- blad nr 1
- 15-1-2011
- auteur W. Dresscher
- Kleine column
Stap voor stap
Ook dit kabinet. NRC Handelsblad publiceerde laatst uitspraken van de huidige minister Marja van Bijsterveldt waaruit blijkt dat zij tijdens de formatie pleitte voor meer middelen. Natuurlijk: ze deed dat als CDA-prominent en niet als minister van Onderwijs. Maar ik vermoed sinds dat bericht dat ze best sympathie heeft voor onze actie Onderwijs in de top vijf en niet op nul.
Er zijn dus best slagen te winnen. Zo debatteert de Tweede Kamer deze maand onder meer over de lesbevoegdheid. Wie het regeerakkoord leest, moet zijn best doen iets over dit thema te vinden. Dat is opmerkelijk. Internationale onderwijsrapporten hebben doorgaans minimaal één overeenkomst, namelijk de aanbeveling goed opgeleide docenten voor de klas te zetten. Landen die Nederland voorgaan op onderwijsranglijsten hebben dat in hun oren geknoopt. Het is dus simpel: willen we naar de top, dan moeten we daarin mee.
Zonder iets te willen afdoen aan het enthousiasme van onze onbevoegde collega’s roept de AOb al jaren dat het beter is bevoegde docenten voor de klas te zetten. Daarom is het zaak dat al deze mensen zo snel mogelijk op een goede manier hun lerarenopleiding voltooien. Scholieren hebben er baat bij, en het is zeker niet de duurste manier om de leerprestaties wat op te krikken. Zelfs als je het puur zakelijk bekijkt, is de aanval op de onbevoegdheid logisch. We investeren jaarlijks miljarden in het onderwijs en willen waar voor dat geld.
Goede leerprestaties zijn niet alleen mooi voor de scholier. Docenten zien de resultaten van hun werk en gaan extra gemotiveerd aan de slag. Die motivatie werkt als een vliegwiel: Britse wetenschappers toonden eind 2010 aan dat er een direct verband is tussen leerprestaties en de mate waarin een leraar met plezier naar zijn werk gaat. Kortom: het kabinet doet iedereen een plezier met een actieplan rond de bevoegdheid.
Natuurlijk zijn we er dan nog niet. Er komt veel meer bij motivatie kijken dan leerprestaties alleen: een eerlijk salaris en een normale werklast helpen ook. Vandaar dat de AOb tegenover de nullijn op lerarensalarissen van het kabinet een looneis zet van 2 procent. Het zal meer moeite kosten Mark Rutte en de zijnen daarvan te overtuigen dan van het nut van bevoegde docenten. Maar stap voor stap komen we er wel.