- blad nr 4
- 26-2-2011
- auteur W. Dresscher
- Opinie
Prestatiebeloning moet en zal er komen
Minister blind voor placebo-effect
De experimenten met prestatiebeloning in het onderwijs zijn geslaagd! Nu zul je misschien denken dat er nog helemaal geen experimenten zijn geweest met prestatiebeloning, en dan heb je gelijk. Maar de uitkomst van de experimenten staat bij voorbaat vast: die zijn succesvol en daarna worden de resultaten gebruikt ‘voor structurele vormgeving van de maatregel’. Dat antwoordde minister Marja van Bijsterveldt namelijk begin februari op vragen uit de Tweede Kamer over prestatiebeloning. Ze noemde dat vervolgens ook nog eens evidence based beleid.
Die term komt uit de medische wetenschap, waar nieuwe medicijnen en operatietechnieken inderdaad uitvoerig worden getest voordat ze worden ingevoerd. Werkt een medicijn beter dan een neppil – placebo-effect – of zijn er ernstige bijwerkingen waardoor het middel erger is dan de kwaal? Het is een langdurig traject, waarbij veel medicijnen de eindstreep niet halen. Omdat ze niet werken of gevaarlijker zijn dan vermoed. Evidence based wil zeggen dat iets is getest, onderzocht en dat pas aan het einde van dat traject een ja of een nee volgt.
Zo niet in het onderwijsbeleid van minister Van Bijsterveldt. Zij laat het Centraal Planbureau (CPB) en de Erasmus Universiteit Rotterdam tot en met 2014 experimenteren om te kijken ‘wat het beste werkt’ om vervolgens prestatiebeloning ‘vanaf 2014-2015 structureel in te voeren’. Twijfel bestaat niet. En dat is kortzichtig. Want er zijn nare bijwerkingen en er is serieuze twijfel of het middel überhaupt werkt.
In de Verenigde Staten is namelijk al volop geëxperimenteerd met prestatiebeloning en zijn de resultaten teleurstellend, zo blijkt uit een literatuurstudie die de AOb heeft gemaakt. In Chicago bleken scholen die werkten met prestatieprikkels geen betere resultaten te boeken dan scholen die niet meededen aan het experiment. Andere systemen waar prestatiebeloning is gekoppeld aan leerlingprestaties leverden veel extra bureaucratie op, waardoor de uitvoering kostbaar werd.
Op een wetenschappelijk congres in 2008 in de Verenigde Staten werden twee belangrijke conclusies getrokken. Allereerst is tussen schoolprestaties en beloning van leraren nauwelijks een meetbare relatie te vinden. In de reeks van experimenten in de VS werd volgens de onderzoekers de prestaties van leraren vrijwel overal onvolledig, oneerlijk en onjuist gemeten. Alternatieven die in de VS worden voorgesteld lijken veel op het Nederlandse systeem, met verschillende salarisschalen voor meer en minder ervaren of geschoolde leraren.
Economenhobby
In Nederland lijken we te denken dat wij opeens een systeem van prestatieprikkels kunnen ontwerpen dat wel werkt. Dat optimisme wordt vooral gevoed door het CPB, dat zich daarbij vooral heeft gebaseerd op kortlopende en soms voortijdig afgebroken experimenten in Israel. Ondanks het twijfelachtige bewijs van succes van die experimenten noemt het CPB invoering van prestatiebeloning al jaren ‘een kansrijke investering’. Het CPB betrekken bij de experimenten – zoals Van Bijsterveldt doet - betekent dat er bij voorbaat met een gekleurde bril wordt gekeken naar de projecten met prestatiebeloning en geen echt evidence based onderzoek plaatsvindt.
In totaal wil de minister 250 miljoen euro steken in prestatiebeloning. Meer geld voor een kleine groep leraren op basis van onduidelijke beoordelingssystemen. Bovendien maakt ze dus nu al duidelijk dat ze doof zal zijn voor twijfel en gevonden bijwerkingen, want het systeem moet en zal ingevoerd worden in 2014: deze dure economenhobby staat nu eenmaal in het regeerakkoord.
Ondertussen snijdt de minister 300 miljoen euro in de zorg voor leerlingen die dat hard nodig hebben, iets wat duizenden en duizenden banen gaat kosten van ervaren leraren. Leraren die we hard nodig hebben om betere onderwijsresultaten te boeken, als Nederland weer in de top vijf van kenniseconomieën terecht wil komen. De Nationale Ombudsman – die onlangs onderzoek deed naar schooluitval – voorspelt dat door de bezuinigingen op passend onderwijs niet minder, maar meer kinderen zullen uitvallen. In het onderwijsbeleid van dit kabinet ontbreekt verstand. Van Bijsterveldt wil investeren in onduidelijke beloningssystemen en snijden in banen, wat duidelijk maakt dat er geen grammetje evidence based onderwijsbeleid is, maar dat de keuzes bestaan uit een grabbelton vol stokpaardjes en blinde bezuinigingen om die te kunnen bekostigen.