• blad nr 4
  • 26-2-2011
  • auteur A. Kersten 
  • Redactioneel

 

De ondraaglijke traagheid van een salarisgrens

Bijna 5,5 jaar nadat de Tweede Kamer het kabinet-Balkenende II opriep de topsalarissen in de semipublieke sector te begrenzen, heeft het kabinet-Rutte er een wetsvoorstel toe ingediend. Vrijwillige sectorcodes en transparantie hebben de excessen niet beteugeld.

Staatssecretaris Halbe Zijlstra introduceerde vorige maand een paar extra maatregelen om de topinkomens in het onderwijs te beteugelen. Nieuwe salarisverhogingen bij bestuurders die nu al boven de voorgestelde wettelijke beloningsnorm van 223 duizend euro uit torenen, worden teruggevorderd. En hoewel lopende contracten ongemoeid blijven, wil hij bestuursleden die worden herbenoemd in hun functie, alsnog aan dat plafond proberen te houden.
De sancties waren al aangekondigd tijdens een spoeddebat afgelopen november, naar aanleiding van een Onderwijsblad-inventarisatie. Daaruit bleek dat ruim zestig bestuurders van roc’s, hogescholen en universiteiten in 2009 meer verdienden dan het gemiddelde ministersalaris. In het televisieprogramma EenVandaag reageerde de vers aangetreden Zijlstra destijds overvallen: hij zou de gegevens bij de scholen opvragen. Maar vrijwel alle beloningen van onderwijsbestuurders lagen bij het ministerie al een halfjaar op de plank; de Dienst Uitvoering Onderwijs krijgt de jaarcijfers keurig aangeleverd.
Wat sinds anderhalf jaar ook al bekend was op het departement: toezichthouders in de bve, het hbo en het wo houden zich lang niet altijd aan de sectorcodes voor bestuursbeloning die ze zelf hebben ingevoerd. Dat staat in een onderzoek dat bureau Ecorys in opdracht van het ministerie in de zomer van 2009 opleverde.
Op verzoek van Kamerleden heeft Zijlstra het stuk nu alsnog naar het parlement gestuurd. De bevindingen onderstrepen het belang van een wettelijke beloningsgrens, schrijft de staatssecretaris droogjes in de begeleidende brief. Ironisch: een van de geadresseerden was PvdA-Kamerlid Ronald Plasterk, die minister van Onderwijs was toen het rapport juist binnen het departement werd gehouden. Het document gold als een intern hulpmiddel bij de ‘beleidsvoorbereiding’ van de wettelijke salarisgrens.

Haasje-over
Op 14 januari 2011 heeft minister Piet Hein Donner van Binnenlandse Zaken namens het kabinet-Rutte het Wetsvoorstel normering topinkomens (wnt) eindelijk bij de Tweede Kamer ingediend. Dat de wet lang onderweg is geweest, mag een understatement heten. Vorig voorjaar gaf het demissionaire kabinet-Balkenende IV groen licht voor het wetsontwerp dat door toenmalig staatssecretaris Ank Bijleveld werd gepresenteerd. In juni en oktober 2008 liet minister Guusje ter Horst van Binnenlandse Zaken weten de voorstellen van de commissie-Dijkstal te omarmen. Die Dijkstal-voorstellen over het normeren van semipublieke topinkomens zelf dateren van september 2007. Maar al in het najaar van 2005 wilden de meeste partijen in de Tweede Kamer dat het kabinet-Balkenende II met maatregelen zou komen. Om het geheugen even op te frissen: het was een motie van D66-Kamerlid Bert Bakker die daartoe oproep.
En elk jaar was het weer hetzelfde liedje. Verontwaardiging na de publicatie van beloningslijstjes in de semipublieke sector, waaronder het onderwijs. Sinds 2006 moeten bestuurders hun beloning openbaren als die de publicatienorm (de zogenoemde wopt-norm) van het gemiddelde ministersalaris overschrijdt. Maar die transparantie heeft niet de remmende werking gehad waarop werd gehoopt. Commissievoorzitter Hans Dijkstal zei eens tijdens een bijeenkomst van toezichthouders dat die openbaarheid eerder averechts werkte. Bestuurders registreren wat collega’s verdienen en gaan haasje-over.
Zo ziet iedereen die de jaarlijkse wopt-lijsten naast elkaar legt hoe de beloning bij Stenden Hogeschool zich ontwikkelde in precies die periode dat de wet in wording was. Stenden is een middelgrote fusieschool ontstaan uit de Christelijke Hogeschool Nederland en Hogeschool Drenthe. De wopt-beloning van de bestuursvoorzitter maakte een groeicurve door: 189.359 euro (2006), 216.432 euro (2007), 259.434 euro (2008), 272.545 euro (2009). Uiteindelijk ruim boven de komende wettelijke bovengrens, ver boven de publicatienorm en boven de beloningscode voor hogeschoolbestuurders. Voor de toezichthouders bij Stenden was het ‘internationale karakter’ van de hogeschool een reden om er een schepje bovenop te doen. Beterschap beloofd: de nieuwe bestuursvoorzitter zal wel netjes binnen de perken blijven.
Het voorbeeld kent nog een dimensie. Sinds 2004 is ook CDA-Tweede Kamerlid Margreeth Smilde lid van de raad van toezicht bij Stenden Hogeschool. In de Tweede Kamer vertegenwoordigt zij een partij die het hoog tijd vindt voor een wettelijke beloningsnorm, onder meer omdat de vrijblijvendheid voor bestuurders en toezichthouders steeds weer tot excessen leidt. In het onderwijs behoort ze tot een raad van toezicht die juist verantwoordelijk is voor zo’n exces. In een reactie aan het Onderwijsblad over die dubbele petten zei ze in juni 2008: “Ik kan me voorstellen dat u zegt: Daar zit licht tussen. Met de discussie over de Jan Peter Balkenende-norm zijn we op dit moment nog volop bezig. We proberen naar die norm toe te werken, maar dat is een kwestie van lange adem. In de rol van toezichthouder heb ik te maken met de richtlijnen van de hbo-beloningscode en daar houd ik me aan.” Maar dat jaar steeg de bestuursvergoeding verder door.

Brandjes
In een paar gevallen is een onderwijsinstelling gesanctioneerd voor buitenissige bestuursbeloning, zoals bij het Friesland College. Maar dat soort brandjes blussen bewijst vooral het onvermogen van het politieke toezicht. Het geld kan niet worden teruggehaald bij de cashende bestuurder of de verantwoordelijke toezichthouder. Het enige wapen dat de minister van Onderwijs in de strijd kan gooien, is de school korten op de rijksbijdrage. De boete gaat dus ten koste van het budget om onderwijs te verzorgen. Die bizarre situatie moet met een wettelijke normering uiteindelijk tot het verleden gaan behoren.
De bovengrens zelf is in de afgelopen jaren flink gestegen. In 2007 lag de publicatienorm voor verplichte openbaarmaking op 169 duizend euro, in 2009 was dat 188 duizend. Het wetsvoorstel hanteert een andere berekening, maar verhoogt het ministersalaris als plafond met 30 procent. Het wordt bestuurders moeilijker gemaakt de norm te overschrijden.
Belangrijker nog dan die voorgestelde bovengrens van 223 duizend euro worden voor het onderwijs de maximumsalarissen per sector. Bestuurders in het primair onderwijs krijgen een lagere salarisladder dan hun collega’s in het hbo. In het basis- en voortgezet onderwijs vallen bestuurders net als personeelsleden onder de cao. Met het Ecorys-onderzoek naar de sectorale salarisverhoudingen op zak zullen minister en staatssecretaris van Onderwijs om tafel gaan met de sectororganisaties, kondigde Zijlstra aan.
Een van de gesprekspartners is een oude bekende in het dossier: Guusje ter Horst, die als minister van Binnenlandse Zaken tussen 2007 en 2010 de beloningswet gestalte moest geven. Sinds begin dit jaar zit ze tijdelijk de vereniging van hogeschoolbestuurders voor, de Hbo-raad. Ze beloofde gelijk bij haar aantreden de salarissen van hogeschoolbestuurders te verzamelen en op de website van de Hbo-raad te zetten. Helemaal transparant. Maar aan transparantie heeft het niet gelegen.

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.