• blad nr 5
  • 12-3-2011
  • auteur G. van der Mee 
  • Redactioneel

 

Nieuwe toets komt niet alleen


Een nieuwe eindtoets die later in het jaar valt, plus een verplicht leerlingvolgsysteem. Dat is nog maar een deel van een compleet plan met nog veel meer toetsen.

De centrale eindtoets en een verplicht leerlingvolgsysteem - het zijn onderdelen van een totaalplan voor het primair onderwijs dat minister Marja van Bijsterveldt nog voor de zomer wil presenteren. In dat plan zal sprake zijn van nog veel meer toetsen.
In 2010 deden 55 basisscholen de Cito-toets als experiment later in het jaar. Dat is kennelijk goed bevallen, want op aandringen van werkgeversorganisaties PO-raad en VO-raad en de Algemene Vereniging van Schoolleiders wil de minister dit nu gaan invoeren. Het nieuwe tijdstip wordt van begin februari verschoven naar het tijdvak 15 april tot 15 mei. De precieze datum wordt elk jaar bekendgemaakt. Gevolg van een latere toetsing is dat het schooladvies zwaarder gaat wegen bij een keuze voor het vervolgonderwijs. De verplichte eindtoets wordt nu als een tweede objectieve momentopname gezien.
Scholen voor voortgezet onderwijs stellen daarom wel hogere eisen aan het schooladvies. Het leerlingvolgsysteem dat al op veel scholen wordt gebruikt, wordt verplicht gesteld. Volgens de gegevens van de inspectie gebruikt nog maar 37 procent van de scholen het systeem om effectiever les te geven. De minister denkt dit te kunnen verhogen door er een wettelijke opdracht van te maken, die ingaat in het schooljaar 2012/2013.
Er is niet alleen sprake van een landelijk verplichte eindtoets, maar ook van een begintoets en van tussentijdse toetsen. Door al deze toetsen met elkaar te vergelijken kan de toegevoegde waarde van de school worden vastgesteld. Het kabinet wil op die manier de excellente of bovengemiddeld presterende scholen eruit kunnen halen. ‘Niet om in een negatieve afrekencultuur te belanden’, zo schrijft de minister, maar om ‘scholen die het extra goed doen in beeld te brengen.’
Op de voorstellen van het kabinet is wisselend gereageerd. Zo gebruikt momenteel een deel van de basisscholen niet de Cito-toets, maar de NIO-toets, omdat die een veelzijdiger beeld van het kind geeft. Ook de jenaplanscholen zijn bang dat de Cito-toets een verkeerd beeld van de kinderen zal geven. Op de latere afname wordt wel positief gereageerd.
De AOb vindt het niet nodig dat scholen met elkaar worden vergeleken. Tussentijdse toetsen die ieder jaar moeten worden afgenomen, beschouwt de AOb als onnodig en een inbreuk op de professionele ruimte van een onderwijzer. Van een kleuter- of begintoets kan de minister volgens de AOb beter afzien, omdat in het verleden al meermalen is aangetoond dat de resultaten niet betrouwbaar zijn.

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.