- blad nr 4
- 26-2-2011
- auteur J. van Aken
- Redactioneel
In Almere is een derde van de scholen zwak
We doen het niet goed
De gemeente investeert dit jaar 2,3 miljoen extra in het onderwijs om in 2014 geen zwakke scholen meer te hebben.
Basisschool de Lettertuin in Almere is in september 2010 voor de tweede keer binnen een paar jaar tot zeer zwakke school bestempeld door de Onderwijsinspectie. Koen Oosterbaan, bestuursvoorzitter van de Stichting Katholiek Onderwijs Flevoland Veluwe (SKOFV) waar de school onder valt, steekt ruiterlijk de hand in eigen boezem. “Eerlijk gezegd denk ik dat we het niet goed doen in Almere. Besturen en directies hebben lange tijd te weinig naar de opbrengsten van taal, rekenen en lezen gekeken.”
In totaal waren er op 1 december 2010 25 (zeer) zwakke basisscholen in Almere, een derde van het totaal. De Lettertuin is een van de drie (zeer) zwakke SKOFV-scholen op een totaal van 27. De onderwijskundige aansturing is de belangrijkste reden dat de Lettertuin een zeer zwakke school werd. Oosterbaan: “De leerkrachten kregen geen feedback op hun manier van lesgeven. Als je zes jaar niks hoort, weet je niet wat je verkeerd doet.”
In Almere als geheel was er op veel scholen een lerarentekort. “Daardoor lag de nadruk teveel op kwantiteit in plaats van kwaliteit”, zegt Oosterbaan. “Veel leerkrachten ambieerden een baan op het oude land en daarom waren er veel jonge en onervaren teams”, vult Frank van Oeffelt aan, die sinds augustus vorig jaar directeur van de Lettertuin is. Ook hebben veel scholen een dependance doordat ze uit hun jasje groeiden. “Dan is het moeilijk te zorgen dat er een team met één onderwijsvisie staat”, weet Oosterbaan.
Basisschool de Driemaster is sinds 2005 een zwakke school. De school met 97 leerlingen staat in een achterstandswijk. Er waren veel wisselingen van directie en leerkrachten. “Er was een hoog ziekteverzuim en de professionele cultuur was onvoldoende”, vertelt Marieke Renkema die sinds augustus 2010 tijdelijk de onderwijskundige leiding van de directeur heeft overgenomen. De tekortkomingen die de inspectie constateerde zijn door het team verwerkt in een uitgebreid plan om onder meer het leerstofaanbod, het didactisch handelen en het klassenmanagement te verbeteren. “Leerkrachten hebben scholing gevolgd en het opbrengstgericht werken en het activerende directe instructiemodel zijn inmiddels geland”, zegt de directeur.
Piek op piek
Onderwijswethouder René Peeters vindt dat het onderwijs vooral naar zichzelf moet kijken. Hij haalt een onderzoek aan van hoogleraar onderwijskunde Peter Sleegers die vaststelde dat de pedagogisch-didactische vaardigheden van sommige leerkrachten op zwakke scholen tekortschieten. Dat geldt ook voor het onderwijskundig leiderschap, stelt hij. “Een directeur die een aantal jaar op een zwakke school zit zonder vooruitgang te boeken, moet zeggen: Dit is op dit moment mijn vak niet.”
Als iemand niet zelf die conclusie trekt, moet een bestuurder ingrijpen. “Het opheffen van zwakke scholen is ieders verantwoordelijkheid. Als ik over vier jaar nog 30 procent zwakke scholen heb, ben ik geen knip voor de neus waard en zal ik er niet vier jaar aan vastknopen.”
Toch zijn er ook oorzaken die buiten het onderwijs liggen. Zo heeft Almere 5 procent meer eenoudergezinnen dan het landelijk gemiddelde en meer tweeverdieners. “Het zou kunnen dat die ouders minder tijd hebben om aandacht aan hun kinderen te besteden”, denkt Peeters. Tot een jaar of vijf geleden kampte de gemeente met een grote mobiliteit. Nu ligt die nog ongeveer 10 procent boven het landelijk gemiddelde. Van Oeffelt: “Er was een voortdurende in- en uitstroom doordat ouders de overwaarde van hun huis consumeerden. Dat ligt nu stil door de crisis.” Het gevolg is dat een kind steeds weer een plek moet zien te vinden in een groep en de leerkracht de leerbehoeften moet ontdekken, beschrijft Renkema. “Ik heb meermalen meegemaakt dat kinderen vijf scholen in acht jaar bezochten. Hoe wil je dan zorgen voor een doorlopende leerlijn?”
Daarbij ben je in een groeistad als Almere volgens Van Oeffelt met piek op piek bezig. “We waren vooral druk met de school draaiende te houden door te zorgen dat er lokalen, leerkrachten en materialen zijn.” Groei ziet de wethouder niet als blijvende reden. “Het kan tijdelijk een rol spelen, doordat je niet altijd even selectief kunt zijn in de leerkrachten die je aantrekt. Maar in groeikernen als IJburg, Zoetermeer en Vathorst in Amersfoort zie je niet dit grote aantal zwakke scholen.”
Renkema geeft aan dat een verschil met Amersfoort is dat ze in Almere erg veel nieuwe scholen in dezelfde periode hebben gekregen. “Ik heb meegemaakt dat een school jaar op jaar verdubbelde in leerlingaantal. Dat betekent steeds veel nieuwe kinderen en nieuwe collega’s die hun plek moeten zien te vinden.”
Bijspijkeren
In het voortgezet onderwijs hebben de vijftien middelbare scholen in de stad drie (zeer) zwakke afdelingen: de havo-(zeer zwak) en vwo-afdeling (zwak) van Baken Park Lyceum en de havo-afdeling (zwak) van daltonschool Helen Parkhurst. Nieuwe scholen hebben succes, de Almeerse bevolking gaat voor nieuw, verklaart Henk Verreijen, voorzitter groepsdirectie van de Baken scholen. “Een nieuwe school trekt zoveel leerlingen aan dat het lastig was te zorgen voor voldoende gekwalificeerd personeel. Het is gebeurd dat het docentenkorps in één jaar verdubbelde. Dat zijn teveel nieuwe collega’s tegelijk.” Hij bevestigt dat het soms ten koste gaat van het niveau van docenten. “Je kunt vaak met veel pijn en moeite alle lessen aanbieden. Dan neem je wel eens via zij-instroom een docent aan wiens aanpak tekort blijkt te schieten.” Leerlingen hebben drie jaar lang een te zwak lesprogramma gevolgd. “De inspectie heeft verbeteringen geconstateerd en de afdeling gaat naar zwak, maar we vinden de huidige situatie zeer vervelend. Daarom bieden we examenleerlingen die dat nodig hebben op een aantal zaterdagen een programma aan om hen bij te spijkeren in een aantal vakken waarbij achterstand is opgelopen.”
Zijn conclusie is dat het Baken Park Lyceum te groot is geworden. “Om het behapbaar te houden, willen we van 1500 naar de 1250 leerlingen waar het gebouw ooit voor bedoeld was.”
De gemeente Almere wil geen zwakke scholen meer in 2014 en investeert daarom dit jaar 2,3 miljoen extra in het onderwijs. Voor de docenten van Baken Park Lyceum is een beroep gedaan op het potje van 125 duizend euro voor het voortgezet onderwijs. Verreijen: “Docenten verbeteren de vakwerkplannen en er is een scholingstraject ingezet om de didactische vaardigheden en werkvormen te verbeteren.”
Daarnaast gaat er 9 ton extra naar zwakke scholen in een verbetertraject en is er 165 duizend euro voor scholing van personeel. De Lettertuin heeft al een verbeterplan in gang gezet. “Alle leerkrachten volgen een bijscholing voor rekenonderwijs om hiaten in kennis en vaardigheden op te lossen. We hebben ingezet op beter instructiegedrag via het activerende directe instructiemodel”, vertelt directeur Van Oeffelt. Hoe je het ook wendt of keert, de leerkrachten moeten het doen en het verbeteren van hun kwaliteiten vraagt tijd, vult Oosterbaan aan. “Je hebt twee, drie jaar nodig voor er weer een stevige school staat.” Dat zegt hij in de week dat minister Marja van Bijsterveldt aankondigt dat zeer zwakke scholen voortaan nog een jaar de tijd krijgen om de kwaliteit op orde te krijgen. “In veel gevallen zal het haalbaar zijn om zeer zwakke scholen in een jaar tijd weer naar zwak te krijgen, maar volgens mij moet er vooral geïnvesteerd worden in het voorkomen van kwalitatief onvoldoende onderwijs”, reageert Oosterbaan.
Daarom benadrukt hij het belang van preventieve maatregelen om het ontstaan en terugvallen van zwakke scholen te voorkomen. “Om directeuren nog bekwamer te maken in klassenbezoeken en het coachen van leerkrachten volgen alle directeuren de komende drie jaar een training. Daarnaast heeft SKOFV een duurzaamheidsteam met ervaren directeuren die bij een verbetertraject de schoolleider begeleiden.”
Bij de Driemaster is een opvallend onderdeel van het verbeterplan dat alle leerkrachten expert worden op een ontwikkelgebied. “Een leerkracht verdiept zich bijvoorbeeld in wat goed spellingonderwijs is, gaat aan de hand van een kijkwijzer in alle groepen kijken en geeft de groepsleerkracht verbeteringen aan. Stelde een leerkracht eerder alleen vast dat tien van de twintig opgaven fout waren, nu zien we dat er veel ei/ij-fouten gemaakt worden.” Bij technisch lezen bleek door de tijd te klokken dat kinderen slechts 14 procent van de tijd effectief aan het lezen waren. “Nu passen we het lezen aan op de behoefte van de kinderen. Sterke lezers zijn tutor van zwakke leerlingen en zwakke lezers in de bovenbouw gaan voorlezen bij de kleuters. Het rendement is enorm omhooggegaan.”
Daarnaast heeft de school met subsidie van de gemeente verlengde onderwijstijd ingevoerd, waar de gemeente 250 duizend euro voor uittrekt. Vanaf groep 5 gaan de kinderen dagelijks een uur langer naar school. “Die extra tijd steken we in taal en rekenen”, vertelt Renkema. Ze rekent erop dat de maatregelen ertoe leiden dat ze in mei dit jaar onder het basistoezicht vallen.
De gemeente streeft naar nul zwakke scholen in 2014. Verreijen acht het doel voor het voortgezet onderwijs zeker haalbaar. Oosterbaan vindt dat een beetje scherpte best mag. “Je moet de lat hoog leggen en dan kan best blijken dat er eentje zwak is, maar de ambitie moet zijn alle kinderen goed onderwijs te bieden.” In een lokale krant zei een interim-schooldirecteur echter dat het landelijk gemiddelde van 7 procent realistischer zou zijn. Peeters reageert fel: “Ik ben ervan overtuigd dat het percentage naar nul kan. Als je akkoord gaat met 7 procent aanvaard je dat er 1750 kinderen in Almere op zwakke scholen zitten. Dat is voor mij volstrekt onacceptabel, bijna onethisch.”