• blad nr 4
  • 26-2-2011
  • auteur R. Wisman 
  • Redactioneel

Twee leraren op één kussen 

Onderwijsstelletjes

Best handig als je partner het begrijpt wanneer jij na het eten nog eventjes je lessen wilt voorbereiden. Of als je thuis kunt praten over die ene lastige leerling - en dan ook nog bruikbare suggesties krijgt. Fijn ook om je passie voor kennisoverdracht te delen met je geliefde. Twee leraren op één kussen. Drie stelletjes vertellen.

{portret 1}
De kunstminnaars

Jochem Mol (61) studeerde beeldende vorming aan de kunstacademie. Hij werkt al 32 jaar op scholengemeenschap de Nieuwe Veste in Coevorden als docent tekenen, handvaardigheid en techniek.
Carola Derks (47) studeerde schoolmuziek en koordirectie aan het conservatorium. Ze staat 23 jaar voor de klas waarvan zeven jaar op de Nieuwe Veste. Ook is Carola eigenaar van Infomusic, een online winkel voor muziekinstrumenten met vestigingen in Coevorden en Emmen.

Carola: “Ik heb plezier in lesgeven, maar niet zoals Jochem dat heeft. Hij zou wel tachtig uur voor de klas kunnen staan. Met regelmaat vliegt er buiten de deur iemand om zijn nek: oud-leerlingen. Ze willen hem altijd even aanraken en met hem praten.”
Jochem: “Twee meisjes uit een eerste klas kwamen onlangs naar me toe: ‘Meneer, we hebben een cadeautje voor u gekocht’. Het bleek een visje voor het aquarium in mijn lokaal.”
Carola geeft les aan kleine groepen bovenbouwleerlingen op een locatie buiten de school. Jochem heeft een lokaal op de Nieuwe Veste en geeft les aan klassen uit de onderbouw.
Jochem: “Carola weet leerlingen te stimuleren muziek te maken, onder meer door samen met leerlingen bands te vormen. Het is jammer dat ze soms zo tegen haar werk opziet.”
Carola: “Aan het eind van de vakanties en soms ook in de weekends heb ik nachtmerries dat het een puinhoop wordt. Ik stel mezelf te hoge eisen. Ik wil dat alle leerlingen de muziekles op hun eigen niveau kunnen doen, en dat ze het fijn vinden.”
Jochem: “Dat is natuurlijk niet te doen met twintig klassen.”
Het echtpaar ziet elkaar op school alleen bij rapportvergaderingen en soms in de buurt van de personeelskamer. “Dan gaat ze staan roepen en zwaaien vanuit de deuropening”, grinnikt hij. “Dat moet je maar niet meer doen”, zegt hij tegen haar.
Naast hun liefde voor elkaar delen ze de liefde voor het kunstonderwijs. Jochem: “Doel van onze vakken is het stimuleren van de rechter hersenhelft. In mijn lokaal hangt de uitspraak van Einstein die zegt dat fantasie belangrijker is dan kennis. Kennis is begrensd, met fantasie kan je naar een oplossing zoeken. Helaas is bij veel mensen de rechter hersenhelft verroest.”
Hun eerste ontmoeting was elf jaar geleden op een feestelijke cd-presentatie. Carola: “We dansten. Wow, wat een leuke man, dacht ik.”
Jochem: “Ik vond haar een interessant type, maar ineens was ze weg. Door rondvragen kwam ik achter haar naam en telefoonnummer.”
Carola: “Elke ochtend belde hij. Heb je lekker geslapen?”
Jochem: “Dat moet niet in het stuk, hoor. Dan krijg ik het etiket ‘saaie sok’.”
Sinds drie jaar woont het paar in een voormalig schoolgebouw, dat oogt als een museum. In de hal staat een buste van Johan de Witt. In de gangen staan orgels. De muren hangen vol ‘onvervalste Mols’. De oude rectorkamer is verbouwd tot badkamer.
Toen Jochem en Carola het schoolgebouw, vlak over de Duitse grens, te koop vonden, waren ze direct verliefd: 1500 vierkante meter woonoppervlak op twee hectare grond bleek ideaal om met leerlingen naar toe te fietsen met de jaarlijkse mentordag, maar bovenal ook heel veel werk.
Jochem: “Collega’s zagen ons ploeteren en kwamen een dag helpen in de zomer van 2009. Toen is de tuin opgeruimd, dakgoten leeggehaald, erkers van het gymlokaal zijn schoongemaakt, muren geschilderd, hout gekloofd. Die actie hebben we enorm gewaardeerd.”
Jochem doet veel in huis op zijn vrije vrijdag, zijn ouwelullendag noemt hij het. Over stoppen met werken piekert hij nog niet. Hoewel: “Je moet stoppen als het nog leuk is.”
Carola: “Maar jij vindt het nog veel te leuk om nu al te stoppen.”
Omdat haar eigen muziekwinkel enorm groeide, werkte Carola het afgelopen jaar soms tachtig uur per week. Carola: “Een beetje teveel.”
Jochem: “Ze moet nu kiezen: de school of de winkel, maar daar is ze nog niet uit.”

{portret 2}
De streber en de pragmatist

Marije Weggen (23) studeerde in juli 2010 af aan de Katholieke Pabo in Zwolle. Richting: het jonge kind en techniek. Ze woont in Emmeloord en werkt van daaruit in omliggende provincies als invalkracht.
Bokke Klein Zandvoort (22) studeerde in juli vorig jaar af aan de Katholieke Pabo in Zwolle. Richting: het jonge kind en drama. Hij woont in Zwolle en werkt als invalkracht met een contract van minimaal twintig uur per week.

Marije: “Buitenstaanders denken soms dat het een luizenbaan is: tot drie uur werken, zes weken zomervakantie. In de praktijk blijven er maar vier weken over. De eerste week ben je nog bezig met opruimen, de laatste week met voorbereiden.”
Bokke is sowieso zelden voor vijf uur thuis, benadrukt Marije.
Bokke: “Tijdens mijn eerste langdurige invalperiode was ik zelfs tot na vijf uur bezig. Het was een groep waarvan bijna de helft van de kinderen moeite had de stof bij te benen. Naast de extra stof die ik deze leerlingen gaf, besteedde ik extra tijd aan dingen die ik zelf wilde doen om de les op te vrolijken.”
Marije: “Je bent niet iemand die zich er makkelijk van af maakt.”
Bokke: “Als de kinderen liters en maten moeten leren, haal ik maatbekers, een teil met water en ben ik de Italiaanse kok. Dat vind ik leuk.”
Bokke is een streber, volgens Marije, die zelf meer pragmatisch is. Ook tijdens de studie was dat het geval.
Marije: “Ik kan tevreden zijn met een 6, terwijl Bokke het onderste uit de kan wil halen.”
Bokke: “Als ik bijvoorbeeld een theoretisch verslag maak over kinderen, verfraai ik dat met mooie uitspraken van kinderen. Dat hoeft niet, maar dat vind ik leuk. Ik ga uitgebreid te werk, omdat de stof me interesseert.”
Ze leerden elkaar kennen aan het eind van pabo-4 tijdens een werkweek in de Ardennen. Bokke: “Na een druk programma overdag mochten we ’s avonds onze eigen gang gaan. Marije zat aan de spelletjestafel, en daar schoof ik aan.”
Marije: “We speelden Wanted, een reactiespelletje waarbij je met je vuisten op tafel slaat, kreten uitslaakt, handen omhoogsteekt. We lagen samen de hele tijd dubbel van het lachen.”
Na de werkweek hielden ze via msn, telefoon en mail contact: Wat moet jij nog doen? Hoever ben jij hiermee? De dag dat ze hun laatste verslagen en werkstukken inleverden, spraken ze af. Bokke: “De druk was van de ketel en ik nam het initiatief.”
Marije: “We gingen wat drinken in de stad.”
Bokke: “Daarna heb je wat bij mij gegeten, en keken we een film.”
Dat doen ze nog steeds regelmatig. Bokke wijst op de kast vol dvd’s aan de muur. Omdat ze niet in dezelfde plaats wonen, zien ze elkaar vooral in de weekenden. ’s Avonds bellen ze meestal even om de dag met elkaar door te nemen.
Bokke en Marije delen de liefde voor het jonge kind.
Marije: “De onbevangenheid, het vrijuit vertellen, niet nadenken, maar gewoon doen. Jonge kinderen kunnen zich nog uren met schijnbaar niks vermaken en fantaseren vrijuit zonder remmingen.”
Bokke: “Wat ik ook leuk vind is dat ze nog niet bezig zijn met groepjes of merkkleding. En dat ze recht voor z’n raap zijn.”
Voor plezier en ontspanning speelt het paar graag een spelletje. Wanted? “Nee, dat was eigenlijk een heel stom spelletje”, zegt Marije. Wat wel: Risk, Kolonisten van Catan, Monopoly, en soms ook spelletjes die ze op school met de kinderen doen: Regenwormen, Wollie Bollie, Graantje de voorste.
Ze zijn helemaal op hun plek in het onderwijs, en heel erg blij met elkaar. Marije: “Wij kunnen elkaar in het werk ondersteunen, omdat we van kinderen houden, en hun belang vooropstellen.”
Voor Bokke is Marije bovendien de levende bevestiging van het feit dat je geen overuren hoeft te draaien om een goede leerkracht te zijn. “Het zat mij ook niet lekker dat ik altijd zo lang op school zat. Ik neem nu uiterlijk de trein van half zes. Die grens heb ik dankzij Marije getrokken.”

{portret 3}
De wereldverbeteraars

Ali Hoymann (59) studeerde aan de Pedagogische Academie in Groningen en werkte daarna als basisschoolleerkracht. Van 1984 tot 1990 werkte ze als leerkracht op een internationale school in Botswana. Nu geeft ze Nederlands aan Nederlandse immigranten op een lagere school in het Duitse Emlichheim.
Josef Hoymann (58) studeerde aan de Pädagogische Hochschule in Vechta, Duitsland, en werkte daarna als leerkracht in de Grafschaft Bentheim. Van 1980 tot 1990 deed hij mee aan het ontwikkelen van een lerarenopleiding in Botswana. De afgelopen twintig jaar was hij schoolhoofd, momenteel op een lagere school in Haren.

Ali: “De Kindergarten, de Duitse kleuterschool, waar onze dochter destijds naartoe ging, sloot om twaalf uur, maar om half twaalf zaten alle kleuters al met de jasjes aan. Dat sprak me niet aan. Ook was er geen doorlopende leerlijn vanaf de kleuterschool naar de lagere school.”
Josef: “Het Nederlandse basisonderwijs was toen al kindgerichter. In het Duitse systeem staan de regeltjes voorop. Onderwijzers komen pas de klas in nadat de bel is gegaan. Oud-bondskanselier Schröder zei ooit: Lehrer sind faule Säcke. Leraren zijn luie zakken. Dat een hoge politicus zoiets ongestraft kan roepen, zegt veel over het beeld dat men hier van leraren had en nog steeds heeft.”
Ali: “Op de school waar ik nu werk konden de kinderen tot voor kort niet in de lerarenkamer komen. Pas een paar weken geleden is er een bel geïnstalleerd. Ook is er weinig begrip voor een kind als het niet meekomt. In Nederland heeft een kind meer mogelijkheden als het schoolse leren moeilijk gaat.”
Josef: “In Duitsland begint men nu pas te praten over de inklusive Schule - vergelijkbaar met passend onderwijs - waardoor diversiteit in de klas normaal wordt.”
Josef en Ali leerden elkaar kennen tijdens een studentenuitwisseling tussen de Pedagogische Academie en de Pädagogische Hochschule. Ali: “Wij verbleven een week in Keulen, en zij een half jaar later een week in Eerbeek. Ik was onder de indruk van de theoretische discussies die de Duitse studenten voerden. Voortdurend ging het over de Diskrepanz tussen dit en dat. Onze opleiding was meer gericht op de praktijk. Om de week moesten we wel ergens een lesje draaien.”
Ali woonde in Groningen, Josef in Vechta – een stad tussen Oldenburg en Osnabrück. Om dichter bij zijn geliefde te wonen, solliciteerde hij na de studie in de Grafschaft Bentheim (het gebied naast Drenthe en Overijssel). Ze trouwden en woonden in Gramsbergen in de tijd dat de grenzen nog ’s avonds om twaalf uur sloten.
Josef: “Officieel mocht je er dan niet door. Dan gingen we over een zandweggetje met de koplampen uit. Omdat ik over de grens werkte, kreeg ik een Genehmigung die het reizen makkelijker maakte.”
Ali: “Duitsland is erg formeel.”
Josef: “Om een Nederlandse verblijfsvergunning te krijgen, kwam een beambte op huisbezoek. Eén gesprekje was voldoende. Om een Duitse vergunning te krijgen, moest Ali een medische keuring ondergaan, en een afdruk van haar duim inleveren.”
In Botswana werkte Josef aan een lerarenopleiding. Ali gaf daar les op de internationale school waar hun twee kinderen ook naartoe gingen. Josef: “Ik wilde de wereld verbeteren. Omdat we twee verschillende nationaliteiten hebben, was de drempel lager om te gaan.”
Ali: “De verschillen tussen Afrika en het westen waren van een totaal andere orde dan de verschillen tussen Duitsland en Nederland.”
Josef: “Het sociale leven beruste veel duidelijker dan hier op brute noodzaak. Veel van mijn studenten hadden al kinderen: je sociale verzekering voor de oude dag.”
Het kennisniveau was onvergelijkbaar. Ali, lachend: “Op de vraag uit hoeveel centimeter een meter bestaat, waren meerdere antwoorden mogelijk.”
Josef vertelt dat hij een vijfliterblik wilde laten collaberen door er een vacuüm in te creëren. “Ik probeerde het blik in elkaar te laten drukken. Uiteindelijk knalde het vooral heel hard. Daarna was het lokaal leeg. Alle leerlingen waren weg.”
Ali: “De leraar is een tovenaar, dachten ze.”

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.