- blad nr 5
- 12-3-2011
- auteur R. Sikkes
- Commentaar
Objectieve kletskoek
Het ontbreken van dat soort wezenlijke vragen maakt het rapport Excellente leraren als inspirerend voorbeeld al tot een slecht advies. Maar het wordt nog erger. Van de excellente leraren wordt de complete redding van het onderwijs verwacht. Ze trekken goede starters aan, waardoor ze en passant het lerarentekort oplossen. Ze stimuleren onderwijsontwikkeling, wat plots leidt tot innovatie. Ze nemen de rest van de schoolorganisatie op sleeptouw waardoor ze collega’s soepeltjes stimuleren zichzelf te verbeteren. Je vraagt je eerst af of deze rolmodellen nog tijd overhouden om zelf les te geven. Vervolgens duikt de vraag op wat de directie van zo’n school eigenlijk nog te doen heeft, als hun excellente docenten alle problemen oplossen.
Het wordt zelfs nog erger. Er mogen niet meer dan 5 procent excellente leraren zijn, want anders wordt het te duur. De leidinggevende gaat ze zoeken met ‘intersubjectieve beoordeling’, dat is zo veel als subjectieve meningen van meerdere mensen. Een systeem dat ‘behoorlijk goed’ de kwaliteitsverschillen tussen leraren in beeld kan brengen. En dat moet uiteindelijk weer ‘extern gevalideerd’ worden door onafhankelijke toetsingscommissies.
Het hele voorstel schetst zo eerst een onderwijskundig walhalla en omlijst dat met extra bureaucratie. Kortom, het is zelfs niet nodig om het advies zelf eens aan intersubjectieve beoordeling te onderwerpen, want het is objectief kletskoek.