• blad nr 1
  • 15-1-2011
  • auteur L. Douma 
  • Redactioneel

Wij willen niet dat leerlingen drinken, toch gebeurt het  

Constante polonaise op werkweek

Het hoogtepunt van het jaar. Dat vinden veel docenten van de werkweek. Anderen barsten bijna in huilen uit bij de nabespreking van dat hoogtepunt. Want bied alcohol en razende hormonen maar eens het hoofd. Een gastgezin kan een uitkomst zijn. Net als het thuislaten van de ergste herrieschoppers.

Tja, die werkweek! Hoogtepunt van het schooljaar, altijd weer leuk. Hoe snel kan zo’n prachtige luxe touringcar niet veranderen in een grote afvalcontainer! Hoe makkelijk kan een leerling zoekraken in die soms overvolle stations en metro’s. Hoe makkelijk kan het ’s nachts op de kamers en op de gangen een vrolijke, maar kabalige bende worden. In Parijs hielpen onze smeekbeden één keer niet. We moesten een ander hotel zoeken.
En dan de hormonen!
Toch ga ik elk jaar weer mee. Ik ben er aan verslaafd, denk ik. Net als marathonlopers. Zo’n idioot stuk rennen is ook nergens goed voor. Maar je komt er wel boordevol endorfine van thuis.

Dit verslag (enigszins ingekort) stuurde Gerrit Mooi uit Meppel aan het Onderwijsblad naar aanleiding van een oproep. Hoe overleef je als docent de werkweek? Hoe houd je je leerlingen in bedwang? Hoe zorg je dat jij zelf ook een leuke week hebt? Wat zijn de valkuilen? Tips. Ervaringen. Het Onderwijsblad wilde het allemaal weten. De bevindingen van Gerrit Mooi blijken ruim gedeeld. De werkweek is vermoeiend, luidruchtig, druk en vaak spannend. En toch houden de begeleiders het over het algemeen niet bij één keer. “Leerlingen waarderen het enorm om je gezien te hebben op een andere manier. Daar heb je als docent het hele verdere jaar profijt van”, verklaart André Olivier. De scheikundedocent op RSG Enkhuizen gaat al vijf jaar mee op werkweek naar Straatsburg. Hoewel hij er elk jaar enorm naar uitkijkt heeft het schaamrood hem wel eens op de kaken gestaan. Tijdens de nachten die doorgebracht worden in een jeugdherberg is het steevast een puinhoop. “Sommige leerlingen slapen niet of nauwelijks. En dan vallen ze de volgende dag in slaap tegenover een Europarlementariër die wij met moeite hebben kunnen strikken om uitleg te geven over zijn werk. Alsof zo’n man bulkt in de tijd.” De boosdoener? “Een grote valkuil is drank. Wij willen absoluut niet dat leerlingen drinken. Toch gebeurt het elk jaar. We denken wel eens: Nu is het goed gegaan. En zelfs dan hoor je achteraf dat er leerlingen dronken waren. Slecht slapen in combinatie met drank is een drama.”

Bessenjenever
Roberto Cristofoli, biologiedocent op het Mondriaan College in Oss, kent ook het klappen van de zweep. “Met de sectie gingen wij wel naar Ameland. Daar brachten wij eens een hele avond door in het zwembad, op tien kilometer afstand van de boerderij. Tijdens de fietstocht naar huis dacht een groepje leerlingen: Als wij snel fietsen, kunnen we nog even snel wat bessenjenever achteroverslaan in de kroeg tegenover de kampeerboerderij. Maar na het sporten wordt alcohol sneller opgenomen in het bloed. En dat ging mis. De leerlingen werden gesnapt. De dag daarna betrapten we ze weer op alcoholgebruik. En dus hebben we ze op de boot gezet. Vervolgens moesten ze zelf een trein regelen terug naar huis.”
Dat was niet de enige keer dat er leerlingen werden weggestuurd. Cristofoli: “Ook hebben we meegemaakt dat we vlak voor de grens met Frankrijk tassen doorzochten. We betrapten een leerling met drank en hebben hem toen achtergelaten in een restaurant bij de grens. Zijn ouders moesten hem komen halen. Terwijl we al bijna in Frankrijk zaten!” Over deze oplossingen zegt Cristofoli nu: “Dat was in een tijd dat dat nog kon. Nu zouden we eerst heel veel contact hebben met het thuisfront, met de directie, met ouders, voordat we een leerling achter zouden laten.”
Op het Elzendaalcollege in Boxmeer hebben ze dat probleem op de volgende manier ondervangen: “Voorafgaande aan de werkweek krijgen leerlingen en ouders een hele lijst van wat ze mee moeten nemen. Ook staan er regels op die lijst. Ouders moeten hem ondertekenen. Wanneer een leerling zich misdraagt, kan hij onder begeleiding worden teruggestuurd. De rekening is dan voor de ouders”, vertelt Hans Huisman, mentor in 4-havo, die al dertig keer meeging op werkweek. “Gelukkig hebben we nog nooit iemand teruggestuurd, maar je moet iets achter de hand hebben. Bovendien hopen we dat ouders van tevoren met hun kind een pittig gesprek aangaan, als ze zo’n document getekend hebben.”
Het Trimbos Instituut vindt dat het vooraf doorspreken van regels de beste preventie is. “Ouders en leerlingen moeten ook weten wat de sancties zijn. Tijdens schooluren mag je niet drinken. Dus waarom tijdens de werkweek wel”, zegt Marianne Maat, implementatiedeskundige ‘De gezonde school en genotmiddelen’ bij het Trimbos. Haar tip: “Bied je leerlingen alternatieven. Er zijn bijvoorbeeld heel lekkere alcoholvrije cocktails. Ga een avondje cocktails shaken met je leerlingen. Leer ze dat het ook leuk kan zijn zonder alcohol.”

Keet
In Boxmeer hebben ze een andere oplossing gevonden: het gastgezin. Huisman: “Vijftien jaar geleden zijn wij begonnen met buitenlandreizen. Meestal gingen we naar jeugdherbergen of -hotels. De hele nacht zwierven er jongeren over de gangen. Het was constante polonaise. Op een gegeven moment werd zelfs de politie gebeld. We hadden geen moment rust, ik werd zelfs bang dat leerlingen enge dingen zouden doen, van pure gekkigheid uit het raam springen of zo. Het was echt een puinhoop. Vier jaar geleden waren er een paar jonge collega’s bij die bij de nabespreking bijna in tranen uitbarstten. Dat was voor ons de druppel. Sindsdien maken we gebruik van gastgezinnen. Dat is dé oplossing. De leerlingen zijn vóór de werkweek vooral bezig met waar ze terechtkomen. Hoe aan drank te komen, is geen onderwerp meer. Ze vinden zo’n gastgezin heel spannend. Wij gaan de hele dag met de leerlingen op pad, maar droppen ze om zeven uur bij hun gastgezin. Vaak wordt er uitgebreid voor ze gekookt en sommige gastouders gaan nog even de stad in met leerlingen of doen spelletjes met ze. De begeleiders hebben ‘s avonds even tijd voor zichzelf. Alle leerlingen krijgen iedere dag een enorm lunchpakket mee. Normaal ging het ‘s ochtends in de bus altijd over wie geklooid had met wie, nu gaat het over wat ze bij de gastgezinnen hebben meegemaakt. Zo’n gastgezin is echt een meerwaarde.”
Het Mondriaan College heeft ook zijn toevlucht gezocht tot gastgezinnen. “We hebben ook wel uitwisselingen gedaan. Maar als we geen partnerschool kunnen vinden voor een uitwisseling, zoeken we gastgezinnen. Een local organiser spreekt met de gastouders en kijkt bij hen thuis of ze wel echt plaats hebben voor de leerlingen. Per gastgezin herbergen we zo’n twee tot drie leerlingen. De gastgezinnen krijgen hiervoor een redelijke vergoeding, een leuke manier om een zakcentje bij te verdienen. De leerlingen gedragen zich keurig bij een gastgezin. We geven ze dan ook instructies mee over omgangsvormen en stellen gedragsregels op”, vertelt biologiedocent Cristofoli.
De 4-havo van RSG Enkhuizen blijft logeren in een jeugdherberg, maar de school heeft wel een andere maatregel genomen om de boel wat rustig te houden: doubleurs mogen niet meer mee. “De groep werd te groot”, verklaart Olivier. “Met de doubleurs zouden we drie bussen moeten inhuren en dat maakt uitstapjes moeilijk te organiseren. Om aan twee bussen voldoende te hebben, laten we een gedeelte van 4-havo thuis, dat gedeelte dat al eerder op werkweek is geweest. Omdat de werkweek bij ons ook een kennismakingsweek is, valt die keuze onderwijskundig lastig uit te leggen. Maar wanneer er tien onruststokers waren, waren acht tot negen daarvan zittenblijvers. Het scheelt enorm, nu zij niet meer meegaan.” Op school krijgen de doubleurs tijdens de werkweek een alternatief programma aangeboden.

Ouwehoeren
Met de jeugd in het gareel, is de werkweek nog steeds niet per se een succes. “Leerlingen zappen overal doorheen. Ga je naar een museum, dan staan ze eerder buiten dan jij. Dat is niet leuk. Zorg dus voor voldoende uitdaging. Verbind bijvoorbeeld opdrachten aan een museumbezoek zodat leerlingen langer uitgedaagd worden”, tipt Cristofoli.
“Houd er rekening mee dat leerlingen totaal geen oriëntatiegevoel hebben”, adviseert Huisman. “Ze stellen zich afwachtend op. Jij moet dus weten hoe het openbaar vervoer werkt en ze van a naar b loodsen.” Als je dan toch reisleider aan het spelen bent, lees je dan ook even goed in op de bezienswaardigheden, vindt de havo-mentor. “Het is wel leuk als je een verhaal paraat hebt wanneer je langs een bezienswaardigheid komt. Zo houd je het interessant voor leerlingen.”
Wat je vooral niet moet doen: “Met ze mee ouwehoeren, dingen doen om erbij te horen”, zegt Cristofoli. “Doe je dat, dan heb je naderhand geen poot om op te staan en is de gezagsverhouding verstoord.”
Maat van het Trimbos Instituut vindt dat je als leraar vooral het goede voorbeeld moet geven. “Tijdens de werkweek hebben leraren 24 uur per dag de verantwoordelijkheid voor hun leerlingen. In het geval van een calamiteit moeten ze scherp zijn. Het is dus beter als docenten niet drinken tijdens de werkweek. Doe je dit wel, doe dit dan matig en spreek met een collega af dat hij wel nuchter blijft. En drink niet in het bijzijn van leerlingen, dat geeft een verkeerd signaal.”
Eenmaal thuis is het bijtanken voor de begeleidende docenten. Maar vooral ook nagenieten. Want hoewel ze allen de nodige horrorverhalen uit hun mouw schudden, zijn ze het over het één ding wel eens: de werkweek is vooral erg leuk.

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.