- blad nr 4
- 26-2-2011
- auteur D. Hollander
- Redactioneel
Het eerste, heftige lesjaar op een mbo-school
Vooral een beetje van ze houden
Nella Blokker begon haar carrière in het onderwijs zo’n dertig jaar geleden op een basisschool. Via het volwassenenonderwijs stroomde zij door naar het mbo. Samen met haar partner Clemens Kok, reisauteur en vertaler, schreef zij Het komt wel goed, juf. Een boek over haar eerste, heftige lesjaar in het mbo.
Soms is het deprimerend: ‘De problematiek waarmee veel leerlingen worstelen is vaak moeilijk en heftig: gebroken gezinnen, tienermoeders die naast school ook nog een forse baan hebben, een groot deel van allochtone afkomst, kinderen die op hun zestiende al een heel instituutverleden hebben met jeugdzorg en maatschappelijk werk.’
Maar vaker is ze hoopvol: ‘Het merendeel van de leerlingen is bijzonder gemotiveerd en positief ingesteld. Dat ze de schoolopdrachten niet leuk vinden is, denk ik, van alle tijden. Veel structuur geven en vooral een beetje van ze houden, dan kan het eigenlijk niet fout gaan, zelfs niet met een beginnend docent.’
Een eerlijk, goed geschreven en daardoor voor iedereen in het onderwijs - ook buiten het mbo - zeer lezenswaardig boek van een rasdocent. Hieronder een fragment uit het boek over een emotionele bespreking. (DH)
Aan het einde van de eerste lesperiode van tien weken is er een leerlingbespreking. Trees, de procescoördinator van het eerste jaar, zit deze bespreking voor. Alle docenten die aan een bepaalde groep lesgeven, worden verwacht hierbij aanwezig te zijn. Er wordt 45 minuten uitgetrokken voor één klas, mijn 1E-groep is expres als laatste gepland, omdat er waarschijnlijk meer tijd nodig is om alle probleemgevallen te bespreken. Mark en ik zijn als mentor verantwoordelijk voor deze leerlingen. Alle acht aanwezige docenten zijn het erover eens: zowel Deborah, Charlene als Esmay veroorzaakt bij iedereen onrust en overlast. Deborah en Charlene vooral om hun grote mond en bijna agressieve houding naar de docenten. Esmay omdat ze te vaak absent is en geen enkele afspraak nakomt. De lijst met leerlingen wordt een voor een afgewerkt. Als Deborah aan de beurt is, geeft collega Lies het eerlijk toe: ‘Ik ben gewoon bang voor dat meisje. Ze kan zo koud en kil zijn en dan weet ik niet hoe ik tot haar door moet dringen.’ Ik kan haar gevoel helemaal beamen.
In de leerlingenbespreking valt het besluit. Het meisjestrio krijgt een contract op houding en gedrag. Vrijdag na de bespreking krijgt het drietal om de beurt een gesprek op het
kantoor bij de opleidingsmanager en de leerlingencoördinator. De meisjes hebben uiteraard geen idee waarop ze worden aangesproken en tijdens de individuele gesprekken knettert de statische elektriciteit in de lucht. Ze doen zich voor als onschuldige lammeren, stuk voor stuk.
‘Nou, wat doe ik dan verkeerd?’, snauwt Deborah, de aanvoerster van de drie probleemdames.
Mieke (de opleidingsmanager, red.) vat het samen. ‘Je reageert veel te fel en geeft voortdurend jouw mening. Je wandelt zonder toestemming de gang op tijdens de les en blijft bezig met je telefoon. Je luistert niet, reageert negatief op alle opdrachten, maar wat het meeste stoort is je negatieve houding naar de docenten.’
De meisjes lopen stuk voor stuk met een boos hoofd het kantoor uit, maar het vervolg is duidelijk. Er is verteld dat ze binnenkort het contract moeten tekenen en wat de voorwaarden zijn.
Na het weekend heb ik een afspraak met Deborah om haar contract te tekenen. Ze komt niet opdagen en belt niet af. Ik controleer haar presentie: ze was op school aanwezig tot 12.30 uur, maar kwam niet op de afspraak om 14.30 uur. Ik wil de telefoon pakken om haar te bellen en te vragen waar ze was. Dan zegt Britt, die tegenover mij aan haar bureau zit: ‘Niet doen. Zij is aan zet.’ Ik leg de telefoon terug op de haak. Ze heeft gelijk.
De andere contractdames, Esmay en Charlene, hebben hun contract ook nog niet getekend en hebben zich beiden ziek gemeld, met speciaal verzoek aan de administratie om dit aan mijn collega-mentor door te geven. Mark en ik gaan samen naar Mieke om verdere stappen te bespreken. De meisjes krijgen nu een brief met een uitnodiging om alsnog bij haar het contract te komen tekenen.
*
Twee dagen later. Deborah meldt zich op het kantoor van Mieke. Ze klopt op de deur, jas dicht, muts op haar hoofd, tas schuin over haar schouder. Ze groet niet en gaat zitten zonder ons aan te kijken. Ze zal tijdens het gesprek driemaal haar mobieltje uit haar zak pakken en ermee rommelen alsof het hele gesprek haar geen donder interesseert.
Mieke geeft haar het contract en zegt dat ze het eerst rustig door kan lezen.
Ze leest, met tussendoor enkele boze reacties. ‘Maar ik ben het helemaal niet eens met een paar van deze dingen.’ Stilte. ‘Dit ga ik echt niet tekenen.’ Stilte. Dan ontsnapt een woedend gesis uit haar keel. ‘Ik houd mijn eigen mening voor me, alleen als ernaar gevraagd wordt geef ik hem’, leest ze hardop voor, terwijl haar ogen vuur spuwen. ‘Mag ik mijn mening dan niet zeggen? Hoe moet ik leren op een opleiding waar ik mijn eigen mening niet eens mag zeggen?’
‘Dat laatste is nu net waar bijna alle docenten tijdens de leerlingbespreking over vielen’, zeg ik. ‘Met jouw ongevraagde en luide mening verstoor je steeds de les.’
Ze richt zich nu volledig op mij. ‘En u weet nota bene hoe moeilijk mijn situatie is en komt nu zomaar na zes weken met zo’n contract...’ Als blikken konden doden, was ik ter plekke morsdood gebleven.
Mieke neemt het gesprek over. ‘Dit is een docentenbesluit dat tijdens de leerlingenbeoordeling genomen is, Deborah.’
Uiteindelijk pakt Deborah de pen van tafel en zegt: ‘Nou, ik heb toch geen keus. Jullie dwingen me toch om te tekenen.’ Ze zet haar handtekening, schuift het papier van zich af, staat op zonder wat te zeggen en loopt naar de deur.
Dan zeg ik: ‘Deborah, zo kun je niet weggaan. Kun je nog even gaan zitten?’ Puffend en met grote tegenzin ploft ze neer.
‘Dit is dus een van de dingen waar het over gaat als we het over jouw houding hebben.’
Ze mompelt iets onverstaanbaars terug, maar heeft de boodschap toch wel begrepen. We ronden het gesprek af en als ze daarna vertrekt horen we een zacht ‘dag’ als ze de deur sluit. Het is even stil in de kamer, dan slaken we allebei een zucht van opluchting.
Het komt wel goed, juf!, door Nella Blokker & Clemens Kok, uitgeverij Maarten Muntinga, ISBN 978.90.5831.565.6, 16,95 euro.
(BON}
Win het boek
Onder de lezers van het Onderwijsblad worden tien exemplaren van ‘Het komt wel goed juf!’ verloot. Wil je hierop kans maken stuur dan vóór 4 maart een mail met je naam, adres en woonplaats naar OnderwijsPas@aob.nl onder vermelding van ‘Het komt wel goed, juf!’. De winnaars ontvangen schriftelijk bericht.