• blad nr 5
  • 12-3-2011
  • auteur T. van Haperen 
  • Column

 

A state of mind

Ik heb een baan in Leiden en een in Eersel, een dorp bij Eindhoven. Deze werkplekken liggen in verschillende regio’s en dat is onhandig, vanwege de vakantiespreiding. Zo was ik dit jaar in Leiden de week voor de kerstdagen vrij, in Eersel de week erna. Hoe lastig dit ook is, ik begrijp het wel. De vrijetijdsindustrie heeft door die vakantiespreiding langer klandizie, de verkeersdrukte is minder en mijn last is een direct gevolg van mijn keuze. Vandaar dat ik streng tegen mezelf zeg: niet zeuren, bekijk het positief, vrijheid is a state of mind. Als ik bij de een moet werken en bij de ander niet, doe ik gewoon alsof ik vakantie heb. Zo had ik rond de kerst toch maar mooi drie weken. Wel ging soms de wekker om half zeven, vanwege de verplichtingen bij de andere werkgever. Dat deed dan even pijn, waarna ik me door een mistige dag heen worstelde, om het ‘s avonds weer gezellig te hebben.
Maar wat blijkt, binnenkort is mijn vakantieblues voorbij. Een wetsvoorstel wil de kerst- en de meivakantie gelijk laten plaatsvinden, exit vakantiespreiding. Fijn voor mij, maar begrijpen doe ik dit dan weer niet. Deze minister zegt namelijk niet alles vanuit Den Haag te willen regelen. Het aantal leerlingen in een klaslokaal, de hoeveelheid lessen die een leraar verzorgt, wie wel en wie niet de functiemixbonus krijgt, de politiek bemoeit zich daar niet mee, het zijn schoolzaken. Maar iets triviaals als de vakantiedata is dan ineens een staatskwestie. En het wordt vreemder. Want hetzelfde wetsvoorstel laat leraren in het voortgezet onderwijs een week zomervakantie inleveren, terwijl de leerlingen gewoon vrij zijn. Daarvoor zijn achtereenvolgens drie argumenten in omloop gebracht. Eerst was de zomervakantie een overblijfsel van de agrarische samenleving. Daarna bleek uit Amerikaanse onderzoeken dat kinderen in achterstandswijken in de zomer achterblijven in hun ontwikkeling. En de laatste reden luidt: door inleveren van een vakantieweek kunnen leraren hun werkdruk beter spreiden. Inderdaad, dit is drie keer onzin. Die agrarische samenleving heb ik nooit meegemaakt, Amerikaanse scholen hebben drie maanden zomervakantie en de werkdruk gaat door dit wetsvoorstel niet omlaag, maar omhoog; die week dat de leerlingen thuis zijn, gaan anderen voor jou en mij schoolwerk bedenken.
Kortom, hier wordt niemand beter van. Waarom dan toch dit wetsvoorstel? Omdat leraartje pesten een internationale trend is. Neem Vlaanderen. De zomervakantie duurt daar twee maanden. Van de minister van Onderwijs, Pascal Smet, mag dat best zo blijven, maar leraren moeten in die tijd wel meedraaien in het bedrijfsleven, om via stages de kloof tussen onderwijs en samenleving te dichten. En nee, dit is geen Belgenmop en het gaat gewoon door.
Net als in België acteren ook hier de bonden woede. De een wil de verloren vakantieweek terugveroveren via de cao, de ander gaat staken. Maar ik ben murw, verzet tegen dit van werkelijkheid en argumenten losgezongen politiek handelen is mij te surrealistisch, ik regel mijn vrijheid zelf wel, vakantie is a state of mind!

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.