie hotel te bestellen. Vis: “Zit je in een dippie keep ik cool, be hippie. Dat is bij ons op school inmiddels een tophit.”
Het is leuk om meerstemmige zang in een musical te schrijven. Soms verwerken ze herkenbare elementen uit nummers van bijvoorbeeld Abba en Queen in een nummer. “Dan zie je de ouders genieten, terwijl de kinderen er vaak niets van merken.”
Ook streven ze naar “een beetje mysterie, een trigger, dat je er pas op het einde van het verhaal achterkomt dat iemand een dubbele persoonlijkheid heeft en een verborgen agenda, maar het loopt altijd goed af.”
Actualiteit
Paul Laport, die al vijftien jaar Meer Musical bestiert, houdt wel van een beetje tegen de actualiteit aanschurken. Zo introduceerde hij in Gladde praatjes, een musical van een aantal jaar geleden, het reclamebureau Haatchi & Waatchi dat de school wat beter in de markt moest zetten vanwege een teruglopend leerlingental. Maar Giftige zaakjes, een musical die hij vijftien jaar geleden schreef, raakt enigszins gedateerd, zegt hij. “Toen was een mobieltje nog iets heel bijzonders.” Meer Musical is een eenmansbedrijf, Laport schrijft en huurt componisten en zangeressen in. Je levert eigenlijk een halffabrikaat, zegt Laport, want scholen werken zo’n musical allemaal op hun eigen manier af. De één semiprofessioneel, in een theaterzaaltje met goed licht en geluid en leerlingen met een plakmicrofoontje, tot heel eenvoudig en goedkoop. “Maar voor het publiek is het altijd geweldig.” De musical voor dit jaar heet Plan B, een paar jaar geleden was Chaos een topper, die nog steeds goed verkoopt.
Ook de man achter Mazzelmusical, Marcel van Rijn, staat in het dagelijks leven voor de klas, op basisschool het Volle leven in Den Haag. Zelf had hij ooit een mini-rolletje bij het afscheid van zijn eigen basisschooltijd. “En dat heeft me toch gefrustreerd.” Dus zijn de rollen die hij in zijn eigen musicals schrijft qua omvang behoorlijk gelijkwaardig aan elkaar. “Een kind zegt misschien wel dat hij maar een klein rolletje wil, maar het kan therapeutisch zijn om wel een grotere rol te pakken en als docent te zeggen: Dat gaan we samen doen, ik ga jou helpen. Het is voor alle kinderen spannend en dan is het voor geen enkel kind leuk om in een klein zangrolletje te worden weggeduwd.” Bijna alle schrijvers zeggen het: een script met rolletjes voor ‘leerling 1’, ‘leerling 2’ en ‘leerling 3’: “Dat doe je niet. Elke kind wil een volwaardige rol. Elke rol is een karakter, een personage en heeft dus een naam. Dan kan een kind er ook feeling mee krijgen.”
Een afscheidsmusical moet ook echt over afscheid nemen gaan, vindt Van Rijn. “Het achterliggende thema is altijd De Grote Stap. De weg naar meer zelfstandigheid, eigenheid, over het vinden van kracht in jezelf, het zoeken naar oplossingen. Daar leent een spookverhaal zich goed voor, of iets met een reis.”
Hier en daar een traan
Het openingslied en vooral het slotlied, moeten echt binnenkomen, vinden de schrijvers. Van Rijn: “Dan moeten ze beseffen: nu is het echt afgelopen, nu is het gebeurd. Dat kun je voeden door de tekst en de melodie natuurlijk. Als het goed is, zie je ze na afloop echt in groepjes bij elkaar zitten, ook de kinderen die geen vrienden zijn met elkaar. Hier en daar een traan. Dat slotlied doe je echt met z’n allen, en dat heeft dan echt een functie, dan zoek je elkaar nog één keer samen op.”
{Kader}
Instuderen met een app
Scholen krijgen nu nog cd’s met muziek en tekstboekjes toegestuurd om een musical in te studeren, maar de vraag is of dat nog lang duurt. Veel fragmenten van musicals zijn op Youtube te vinden, zodat geïnteresseerden een idee kunnen krijgen. Ook op de sites van de makers zelf staan vaak geluidsfragmenten en beelden. Benny Vreden biedt al apps aan voor €1,59 waarmee scholieren hun rol thuis in kunnen studeren op ipod touch, iphone of ipad. Een groot aantal producenten van musicals is te vinden op de site www.musicalopschool.nl. De prijzen voor een compleet pakket met een musical variëren: tussen de 50 en 150 euro. De sites van in dit artikel genoemde schrijvers: www.muzikantine.nl, www.meermusical.nl, www.bennyvreden.nl en www.demazzelmusical.nl