• blad nr 1
  • 15-1-2011
  • auteur W. de Lange, de 
  • Column

 

Verslaafd

“Juf, vandaag heb ik geen huiswerk.” Ai, Victor, vergeten. Met Victor heb ik – helemaal op zijn verzoek - een afspraak: hij maakt twee middagen na school huiswerk in de hal en ik hou een half oogje in het zeil.
Keurig komt hij zich iedere keer aan- of afmelden. En iedere keer ben ik de afspraak alweer vergeten. Dat komt, ik heb nog les, ik ben met mijn hoofd bij de klas die met zware laatste-uur-voeten het lokaal in klost. Terwijl Victor duidelijk wil dat het mij kan schelen hoe het er met hem en zijn huiswerk voor staat. En dat doet het ook, potverdomme.
Ik zoek snel de gezichtsuitdrukking van een juf die de arrangementen met afzonderlijke leerlingen altijd onthoudt. “Goed, Victor. Dus je gaat naar huis? En wat ga je nou thuis doen?” Hij glimlacht wat.
Verslaafd, noemt Victor zichzelf zonder aarzelen. Ik heb wel meer zulke mentorleerlingen gehad. Het waren tot nu toe altijd jongens die dat vonnis over zichzelf velden. Ze wisten heel zeker dat ze absoluut niet in staat waren om uit zichzelf op te houden met gamen, en ze vonden dat geen leuke gedachte.
Van Victor verbaast het me. Hij is een vroeg wijze, vroeg grote tweedeklasser. Hij heeft overwicht over de vele springerige schreeuwertjes in de klas, bemiddelt tussen klas en docenten, waarschuwt mij in geval van pesterijen, dat soort dingen. En Victor ziet er gezond uit, niet als iemand die buitenlucht en slaap tekort komt.
Bij Rens, een mentorleerling van enkele jaren terug, was dat anders. Met een loodwit gezicht, als een zombie, sloeg Rens zich door de schooldag heen. Hij speelde ’s nachts op de computer tot hij er bij neerviel, de ouders kennelijk niet in staat een krachtig machtswoord uit te spreken. Als bezorgde, aardige klasgenoten Rens mee wilden tronen het uitgaansleven in, sloeg hij het af. Hij leefde niet, hij was een on-dode.
Kleine Mike was bezig zo iemand te worden, een bleek, mager spierinkje. Zijn ouders waren bezorgd. Ze wilden graag dat hij eens iets terug zei als ze hem wat vroegen. Maar kleine Mike kon alleen maar gamen, gesloten als een oester die alleen in de World van warcraft openging.
Ik kreeg er visioenen van, van een school die tussen acht uur ’s ochtends en zes uur ’s avonds kinderen het leven laat leven, inclusief sporten, muziek maken, een bootje timmeren, boekje lezen, thee zetten, werkstukken maken (niks tegen computers!), ruzie krijgen met je beste vriend en die daarna bijleggen.
Er zitten natuurlijk voordelen aan dat eenzame gamen: een gamende puber is fysiek geheel onder controle en bovendien – heel fijn - stil. Je breekt geen been of spiegelruit achter het beeldscherm en maakt er geen ruzie met echte mensen. Je wordt er niet gearresteerd en gebruikt er meestal geen harddrugs. Je raakt of maakt er niet zwanger, en verliest er geen mobieltjes. Volwassenen hebben geen kind aan een gamende puber.

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.