- blad nr 4
- 26-2-2011
- auteur A. Kersten
- Redactioneel
Urennorm eerste mbo-jaar verhoogd
De minimale urennorm voor onderwijstijd wordt in het eerste leerjaar opgekrikt naar 1000 uur. Daarvan moet de mbo-instelling er zelf minstens 750 verzorgen. In de overige leerjaren is dat 600 van de 850 uur. Er staat in het plan overigens niet dat die uren ook verzorgd moeten worden door docenten, maar ‘onder verantwoordelijkheid en met actieve betrokkenheid’ van bevoegd onderwijspersoneel. Nu geldt er nog een urennorm van 850 uur, waarvan scholen tot 60 procent aan beroepspraktijkvorming mogen uitbesteden.
Opleidingen op mbo-niveau 4 worden ingekort van drie naar vier jaar. Een motivering staat er niet bij, maar verderop in het plan wordt uitgesproken dat een kortere opleiding de aansluiting op het hbo zou moeten verbeteren. Die opleiding moet dan wel intensiever zijn, met geëxamineerde kernvakken en referentieniveaus voor taal en rekenen, en op niveau 4 met Engels als verplicht vak.
Met ingang van schooljaar 2013/14 vervalt voor mbo-niveau 2 de drempelloze toegang. Leerlingen moeten dan een diploma voortgezet onderwijs of niveau 1-diploma laten zien. Het laagste mbo-niveau 1 komt als het ware op zichzelf te staan en blijft drempelloos, al wil Van Bijsterveldt met een bindend studieadvies wel een minimale prestatie afdwingen.
Inspectietoezicht wordt meer geconcentreerd op instellingen waar problemen zijn. De minister ‘overweegt’ een vorm van certificering voor de leden van de raden van toezicht, maar gaat daar niet verder op in.
Dat dertigplussers straks hun opleiding zelf moeten betalen, hangt intussen nog steeds als een donkere wolk boven de bve-sector. Uit het actieplan wordt duidelijk dat de minister die maatregel boven aan haar planning heeft staan: ze wil die verandering per augustus volgend jaar doorvoeren.
De AOb hekelt de afschaffing van de bekostiging voor dertigplussers. Verder zou de bond graag meer eisen aan roc’s gesteld zien over de besteding van het onderwijsgeld. Het aandeel van docenten op de personeelsuitgaven is tanende. “Wij zien dat met deze voorstellen niet veranderen. Liever zouden we zien dat er duidelijke voorschriften komen over hoeveel geld minimaal aan lessen en docenten besteed moet worden”, aldus AOb-bestuurder Ben Hoogenboom.